Informatiefiche Boomsoortenkeuze rekening houdend met klimaatverandering

01/06/2026

Deze informatiefiche is geschreven door Sander van Daele en Bert Reubens, en is geüpdatet in het kader van het Interreg-project CAMBIUM. Liever lezen als PDF? Klik dan hier: Boomsoortenkeuze rekening houdend met klimaatverandering. You can also read this article in English: Tree species for tomorrow's climate (translated for the DigitAF project).

Introductie

Klimaatverandering laat zich nu al stevig voelen. De vele records van de voorbije jaren illustreren dit. Op 25 juli 2019 werd in Begijnendijk (Vlaams-Brabant) een recordtemperatuur van 41,8 °C gemeten; ook in het KMI-station van Ukkel werd een recordtemperatuur gemeten: 39,7°C. Anderzijds was 2024 het natste jaar ooit sinds het begin van de metingen, met 1170,7 mm neerslag gemeten in Ukkel, terwijl de lente van 2025 met slechts 54,4 mm dan weer de op één na droogste was.

Naast de treffende illustraties, stellen ook het meest recente rapport (2023) van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het Klimaatrapport van het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) (2020) duidelijke trends vast. In België stijgt de gemiddelde temperatuur met 0,38 °C per decennium. Tegelijk nemen extreme weersomstandigheden toe: hittegolven en langdurige droogte komen vaker voor, maar ook zeer natte periodes met intense neerslag, wat kan leiden tot waterverzadigde bodems en overstromingen. In de toekomst zullen deze trends zich doorzetten.

Langdurige droogte en hitte(golven) versterken elkaar bovendien. Tijdens droogte vermindert het afkoelend effect van verdamping, waardoor hitte makkelijker optreedt. Omgekeerd zorgt hitte voor extra verdamping, wat droogtestress verergert. Ook hevige neerslag en hitte zijn met elkaar verbonden: warme lucht kan meer water vasthouden, wat de kans op intense neerslag vergroot. Hoewel ze elkaar onderling beïnvloeden, trekken we deze drie effecten van klimaatverandering hierna toch uiteen; ze hebben elk een eigen invloed op bomen en de keuze van boomsoorten.

De gevolgen van klimaatveranderingen hebben nu al een grote impact op het landschap en ook op de bomen en struiken die er groeien. Door de hoge verhardingsgraad en de aanwezigheid van veel stenig materiaal laten de effecten van klimaatverandering (op bomen) zich het hardst voelen in dorpen en steden. Bossen daarentegen kennen geen verharding en profiteren van een gunstig microklimaat en een grote bodemporositeit, wat zorgt voor een goede waterinfiltratie. Een bekend gevolg is dat onze inheemse beuk het zeer lastig krijgt als stadsboom, maar in veel bossen behoudt hij wel zijn vitaliteit.

Landbouwgebieden nemen een tussenpositie in. Verharding is meestal afwezig, maar soms is er wel sprake van bodemverdichting. In veel gevallen is er nauwelijks buffering tegen extreme temperaturen, droogte of overvloedige neerslag door het open karakter van het landschap. Alleszins laten de gevolgen van klimaatverandering zich nu al heel sterk voelen in het landbouwgebied, en is het dus nodig om bij de boomsoortenkeuze in boslandbouw (meer nog dan bij bosbeheer) hier rekening mee te houden.

In deze infofiche bespreken we langdurige droogte, extreme neerslag en overstroming, hitte, schommelende grondwatertafels en hoe je bomen kunt ondersteunen in een veranderend klimaat. Daarbij geven we advies over klimaatbomen en tools, zodat je bewuster kunt kiezen welke bomen geschikt zijn in een veranderend klimaat.

Langdurige droogte

De Bodemkaart van België werd gemaakt tussen de jaren ’50 en ’70 van de vorige eeuw, dus voordat de effecten van klimaatverandering echt voelbaar werden. Die kaart biedt nog steeds een zeer goede basis om na te gaan welk bodemtype aanwezig is, zeker op vlak van textuur. Naast de textuur, krijgt iedere plaats ook een drainageklasse mee die een maat is voor de waterhuishouding. Door de kunstmatige en intensieve drainage van ons landschap is die info echter vaak niet meer up to date. Bodems die op die kaart al gekarteerd zijn als droog (drainageklassen a, b en c) zijn door de kunstmatige drainage sindsdien meestal nog droger geworden. En, langdurige droogteperiodes ten gevolge van klimaatverandering, maken dat het op die plaatsen een grote uitdaging wordt om een goede soortenkeuze te maken. Ook en vooral in de wetenschap dat de bomen die we nu planten, in de toekomst nog meer extremen zullen ondervinden. Bodemtextuur en -kwaliteit spelen ook een belangrijke rol in de droogtegevoeligheid. Op zandige bodems met een laag watervasthoudend vermogen zal droogte sneller een impact hebben dan op bodems met veel leem of klei. Ook bodemverdichting, een laag gehalte aan organische stof en/of weinig bodemleven veroorzaken een grotere droogtegevoeligheid. Er is bij de voor Vlaanderen inheemse boomsoorten nu al een grote variatie aan droogtetolerantie en de kennis hierover is ook beschikbaar. Voor het hele scala aan voorkomende bodems hebben we geschikte inheemse boomsoorten: ruwe berk, wintereik en grove den voor de droogste zandige gronden; zwarte els, schietwilg en zachte berk voor de natste gronden. Zeker op de droogste gronden beginnen er grote zorgen te ontstaan of ons louter inheems soortenpallet nog zal volstaan om hier bomen te laten groeien. Sommige wetenschappers denken dat onze inheemse soorten voldoende aanpassingsvermogen bezitten om dit aan te kunnen, anderen pleiten voor het inpassen van uitheemse soorten op deze plaatsen.

Extreme neerslag en overstroming

Op bodems met permanent hoge grondwatertafels die af en toe overstromen, vormen bomen slechts een oppervlakkig wortelgestel aangezien ze het water niet diep hoeven te zoeken en omdat bij veel soorten de wortels niet langdurig overleven in waterverzadigde omstandigheden. Schommelende grondwaterstanden zijn een natuurlijk fenomeen en die schommelingen worden al zeer lang antropogeen beïnvloed (door drainage en waterwinning), maar de uitdaging voor veel boomsoorten is dat deze schommelingen door klimaatverandering steeds extremer worden. De boomsoorten die aangepast zijn om te groeien op (zeer) natte standplaatsen, hebben het tijdens langdurige droogteperiodes zeer lastig als de grondwatertafel buiten het bereik van hun wortels komt en ze dan snel het loodje leggen. Voor standplaatsen die in normale omstandigheden (zeer) nat zijn maar nu af en toe ook veel droger zijn, moeten we dus op zoek naar soorten die het verdragen om -voornamelijk in de winter- met hun voeten in het water te staan maar tegelijk ook langdurige droogte (vooral in de lente en de zomer) tolereren. Opnieuw speelt bodemtextuur en -kwaliteit een belangrijke rol. In de verschillende boomsoortenkeuzetools zal je ook vaststellen dat er niet veel soorten zijn die tegelijkertijd goed tegen zeer natte en zeer droge omstandigheden kunnen.

Bomen zoals grauwe abeel, zomereik, haagbeuk, ratelpopulier en struiken zoals spork, hazelaar en eenstijlige meidoorn zijn soorten die op een breed pallet aan bodemtypes kunnen groeien en het verdragen om enerzijds een tijd in waterverzadigde bodem te staan, maar anderzijds ook een zekere droogtetolerantie te hebben. Daarentegen verdragen soorten van permanent natte gronden, zoals zwarte els, wilgen en zachte berk, droogte niet goed.

Hitte

De temperatuurrecords van de laatste jaren met pieken tot rond de 40 °C stellen alle bomen danig op de proef. Aan de bovenkant van de kruinen, die de hele dag volop in de zon staan, loopt de temperatuur vaak nog hoger op dan de officieel gemeten temperatuur. Voor heel wat soorten die ook (zeer) droogtegevoelig zijn, bv. naaldbomen als de fijnspar en de zilverspar zijn dergelijke hoge temperaturen tegelijkertijd ook een echte aanslag op de vitaliteit. Anderzijds zijn er ook droogtegevoelige soorten, zoals zwarte els, olmen en cultuurpopulieren die droogte slecht verdragen maar goed bestand zijn tegen hittegolven.

Op welke manier kan je droogte, hitte en overstroming counteren?

Aan de spreiding van - en de hoeveelheid neerslag - kunnen we niet veel veranderen, maar door een goed bodembeheer kunnen we de extremen wel deels mitigeren. Hieronder vatten we de belangrijkste topics kort samen. Ben je op zoek naar meer diepgang rond de aanleg en het beheer van agroforestrysystemen? Het Kennisloket verzamelt praktische infofiches over Aanleg en beheer, zoals bodemverdichting, drainage, mulchen, boomstrookbeheer en mechanisatie.

Bodemverdichting

Een vaak voorkomend probleem op landbouwbodems is bodemverdichting, veroorzaakt door ploegen (ploegzool) of andere bewerkingen met zware machines. Dit beïnvloedt wortelvorming negatief, maar is ook een oorzaak van stagnerend water bij grote hoeveelheden neerslag. Bodemverdichting hindert ook de capillaire opstijging van water, waardoor water uit diepere grondlagen niet beschikbaar is voor bomen. Het voorkomen of opheffen van deze verdichting is dus een belangrijke maatregel om de negatieve effecten van zowel extreme droogte als extreme neerslag te milderen. Wanneer er een ploegzool aanwezig is, is het aan te raden om deze, zowel voor de bomen als voor de landbouwgewassen, proberen door te breken. Dat kan mechanisch met bv. een diepgronder die de grond niet keert maar wel voldoende diep en in een voldoende dicht raster openbreekt. Ook diepwortelende gewassen of groenbedekkers, zoals luzerne, bladrammenas of chicorei zijn in staat om een ploegzool open te breken, mits ze daar voldoende tijd voor krijgen en zich goed kunnen ontwikkelen.

Drainage

Op heel veel landbouwpercelen vindt nog steeds ongecontroleerde drainage plaats. In de winter en het voorjaar wordt zo alle water gedraineerd, maar wanneer er - zoals de voorbije jaren dikwijls het geval was - een droog groeiseizoen volgt, dan komen die percelen snel in de problemen. Met moderne technieken zoals peilgestuurde drainage kan de waterhuishouding beter worden gecontroleerd en water in het groeiseizoen beter worden vastgehouden. Daarover meer in deze kennisfiche: Irrigatiesystemen in agroforestry.

Mulchen

Zeker in de eerste jaren na aanplant van de bomen, kan het helpen om te mulchen: de kroonspiegel (vb. 1 m diameter of meer) afdekken met organisch materiaal. Mulch onderdrukt de kruidachtige vegetatie, houdt de bodem langer vochtig en brengt na afbraak organisch materiaal in de bodem. Om aantasting (schimmelvorming) te vermijden, is het hierbij wel belangrijk om de mulch niet tot tegen de stam zelf aan te brengen. Als materiaal kunnen stro, gemaaid gras, groencompost, hout- of miscanthussnippers, houtschors en dergelijke worden gebruikt. Twee belangrijke aandachtspunten: (1) Een dikke mulchlaag kan soms ook een aantrekplaats worden voor woelmuizen; (2) Bij veeleisende soorten kan koolstofrijke mulch, zoals houtsnippers, er soms toe leiden dat er bij de bomen een stikstofgebrek optreedt omdat de microbiële activiteit alle stikstof verbruikt, zeker op armere standplaatsen.

Plantgoed

Ook met het toegepaste plantgoedtype kan je inspelen op droogte en hitte. Groot plantgoed heeft vaak verhoudingsgewijs een te klein wortelgestel ten opzichte van de bovengrondse biomassa. Bij normaal bosplantgoed van ca. 1 m is dit meestal beter. Er is ook een trend naar toepassing van plugplantgoed. Dit is plantgoed dat in een substraat in kleine containers wordt gezaaid en een lengte van 30 tot 50 cm heeft. Het voordeel is dat de wortels bij verplanting (met het substraat) veel minder worden beschadigd dan wanneer op blote wortel wordt geplant.

Plantverband

In de bosbouw is het bekend dat bomen profiteren van het microklimaat dat het bos biedt (koeler, beschaduwd, vochtiger). Dit kan gedeeltelijk nagebootst worden in boslandbouw, bijvoorbeeld door jonge bomen in een heel dicht plantverband (bv 1x1 m of zelf minder) aan te planten. Ook kunnen snelle groeiers (zoals wilgen en populieren) ingezet worden als ecosysteemingenieurs om een gunstig microklimaat te creëren voor tragere groeiers.

Zeker bij beperkte plantdichtheden of wanneer duur plantgoed wordt gebruikt, kan in boslandbouw uiteraard ook overwogen worden om water te geven tijdens de eerste jaren na aanplant. Doe dit best niet frequenter dan 1 x per week of om de twee weken, waarbij je op die momenten overvloedig water geeft. Dat is beter dan frequent (maar weinig) water te geven, waarbij de wortels “lui” worden. Een aarden walletje, plastic gietrand of (op hellende percelen) half maantje kan helpen om het water te laten infiltreren rond de wortels en niet te laten wegspoelen.

Vegetatie in de boomstrook

Kruidachtige, spontaan gevestigde vegetatie in de boomstrook wordt vaak als een nadeel beschouwd in boslandbouw omdat dit potentieel een bron van veronkruiding vormt voor het hele perceel en daarbuiten. Het kan echter ook een hulp zijn, want kruidachtige vegetatie biedt ook beschutting aan de jonge bomen tegen droogte en hitte, – naast andere troeven op het vlak van bv. biodiversiteit of koolstofopslag.

Hoe reageren bomen op schommelende grondwatertafels?

Op bodems met permanent hoge grondwatertafels vormen bomen slechts een oppervlakkig wortelgestel (er is immers geen noodzaak om water in diepe lagen te gaan zoeken) en/of leiden de waterverzadigde omstandigheden tot wortelsterfte van sommige soorten (afwezigheid zuurstof leidt tot sterfte van de wortels). Schommelende grondwaterstanden zijn een natuurlijk fenomeen en die schommelingen worden al zeer lang antropogeen beïnvloed (drainage en waterwinning), maar de uitdaging voor veel boomsoorten is dat deze schommelingen extremer worden door klimaatverandering. De boomsoorten die aangepast zijn om te groeien op (zeer) natte standplaatsen hebben het tijdens langdurige droogteperiodes zeer lastig als de grondwatertafel buiten het bereik van hun wortels komt en ze dan snel het loodje leggen. Voor standplaatsen die in normale omstandigheden (zeer) nat zijn, maar nu sporadisch ook veel droger zijn, moeten we dus op zoek gaan naar soorten die het verdragen om - voornamelijk in de winter - met hun voeten in het water te staan en tegelijk langdurige droogte (vooral in de lente en de zomer) te verdragen. Ook de bodemtextuur speelt hierbij een belangrijke rol: op lichte zandbodems vormt langdurige droogte veel sneller een groter probleem, omdat het watervasthoudend vermogen lager is dan op lemige en kleiige bodems. In de verschillende boomsoortenkeuzetools zal je ook vaststellen dat er niet veel soorten zijn die tegelijkertijd goed tegen zeer natte en zeer droge omstandigheden kunnen.

Boomsoortenkeuze

Naast tolerantie voor droogte en hittegolven, blijven standplaatsgeschiktheid en de doelstelling uiteraard ook een belangrijk criterium bij boomsoortenkeuze. Deze lijst beperkt zich tot hoofdzakelijk inheemse en enkele gekende uitheemse boomsoorten waarvan er voldoende gegevens beschikbaar zijn. Zeer waarschijnlijk zijn er ook andere uitheemse soorten die in de toekomst geschikt(er) zullen zijn voor Vlaanderen maar omdat er nog te weinig kennis hierover bestaat, schuiven we deze nog niet naar voor als evidente soorten.

1. Boomsoorten voor schommelende grondwatertafels: van (zeer) nat tot droog

Bomen zoals grauwe abeel, zomereik, haagbeuk en struiken zoals spork, hazelaar en eenstijlige meidoorn zijn soorten die op een breed pallet aan bodemtypes kunnen groeien en het verdragen om enerzijds een tijd in waterverzadigde bodem te staan maar anderzijds ook een zekere droogtetolerantie hebben. Daarentegen verdragen soorten van permanent natte gronden, zoals zwarte els, wilgen en zachte berk droogte niet goed.

2. Boomsoorten voor zeer natte bodems

We weten welke boom- en struiksoorten goed groeien op zeer natte bodems met jaarrond grondwater dat dicht tegen het maaiveld staat: zwarte els, zachte berk, zwarte populier, ratelpopulier, gewone vlier, wilde lijsterbes, zwarte bes, spork en allerlei wilgensoorten (o.a. grauwe wilg, schietwilg, kraakwilg). Op bodems die in het vegetatieseizoen droger worden, maar waarbij het grondwater niet dieper zakt dan 30 à 40 cm, komen hier nog heel wat soorten bij: Europese vogelkers, Gelderse roos, ruwe berk, zomereik, wintereik, grauwe abeel, wilde kers, gewone hazelaar, haagbeuk, iepensoorten, gewone es en cultuurpopulieren.

3. 'Algemene klimaatbomen' voor agroforestry in Vlaanderen

Hieronder presenteren we een aantal boomsoorten die volgens wetenschappelijke literatuur en veldwaarnemingen zeer waarschijnlijk geschikt zullen blijven voor Vlaanderen, met het oog op agroforestry. We richten ons op boomsoorten die in staat zijn om een doorgaande stam te ontwikkelen en dus geschikt zijn voor hoogwaardige toepassingen. We geven telkens een korte samenvatting van de kenmerken van de soort en linken dan door naar ofwel de fiche zoals die beschikbaar is op de Fichier écologique des essences (www.fichierecologique.be, Franstalig) en/of de European Atlas of Forest Tree Species (https://forest.jrc.ec.europa.eu/en/european-atlas/, Engelstalig).

Tabel 1. Samenvatting van geschikte soorten op basis van natte standplaats.

Boomsoort

BeschrijvingMeer info
Veldesdoorn/Spaanse aak (Acer campestre)Deze esdoornsoort is goed tolerant tegen droogte en hitte maar vreest periodiek natte gronden. Zure zandgrond is eveneens niet geschikt. Vormt vaak moeilijk een rechte, takvrije, doorgaande stam. Het hout van veldesdoorn is geen gangbare soort voor kwaliteitshout maar voor nichetoepassingen zoals instrumentenbouw bestaat er wel een markt.Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Noorse esdoorn (Acer platanoides)Deze esdoornsoort is goed tolerant tegen droogte en hitte. Vrij flexibel qua bodemvruchtbaarheid maar niet op zure zandgronden. Het hout van Noorse esdoorn kent zowel toepassing als timmerhout voor meubels, trappen enz. als voor nichetoepassingen (inlegwerk).Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Haagbeuk (Carpinus betulus)Haagbeuk is goed tolerant tegen droogte en hitte en verdraagt bovendien redelijk goed wisselende grondwaterstanden. Ook qua bodems bestrijkt deze soort een breed spectrum. Haagbeuk is vooral een zeer goede brandhoutsoort. Er bestaan echter ook nichetoepassingen zoals messenmakerswerk.Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Tamme kastanje (Castanea sativa)Vanaf 2 à 3 jaar na de aanplant is tamme kastanje goed tolerant tegen droogte en hitte. Zeer jonge bomen zijn wel gevoelig. Tamme kastanje groeit niet goed op periodiek natte gronden en verdraagt ook geen kalkrijke gronden. Het hout kent zeer veel toepassingen: van brandhout over palenhout tot fineer en meubelhout.Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Europese walnoot (Juglans regia), zwarte walnoot (Juglans nigra) en hybride walnoot (Juglans x intermedia)De Europese walnoot is goed tolerant tegen hitte maar is wel gevoelig voor droogte. Walnoot vraagt een rijke en zeker niet natte bodem. De zwarte walnoot (Juglans nigra) en de hybride walnoot (Juglans x intermedia) vormen makkelijker een rechte stam dan de Europese walnoot, maar zijn beide nog gevoeliger voor droogte. Het hout van deze drie walnootsoorten is zeer gewild voor allerlei hogere toepassingen en haalt ook hoge prijzen.J. regia: Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species | J. nigra: Fichier écologique des essences | J. x intermedia: Fichier écologique des essences
Wilde appel (Malus sylvestris)Wilde appel is een inheemse maar zeer zeldzame boomsoort in Vlaanderen. De soort is droogtetolerant en verdraagt goed hittegolven, is flexibel qua bodemtextuur maar vreest (periodiek) natte gronden. Het hout wordt gebruikt voor nichetoepassingen zoals instrumentenbouw en inlegwerk.Malus sylvestris - Pommier sauvage | ClimEssences - FEE-PM.pdf
Ratelpopulier (Populus tremula)Ratelpopulier verdraagt goed hittegolven maar kan minder goed tegen langdurige droogte. Hij groeit op allerlei bodemtexturen. Het hout kan gebruikt worden voor plaatmateriaal, lucifers, papier en andere minder hoogwaardige toepassingen.Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Grauwe abeel (Populus x canescens)Grauwe abeel heeft weinig problemen met hittegolven en groeit op alle bodemtexturen maar verdraagt slecht droogte. Het hout wordt gebruikt voor laagwaardige toepassingen (paletten, papier, plaatmateriaal) maar is soms ook gewild voor constructies (restauratie oude daken).FEE-PG.pdf
Cultuurpopulier (Populus euramericana, Populus interamericana & Populus asiamericana)Cultuurpopulieren zijn zeer snelle groeiers en hebben weinig last van hittegolven. De tolerantie tegen droogte is net zoals de geprefereerde standplaats verschillend tussen de beschikbare cultivars. Het hout wordt gebruikt voor laagwaardige toepassingen (paletten, papier, plaatmateriaal) maar mits een hoge stamkwaliteit kan het ook gebruikt worden voor fineer of andere hoogwaardige toepassingen.Fichier écologique des essences
Wilde peer (Pyrus pyraster)Wilde peer is een inheemse maar zeer zeldzame boomsoort in Vlaanderen. De soort is zeer droogtetolerant en verdraagt goed hittegolven, maar vraagt een zekere bodemrijkdom en vreest (periodiek) natte gronden. Het hout wordt gebruikt voor nichetoepassingen zoals instrumentenbouw en inlegwerk.Fichier écologique des essences
Wintereik (Quercus petraea)De wintereik tolereert zeer goed droogte en hittegolven en groeit op een zeer breed gamma aan bodems, enkel permanent natte standplaatsen zijn niet geschikt. Naar het hout van inlandse eik is er een constante vraag voor zeer veel toepassingen (constructies, timmerwerk, nichetoepassingen).Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Zomereik (Quercus robur)Er bestaat discussie, maar over het algemeen wordt zomereik beschouwd als minder droogtetolerant dan wintereik en gevoeliger voor hittegolven. Qua bodemtextuur is de zomereik ook zeer flexibel maar het is toch aanbevolen deze enkel toepassen op standplaatsen die minder droogtegevoelig zijn. Naar het hout van inlandse eik is er een constante vraag voor zeer veel toepassingen (constructies, timmerwerk, nichetoepassingen).Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Gewone lijsterbes (Sorbus aucuparia)Gewone lijsterbes groeit op zeer veel bodems en verdraagt periodiek zeer natte omstandigheden maar verdraagt geen kalkrijke grond. Hittegolven worden goed verdragen, maar langdurige droogte kan een probleem zijn. Vormt vaak moeilijk een rechte, takvrije, doorgaande stam. Het hout wordt gebruikt voor meubelmakerij en nichetoepassingen zoals instrumentenbouw en inlegwerk.Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species
Winterlinde (Tilia cordata) en zomerlinde (Tilia platyphyllos)Winterlinde groeit op veel verschillende standplaatsen. Enkel natte en/of zure (zand)grond worden niet goed verdragen. Zomerlinde is hier nog gevoeliger voor dan winterlinde. Beide soorten zijn goed droogtetolerant en verdragen hittegolven, zomerlinde nog beter dan winterlinde. Vormt vaak moeilijk een rechte, takvrije, doorgaande stam. Het hout is zeer zacht en kent daardoor vooral nichetoepassingen zoals houtsnijwerkkunst.T. cordata: Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species | T. platyphyllos: Fichier écologique des essences - European Atlas of Forest Tree Species

Hulp bij boomsoortenkeuze

Tegenwoordig worden steeds meer boomsoortenkeuzetools ontwikkeld die je kunnen helpen bij de (voor)selectie van soorten. Ondanks we adviseren om altijd een ervaringsdeskundige in te roepen voor een beoordeling, leggen we in Boomsoortenkeuzetools: hoe gebruik ik deze? - Agroforestry uit hoe je met tools een pre-selectie van boomsoorten kunt maken die matcht bij jouw nieuwe agroforestry project. Het Consortium Agroforestry Vlaanderen heeft de boomsoortenkeuzetool DENTRO ontwikkeld waar soorten zijn opgenomen die interessant zijn voor de Vlaamse context.

Tot slot

  • Door de klimaatverandering wordt het bij de aanplant van bomen in boslandbouw nog belangrijker om de best mogelijke condities te creëren: kwaliteitsvol, gezond en goed beworteld plantgoed, een goed aanplanttijdstip (november, december), de nodige bescherming van plantgoed bij transport en bewaring, een goede aanplanttechniek, geschikte bescherming tegen vee en/of wild.
  • Boomsoortenkeuze op periodiek (zeer) natte standplaatsen die door langdurige droogte meer en meer ook periodiek droog zijn, is extra moeilijk want er zijn maar weinig boomsoorten die een zeer natte standplaats verdragen en tegelijkertijd droogte goed tolereren. In functie van biodiversiteit maar ook risicospreiding is het altijd een goed idee om verschillende boom- en struiksoorten te mengen. Vraag steeds advies aan de boomkweker, niet alleen qua soortenkeuze maar ook om te informeren naar de op dat moment beschikbare en meest geschikte rassen en/of onderstammen (in het geval van fruit- of notenbomen).
  • In boslandbouw zijn er minder juridische beperkingen wat soortenkeuze betreft dan in bosbouw. Daarom kan boslandbouw fungeren als een experimenteerruimte om veelbelovende uitheemse soorten uit te testen die in een gewijzigd klimaat ook in Vlaanderen goede groeicondities (zullen) kennen. Wetenschappelijke onderbouwing en de nodige voorzorgen op vlak van invasiviteit of andere potentiële nadelen zijn hierbij een belangrijke randvoorwaarde.

Bronnen

Meer lezen?

elsbes
Elsbes, een droogtetolerante boomsoort die zeer waardevol hout produceert en geschikt is in een agroforestrycontext. Correcte en tijdige begeleidingssnoei is wel noodzakelijk.

Ook interessant

Informatiefiche 22/02/2026

Teelt van paulownia in Vlaanderen: droom of realiteit?

Paulownia Afbeelding1
Met deze fiche geven we een overzicht van wat we op dit moment (voorjaar 2026) weten over de teelt van Paulownia en of en hoe deze teelt eventueel kan passen in een Vlaams agroforestrysysteem.