Informatiefiche Runderen in agroforestry context: welke regelgeving is van tel?

28/04/2025

Hier is een snellink naar het document: Runderen in agroforestry context: welke regelgeving is van tel?

Leeswijzer en relevante begrippen

In deze infofiche brengen we een overzicht van de regelgeving van toepassing om anno 2023 aan de slag te gaan met het houden van rundvee in een agroforestry (boslandbouw) context. Dergelijke combinatie van agroforestry met dieren in de weide wordt ook wel silvopastorale landbouw genoemd.

Dit document is opgebouwd volgens de verschillende stappen vanaf het aankopen of opkweken van de runderen (en de aanplant van de bomen) tot de slacht. De nadruk in deze specifieke fiche ligt op het rund, en meer bepaald op runderen die toegang hebben tot een buitenloop. Uitgangspunt daarbij is dat in de buitenloop ook bomen en/of struiken aangeplant worden. Echter, algemene regelgeving rond agroforestry, aanplant en kap van bomen, bestemming van gronden, etc. komt niet aan bod, maar is grondig beschreven in andere infofiches van Agroforestry Vlaanderen, waarnaar in dit document weliswaar verwezen wordt. Aspecten inzake verwerking en vermarkting van het rundsvlees, melk of zuivelproducten komen ook niet expliciet aan bod in deze fiche, maar waar aan de orde, wordt ook hier verwezen naar relevante bronnen.

De geldende regelgeving is vaak gelinkt aan meerdere beleidsdomeinen, instanties en thema’s. Dat is één van de redenen waarom het voor de toepassers vaak onoverzichtelijk en verwarrend wordt. Daarom proberen we verderop in dit document een zo integraal mogelijk beeld te schetsen en differentiëren we de regelgeving naargelang de instantie die ze oplegt. Een overzicht en korte beschrijving van het werkingsgebied van de relevante regelgevende instanties en controleorganen is terug te vinden in de volgende paragraaf van deze fiche.

Het is geenszins de bedoeling van deze infofiche om volledig te zijn voor wat betreft bv. alle wetgeving inzake de opstart van een onderneming, belastingverplichtingen, etc. Enkel wanneer er aandachtspunten of verduidelijkingen van toepassing zijn specifiek voor het houden van runderen of verwerken en vermarkten van rundsvlees of melk, wordt dit opgenomen.

Het houden van runderen in agroforestry systemen komt momenteel slechts in beperkte mate voor in Vlaanderen en kenmerkt zich door het ecologische karakter, de vaak eerder kleinschalige toepassing en/of de diversiteit van de productie. Die eigenschappen kunnen een invloed hebben op de impact, haalbaarheid en consequenties van bepaalde regelgeving voor de toepassers. Tussen de letter en de praktijk zitten vaak onzekerheid en schrik voor innovatieve concepten verscholen. Dit leidt tot bedrijfsonzekerheid voor pioniers. Waar relevant, benadrukken we dit ook steeds in deze fiche.

Wetgeving is onvermijdelijk onderhevig aan verandering. We trachten hier steeds de meest actuele situatie weer te geven, maar raden sowieso aan om bij twijfel contact op te nemen met het Consortium Agroforestry Vlaanderen (info@agroforestryvlaanderen.be), met het Rundveeloket (www.rundveeloket.be), met de bevoegde instanties (zie hierna) en/of met Steunpunt Korte Keten (https://steunpuntkorteketen.be/contact). U kunt uw specifieke situatie en bijhorende vragen ook aftoetsen bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij (https://lv.vlaanderen.be/contact).

Frequent terugkerende termen en afkortingen

  • ACS: Autocontrolesysteem
  • ANB: Agentschap voor Natuur en Bos
  • B2B: Business to Business verkoop
  • B2C: Business to Consumer verkoop
  • DGZ: Dierengezondheidszorg Vlaanderen
  • FAVV: Federaal Agentschap voor Veiligheid van de Voedselketen
  • FOD: Federale Overheidsdienst
  • GHP: Goede Hygiëne Praktijk
  • GLOBALGAP: een internationale standaard voor de teelt die zich richt op voedselveiligheid, het milieu, en het welzijn en de veiligheid van het personeel. GAP staat voor Goede Agrarische Productie.
  • KBO: Kruispuntbank van Ondernemingen
  • NACEBEL: een lijst van codes die toegekend worden aan een bepaalde klasse van commerciële of niet-commerciële economische activiteiten. NACEBEL is een uitbreiding op de NACE-codes, de officiële Europese lijst van activiteitsomschrijvingen.
  • NER-D: De NER-D-waarde is de waarde waarmee landbouwers hun gemiddelde veebezetting per diercategorie moeten vermenigvuldigen. Dat getal moeten landbouwers vergelijken met de NER-D die ze gekregen hebben om te weten of ze niet te veel dieren houden.
  • VLIF: Vlaams Landbouwinvesteringsfonds
  • VLM: Vlaamse Landmaatschappij

Relevante (regelgevende) instanties en controleorganen

Agentschap Landbouw en Zeevisserij (ALZ)

  • Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij identificeert alle land- en tuinbouwers in Vlaanderen aan de hand van hun ondernemingsnummer of rijksregisternummer. Dit is nodig om steun te kunnen aanvragen of zich in orde te stellen met verplichtingen en handelingen in het kader van de mestwetgeving.
  • Ook met vragen/begeleiding betreffende het in aanmerking komen voor bepaalde steunmaatregelen, kan u terecht bij het Agentschap landbouw en Zeevisserij. Hierna lichten we kort de VLIF steun en een aantal relevante agromilieu-klimaatmaatregelen toe.

Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)

Vlaamse land- en tuinbouwers kunnen beroep doen op dit fonds voor VLIF-steun in het kader van productieve of niet-productieve investeringen, maar ook in het kader van bv. overname, opstart, innovatie of omschakeling. Meer info op https://lv.vlaanderen.be/subsidies/vlif-steun-voor-de-land-en-tuinbouw. Een voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op VLIF-steun, is dat landbouwbedrijven voldoen aan de definitie van actieve landbouwer. Dat is trouwens het vertrekpunt van de meeste GLB-maatregelen. Een definitie van actieve landbouwer is terug te vinden op deze website: https://lv.vlaanderen.be/subsidies/perceelsgebonden/gemeenschappelijk-landbouwbeleid-2023-2027. De VLIF-administratie werkt met drie soorten inkomens (landbouwinkomen, inkomen uit verbrede landbouw, en niet-landbouw inkomen). Het inkomen uit landbouwverbreding mag nooit groter zijn dan dat uit landbouw. In wat volgt wordt bij verwerking en vermarkting telkens aangegeven welke producten of activiteiten onder welke categorie thuishoren.

Relevante ecoregelingen agromilieu-klimaatmaatregelen (AMKM)

Dierenwelzijn Vlaanderen

  • De afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving staat in voor de voorbereiding, ondersteuning en controle van het dierenwelzijnsbeleid in Vlaanderen.
  • Dierengezondheidszorg (DGZ) Vlaanderen
  • DGZ ondersteunt professionele kwekers en hobbyhouders in Vlaanderen bij de verplichte identificatie en registratie van hun bedrijf en hun dieren, laboratoriumonderzoeken en dierengezondheidszorg. Elke rundveehouder (ook hobbymatig) dient zich bij DGZ te registreren, zodra er één rund gehouden wordt. DGZ verwerkt uw registratie in de Saniteldatabase en kent u een beslagnummer toe.

FAVV - Voedselveiligheid

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) is bevoegd voor voedselveiligheid. Het FAVV integreert alle controlediensten, bevoegd voor de hele voedselketen. Het controleert niet alleen de levensmiddelen, diervoeders, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, maar is ook verantwoordelijk voor de preventie en bestrijding van dierenziekten en fytosanitaire aspecten (plantaardige sector). Meer info op https://www.favv-afsca.be/professionelen/.

Informatie over diergezondheid en diervoeders is te vinden via deze link. Op zoek naar specifieke informatie over uw verplichtingen inzake voedselveiligheid? Als producent vind je info in verband met de Goede Hygiëne Praktijken (GPH’s) via deze link. Als distributeur vind je Quick Start Fiches & AC (autocontrole) gidsen via deze link.

VLM Mestbank

Elke aangifteplichtige land- of tuinbouwer moet jaarlijks een mestbankaangifte indienen. Verderop in deze fiche verduidelijken we vanaf wanneer u aangifteplichtig bent.

Federale of Vlaamse wetgeving inzake economie en ondernemen

Doorgaans de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Hieronder verstaan we alles wat te maken heeft met (de opstart van) uw onderneming, de registratie van uw activiteiten, personeel en loon, belasting, BTW, douane en accijnzen, etc. Meer info op https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen. Een belangrijk begrip hierbij is de NACE code. Dit is een code die door de Europese Unie en haar lidstaten toegekend wordt aan een bepaalde klasse van commerciële of niet-commerciële economische activiteiten. NACE is dus een officiële Europese lijst van activiteitsomschrijvingen. De RSZ, de BTW-administratie en de ondernemingsloketten gebruiken die om bedrijven in te delen in sectoren. Elk land mag de lijst verder uitdiepen met extra codes, zolang de basislijst onveranderd blijft. Daarom spreken we in België ook van NACEBEL-code.

Provinciale of gemeentelijke bevoegdheden

Hieronder beschouwen we alles wat te maken heeft met taksen, (omgevings)vergunningen, etc. die op provinciaal of gemeentelijk niveau opgelegd of toegekend worden.

Starten als (biologische) rundveehouder

Landbouwer worden

Voor wie start in de landbouw, is niet alleen de nodige beroepskennis en een beschikbaar areaal van belang, maar komt er ook heel wat administratief werk bij kijken. Hoe zit dat op vlak van registratie, regelgeving en mogelijke financiële ondersteuning? Registratie als landbouwer gebeurt via het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Informatie over hoe u zich als landbouwer moet identificeren, een exploitatienummer moet aanvragen en hoe u een bedrijfsovername moet melden, vindt u hier terug. Ook voor meer info over de te vervullen formaliteiten kan u terecht bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.

Starten als nieuwe landbouwer in de korte keten

Op de website van Steunpunt Korte Keten, vind je alvast dit handig overzicht en kan je deze startersbrochure raadplegen.

Biologisch boeren en bio producten verwerken en verkopen

Omschakelen naar bio of starten als bioboer? Biologische producten verwerken of vermarkten? Een waardevolle keuze waar weliswaar ook één en ander bij komt kijken op vlak van registratie, controle en wettelijke bepalingen. Anderzijds is er ook heel wat financiële ondersteuning waarop je beroep kunt doen. Een goed vertrekpunt om je te informeren, is er de website van Bioforum. Als bioboer, als voedingsbedrijf maar ook als bio verkooppunt, vind je hier heel wat informatie, tools, brochures en contactgegevens. Ook Bio zoekt Boer, een gezamenlijk initiatief van Boerenbond, ABS en BioForum, begeleid je met al je vragen rond omschakeling naar biologische landbouw. Dit kunnen vragen zijn rond wetgeving, premies, controle, fasering van de omschakeling, enz.

Daarnaast is ook het rundveeloket een interessant vertrekpunt: zie deze webpagina voor het omschakelen naar biologische veehouderij, en deze praktijkgids voor biologische vleesveehouderij.

Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij verleent subsidies, erkent de controleorganen en coördineert de reglementering.

Aankoop van runderen

De aankoop van nieuwe dieren houdt steeds een risico in. Je zet zo immers mogelijk de poorten open voor nieuwe infecties op je bedrijf. Na de aankoop van een rund ben je verplicht het aankoop protocol te volgen (meer info). Nadat een aangekocht rund aankomt op je beslag, krijgt het rund eerst de status “geïmmobiliseerd”. Dit betekent dat je dit dier niet mag verhandelen. Pas wanneer de resultaten van alle verplichte aankooponderzoeken gekend zijn, wordt deze status opgeheven in Sanitel. Welke analyses in welke situaties vereist zijn, wordt door meerdere zaken bepaald en kan je hier terugvinden.

Als veehouder kan je gelukkig wél een aantal maatregelen nemen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Een overzicht van deze maatregelen kan je nalezen op deze pagina.

Huisvesting, verzorging en welzijn van (buiten)runderen

Een volledig overzicht van de dierwelzijnseisen voor de eigenaar of verantwoordelijke van een rundveebedrijf is terug te vinden op de website van Dierenwelzijn Vlaanderen. In wat volgt, wordt met name gefocust op een aantal aspecten die specifiek van tel zijn in situaties met een (al dan niet beplante) buitenloop.

De runderen krijgen steeds voldoende en gezond voeder aangepast aan hun fysiologische behoeften. Rivaliteit tussen de dieren tijdens het voederen of drinken moet vermeden worden. Voorzie dus steeds voldoende drink- en eetplekken in verhouding tot het aantal runderen. Voorzie ook steeds voldoende kwaliteitsvol water. Verontreiniging van de voeder- en drinkinstallatie moet beperkt worden.

De Vlaamse Codex Dierenwelzijn (2025) stelt dat alle dieren die buiten gehouden worden vanaf januari 2029 altijd beschutting hebben. Deze regel geldt zowel voor wie professioneel dieren houdt als voor particulieren, en zowel voor weidedieren (zoals runderen) als voor andere dieren die buiten gehouden worden, zoals kippen. De beschutting mag natuurlijk zijn – bijvoorbeeld in de vorm van bomen of hagen, maar ook kunstmatig – zoals een paardenstal of een kippenhok. U bent verplicht om de beschutting het hele jaar door te voorzien, ongeacht de weersomstandigheden.

Specifiek voor biologische rundveehouderij zijn de richtlijnen betreffende huisvesting terug te vinden in de brochure “Bio en de wet – dierlijke productie” (2023).

Voor rundvee onder biologisch label gelden wettelijke minimumoppervlakten voor zowel de binnen- als de buitenruimtes (uitlopen of openluchtruimten). Bij het vastleggen heeft de wetgever rekening gehouden met het comfort, het welzijn en de soortspecifieke behoeften van de dieren, afhankelijk van de soort, het ras en de leeftijd.

tabel 1
tabel 1

Het aanbinden of isoleren van dieren is verboden, tenzij het gaat om individuele dieren gedurende een beperkte tijd en voor zover dit gerechtvaardigd is om diergeneeskundige redenen. Kalveren ouder dan een week mag je niet isoleren of alleen huisvesten, tenzij het gaat om individuele dieren gedurende een beperkte tijd en voor zover deze praktijk gerechtvaardigd is om veterinaire redenen. Herbivoren moeten, telkens wanneer de weersomstandigheden en de staat van de grond dit toelaten, toegang krijgen tot weidegrond om te grazen. Deze verplichting is uiteraard niet van toepassing als de overheid omwille van volksgezondheid of dierengezondheid dit algemeen niet toelaat. Als herbivoren tijdens de graasperiode toegang hebben tot weidegrond en in winterstalling bewegingsvrijheid genieten, dan is er tijdens de wintermaanden geen verplichte uitloop. Stieren van meer dan één jaar moeten steeds toegang hebben tot weidegrond of een uitloop (openluchtruimte). Het afmesten van volwassen vleesrunderen mag sinds 1 januari 2022 niet meer binnen gebeuren.

Biologische dierlijke productie van herbivoren moet gebaseerd zijn op maximaal gebruik van graasweidegrond. Hoewel deze bepaling geen duidelijk afgebakende grens vormt, raadt BioForum melkveebedrijven die wensen om te schakelen naar biologische productie aan om te zorgen voor ruim voldoende beweidbare oppervlakte. Als richtwaarde bevelen we aan om maximaal 10 melkgevende koeien per hectare beweidbare oppervlakte te hanteren in de bedrijfsvoering. Waarbij onder beweidbare oppervlakte wordt verstaan de huiskavel aangevuld met andere toegankelijke, beweidbare oppervlakten. Dit getal is louter een aanbeveling en is geenszins een wettelijk afdwingbare norm. Wel moet het aantal dieren beperkt blijven om overbegrazing, vertrappen van de bodem, erosie, en door de dieren en de verspreiding van hun mest veroorzaakte verontreiniging tot een minimum te beperken. Je kan de volledige aanbeveling nalezen op onze website.

Voor de omschakeling naar biologisch melkvee of vleesvee zijn 2 brochures samengesteld: melkvee / vleesvee. Verder is voor biologische vleesveehouders veel informatie gebundeld in de brochure Praktijkgids voor de biologische vleesveehouder.

Bezettingsgraad in binnenruimtes en buitenbeloop

Specifieke reglementering voor de gangbare rundveehouderij geldig in Vlaanderen inzake bezettingsgraad is beperkt tot de regelgeving voor kalveren beschreven in het K.B. van 23 januari 1998 betreffende de bescherming van kalveren in kalverhouderijen. Voor biologische rundveehouderij is de informatie omtrent de minimale oppervlakte normen voor binnenruimtes en uitloop terug te vinden in de brochure “Bio en de wet – dierlijke productie” (2023).

Beweiding en rundveeziektes

Beweiding van rundvee wordt geassocieerd met een verhoogd risico op verspreiding of voorkomen van enkele rundveeziektes. Zowel uit de omgeving (leverbot, weidekoorts, ...) als door contact met runderen in aanpalende weides (IBR, BVD, ...) kunnen runderen met verschillende pathogenen in contact komen. Goed onderhoud van de weides en vermijden van contact met dieren op andere weides geldt als belangrijke preventieve maatregel.

Los daarvan zijn heel wat ziektes uiteraard aangifteplichtig. Welke dit zijn lees je hier, maar bespreek dit zeker met je bedrijfsdierenarts.

Omgevingsvergunning en vergunningen voor schuilhokken en andere constructies

Een omgevingsvergunning moet u aanvragen ofwel bij uw stad of gemeente, ofwel bij de provincie, ofwel bij de Vlaamse overheid. Dat hangt ervan af waarvoor u een omgevingsvergunning aanvraagt. Meer informatie vindt u op het omgevingsloket.

Op basis van de milieu-impact zal uw bedrijf worden ingedeeld in klasse I, II of III. Dit hangt onder meer af van de aard van de activiteit (diertype) en de omvang. Bedrijven uit klasse I en II moeten een vergunning aanvragen, bedrijven uit klasse III moeten zich verplicht melden. Welke activiteit tot welke klasse behoort vindt u in de zogenaamde indelingslijst. Voor runderen ligt de bovengrens om tot klasse III te behoren op 4 runderen. Vanaf 5 runderen moet dus een omgevingsvergunning aangevraagd worden.

Het Vrijstellingenbesluit Hoofdstuk 5 (land- en tuinbouw) stelt het volgende:

Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de plaatsing van schuilhokken voor runderen, voor zover ze niet liggen in ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebied. De schuilhokken hebben een maximale oppervlakte van 40 vierkante meter per aaneengesloten groep percelen in één eigendom. Daarnaast moeten de schuilhokken houten wanden hebben, is de maximumhoogte drie meter en moet één zijde van het hok volledig open zijn. Onder bepaalde voorwaarden kan ook een vergunning voor hobbystallen voor weidedieren in agrarisch gebied aangevraagd worden.

Mestbank

Er is aangifteplicht vanaf 2 ha landbouwgrond, of wanneer minstens 50 are groeimedium in gebruik heb of minstens 50 are permanent overkapte landbouwgrond in gebruik heb of op jaarbasis een productie van minstens 300 kg P2O5 uit dierlijke meststoffen of bij opslag van meer dan 300 kg P2O5 uit dierlijke meststoffen.

Als aangifteplichtige rundveehouder hou je een dierregister bij. Met dit register berekent u de jaarlijkse gemiddelde bezetting en bijhorende mestproductie Deze mest dient vervolgens correct afgezet te worden op eigen grond, externe grond of via verwerking.

In het Vlaamse gewest geldt de maximale bemestingsnorm van 170 kg N uit dierlijke mest per hectare en per jaar. Voor fosfaat (P2O5) geldt een variabele norm afhankelijk van de teelt en gebiedstype. De normen voor N en P2O5 zijn niet van toepassing op alle bedrijven en gebiedstypes. Op basis van de forfaitaire uitscheidingscijfers, werkingscoëfficient van de mestsoort en de bemestingsnormen voor N en P2O5 kan worden berekend hoeveel mest per ha mag afgezet worden of hoeveel dieren er op een perceel weiland mogen worden gehouden. Uiteraard geldt bij het bepalen van de toegelaten bemesting en het maximaal aantal te houden dieren per ha de meest beperkende norm (N of P2O5) qua bemesting.

Bron tabel: Normen en Richtwaarden 2025.

Meer informatie vindt u in deze startersbrochure van de Mestbank.

Runderen ‘inscharen’ op een ander bedrijf

Inscharen van runderen op weides van een andere landbouwer dient gemeld te worden aan de Mestbank via een inscharingscontract en dit ten vroegste op de begindatum van de eerste inscharing en ten laatste 14 dagen na de begindatum van de eerste inscharing. Meer info over inscharing.

Mijn rund is slachtrijp: wat nu?

Waar slachten?

Het slachten van runderen om het vlees te commercialiseren, mag alleen gebeuren in een erkend slachthuis. Thuisslachting van runderen en paarden is steeds verboden, ook in het geval van een particuliere slachting voor eigen gebruik binnen je gezin. Welke dieren allemaal in een bepaald slachthuis mogen geslacht worden, blijkt uit de erkenning die door de Minister aan het slachthuis werd verstrekt. Dit kan je nagaan in de lijst van de erkende inrichtingen. Op de regel dat runderen in een slachthuis geslacht moeten worden, geldt de uitzondering de noodslachting buiten het slachthuis. Dieren die een ongeval hebben gehad (bijv. gebroken poot) waardoor ze om welzijnsredenen niet meer mogen worden vervoerd, kunnen worden geslacht (noodslachting) op de houderij, mits er een aantal wettelijke voorwaarden wordt gerespecteerd.

Mobiel slachten

Het dalend aantal slachthuizen maakt dat transportafstanden steeds groter worden en de nog resterende (vaak grote) slachthuizen steeds moeilijker toegankelijk zijn voor landbouwers met kleinere dierenaantallen en/of voor landbouwers die biologisch gecertificeerd willen slachten. Onder meer in die context gaan meer en meer stemmen op om mobiel slachten (van varkens maar evenzeer van runderen, pluimvee, etc.) mogelijk te maken met behulp van Mobiele Slacht Eenheden (MSE). Het op verantwoorde wijze aan huis slachten kan bijdragen aan bijvoorbeeld thuisverkoop of aparte afzetkanalen. Bioforum Vlaanderen bracht recent de beschikbare informatie samen via literatuurstudie en (buitenlandse) bezoeken, en startte overleg op met verschillende belanghebbenden zoals veehouders, fabrikanten van MSE, slachthuizen, FAVV, Steunpunt Korte Keten, vergunningverlenende overheden etc. Meer info is hier te vinden: https://www.bioforumvlaanderen.be/sites/default/files/BA46_Mobieleslachteenheden.pdf. Dit werk wijst uit dat MSE praktisch perfect haalbaar is en voordelig is voor dierenwelzijn en vleeskwaliteit. Het vervoer van de stal naar het slachthuis is de meest stressvolle tijd voor dieren. Door ze in hun vertrouwde omgeving te slachten, wordt die stressfactor uitgeschakeld.

De huidige wetgeving (voedselveiligheid, afvalbeheer, …) maakt mobiel slachten echter complex. Ook de economische haalbaarheid is geen evidentie. Voor pluimvee lijkt het momenteel een haalbare piste, maar uit een analyse blijkt dat het mobiel slachten van bv. runderen economisch gezien moeilijk haalbaar is bij aantallen van minder dan vijf runderen per dag. Daarom onderzocht Bioforum ook de mogelijkheid om het rund op de boerderij te doden en de verdere afhandeling in een regulier slachthuis uit te voeren. Dit concept noemt men een ‘mobiele dodingsunit’ (MDU). Deze praktijk wordt reeds enige tijd toegepast in Zwitserland en Duitsland. In deze MDU worden de dieren eerst verdoofd en verbloed. Ook in Nederland is sedert begin 2019 een MDU actief (https://www.mobielslachthuis.nl/). Het dode dier wordt binnen een zo kort mogelijke tijdspanne naar een regulier slachthuis gebracht voor verdere verwerking. Dit blijkt technisch haalbaar én een grote meerwaarde op vlak van stressvrij slachten. De economische haalbaarheid is echter nog een uitdaging.

Autocontrole en goede hygiënepraktijken

Zowel de Europese als de Belgische wetgeving leggen de verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid bij de operatoren in de voedselketen. In België wordt dit in detail uitgewerkt in het KB van 14/11/2003.

Voor de productie van rundvlees of zuivelproducten, net als voor alle andere producten in de voedselketen, is het hierbij verplicht om een autocontrolesysteem (ACS) te hebben. Zo’n ACS is het geheel van maatregelen die door de operatoren worden genomen om ervoor te zorgen dat de producten: (1) voldoen aan de wettelijke voorschriften inzake voedselveiligheid; (2) voldoen aan de wettelijke voorschriften inzake kwaliteit van zijn producten, waarvoor het FAVV bevoegd is; (3) voldoen aan de voorschriften inzake traceerbaarheid en het toezicht op de effectieve naleving van deze voorschriften. En dit, in alle stadia van de productie, verwerking en distributie. In de primaire productie is het autocontrolesysteem gebaseerd op de naleving van de hygiënevoorschriften en op het bijhouden van de nodige registers. Zie verder ook deze weblink van het FAVV en Codiplan rundvee.

Aandachtspunten rond de boomcomponent in een buitenbeloop met beplanting

Keuze van de juiste beplanting en praktische tips.

Zie hierna onder ‘verder lezen’. Check zeker ook eens de Agroforestry Planner en het Agroforestry Kennisloket.

Aanplant en kap van bomen en struiken

Voor wetgeving van toepassing voor de aanplant of het verwijderen van bomen en struiken in een landbouwcontext, verwijzen we naar deze infofiche waarin de algemeen geldende regels beschreven staan.

Voor een overzicht van mogelijke steunmaatregelen voor de aanplant en het onderhoud van bomen en struiken in een landbouwcontext, verwijzen we naar deze infofiche.

Aandachtspunten inzake oogst van fruit of noten in een buitenbeloop

Specifiek voor de fruitteelt is het belangrijk dat de producten bestemd voor menselijke consumptie niet in aanraking komen met mest. Producenten die fruit of groenten leveren aan retailers via de veiling, moeten daarnaast ook voldoen aan de GLOBALG.A.P. voorwaarden. Dit is een bovenwettelijk lastenboek. Met andere woorden, niet de wetgever maar de veiling zelf legt dit op. Dit zijn richtlijnen voor een ‘Goede Agrarische Productie’ van groenten en fruit en hebben betrekking tot voedselveiligheid, milieuverontreiniging, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en natuurlijke hulpbronnen, gezondheid, welzijn en veiligheid van het personeel en biodiversiteit.

Dit lastenboek stelt ook dat dierlijke mest in theorie ten minste 60 dagen voor de oogst ingewerkt moet zijn in het perceel. Concreet betekent dit dat er een 8-tal weken voorafgaand aan en op het moment van fruitoogst geen runderen in de buitenloop met fruit- of notenbomen aanwezig mogen zijn. Dit kan uiteraard een uitdaging zijn, zeker in situaties waarbij de dieren verplicht toegang dienen te hebben tot een buitenloop.

Daarnaast moet het gebruikte materiaal bij het oogsten altijd schoon zijn en mag het laaghangend fruit niet geoogst worden: door opspattend regenwater is er hier een risico op aanwezigheid van mest van de runderen. Wanneer er geoogst wordt door schudden, zoals bv. soms bij walnoten gebeurt, dan moet er gewerkt worden met een doek dat contaminatie met mest vermijdt en dus ondoordringbaar is.

Wanneer het fruit niet via retailers wordt verkocht, en bijvoorbeeld via thuisverkoop of korteketen verkoop, moet niet voldaan worden aan de GLOBALG.A.P. voorwaarden. Vanzelfsprekend moeten wél de GHP gevolgd worden en blijft het in die gevallen wenselijk om contact tussen het fruit en mest uit te sluiten.

Verder lezen

Voor wie zich verder wil verdiepen in deze materie, lijsten we hier een aantal andere publicaties over rundvee in agroforestrysystemen op:

Tot slot

Met deze infofiche hopen we een correct en overzichtelijk inzicht te brengen in alle wet- en regelgeving relevant voor wie plannen heeft om rundvee te houden in een silvopastoraal systeem. Voor meer details en bij twijfel: aarzel niet om contact op te nemen met het Consortium Agroforestry Vlaanderen (info@agroforestryvlaanderen.be), met het Rundveeloket (www.rundveeloket.be), met de bevoegde instanties (zie hierboven) en/of met Steunpunt Korte Keten (https://steunpuntkorteketen.be/contact). U kunt uw specifieke situatie en bijhorende vragen ook aftoetsen bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij (info@lv.vlaanderen.be).

Cambium logo met grote EU vlag
Deze informatiefiche is geschreven door Bert Reubens en is ontwikkeld in het kader van het Interreg-project CAMBIUM.

Vragen?

Contacteer ons

Ook interessant

Informatiefiche 22/02/2026

Teelt van paulownia in Vlaanderen: droom of realiteit?

Paulownia Afbeelding1
Met deze fiche geven we een overzicht van wat we op dit moment (voorjaar 2026) weten over de teelt van Paulownia en of en hoe deze teelt eventueel kan passen in een Vlaams agroforestrysysteem.
Informatiefiche 29/01/2026

Aanplant van de bomen: van manueel tot machinaal

Aanplant bomen
Naargelang plantmaat, schaal van het project, financiële en logistieke mogelijkheden op het bedrijf, kan de aanplant manueel dan wel machinaal gebeuren. In deze factsheet zoomen we in op elk van deze ...
Informatiefiche 29/01/2026

Keverbanken en agroforestry

Keverbank
In deze infofiche leggen we je uit wat keverbanken zijn en hoe je ze kunt aanleggen in je agroforestry systeem.