FAQ / Veelgestelde vragen
Het is zeldzaam dat er geen vragen worden gesteld als iemand start met agroforestry. Als extra ondersteuning zetten we daarom veel gestelde vragen op een rij. Deze vragen zijn onderdeel van onze nieuwe FAQtsheets reeks (PDF) die je kunt terugvinden via Veelgestelde vragen. Bevind je je in een specifieke situatie en heb je vragen voor het Consortium Agroforestry Vlaanderen die niet worden beantwoord via deze pagina? Contacteer ons dan gerust via mail: info@agroforestryvlaanderen.be. Het is ook mogelijk om vragen rond subsidies, wet- en regelgeving direct aan het Agentschap Landbouw en Zeevisserij te stellen via mail: info@lv.vlaanderen.be.
Op deze pagina
- Hoe kan ik me registreren als (nieuwe) agroforestry-landbouwer?
- Hoe een voedselbos opstarten in agrarisch gebied in Vlaanderen?
- Wat is de standaardverdiencapaciteit en hoe wordt die berekend?
Hoe kan ik me registreren als (nieuwe) agroforestry-landbouwer?
Om te kunnen starten met de landbouwactiviteiten hoef je op zich niets te doen: daar heb je geen toestemming van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij voor nodig (op enkele uitzonderingen, zoals hennepteelt na). Maar onder bepaalde omstandigheden is een registratie van je landbouwgebruik wel verplicht. Registratie als landbouwer gebeurt via het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Informatie over hoe je je als landbouwer moet identificeren, een exploitatienummer moet aanvragen en hoe je een bedrijfsovername moet melden, vind je hier terug. Via die link vind je onder meer ook de fiche ‘Identificatie als landbouwer’, die omschrijft onder welke omstandigheden die identificatie noodzakelijk is. Dat is zo in de volgende gevallen:
- Je bent aangifteplichtig bij de VLM (Vlaamse Landmaatschappij) in het kader van het Mestdecreet. Dat is het geval als je minstens 2 ha landbouwgrond of minstens 50 are groeimedium of minstens 50 are permanent overkapte landbouwgrond in gebruik hebt of op jaarbasis een bepaalde hoeveelheid fosfaat uit dierlijke meststoffen produceert of opgeslagen hebt.
- Je wil mest aan- of afvoeren of een inscharingscontract afsluiten.
- Je wil steun aanvragen bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, bij de VLM of bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.
- Je wil uw bedrijf laten certificeren voor de biologische productie door een erkend controleorgaan
- Je teelt een speciale teelt (bv. hennep), je vermeerdert zaaizaad of pootgoed.
Op basis van de identificatie krijg je een landbouwernummer toegekend en zal je een verzamelaanvraag moeten indienen. Dat kan een eenmalige indiening zijn, of een jaarlijks verplichte indiening, al naar gelang je bedrijfsactiviteiten.
Voor meer info over de te vervullen formaliteiten kan je terecht bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Neen. Als je geïdentificeerd bent als landbouwer bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, betekent dit niet dat je automatisch ‘actieve landbouwer’ bent in het kader van het GLB (Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Dit laatste is een vereiste om rechtstreekse betalingen en bepaalde andere subsidies te kunnen ontvangen.
Om uit te zoeken of je al dan niet tot de categorie van ‘Actieve landbouwer’ kan behoren, kan je deze website raadplegen of contact opnemen met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Maar omgekeerd geldt het volgende: ook als je geen GLB-actieve landbouwer bent, kan je dus aangifteplichtig zijn (zie hiervoor) en moet je je identificeren als landbouwer en een verzamelaanvraag invullen.
Bij de registratie als landbouwer dien je een formulier in te vullen met aanduiding van de bedrijfsspecialisatie. Die aanduiding is richtinggevend, en hier zal je geen specificatie voedselbos of agroforestry terugvinden. Afhankelijk van welke gewassen je in je voedselbos/agroforestry opneemt, kan je daar wel de meest passende kiezen of eventueel bij andere activiteiten specifieker vermelden dat je met agroforestry of voedselbos aan de slag gaat.
Niet-actieve landbouwers die voldoen aan alle perceelsgerelateerde voorwaarden (inclusief landbouwnummer) kunnen een agroforestrysysteem in functie van rechtszekerheid registreren via de verzamelaanvraag. Concreet moet dat gebeuren door bij teelttechniek – gespecialiseerde productiemethode de code “BL” te kiezen. Dit geldt ook voor actieve landbouwers die zonder subsidie aanplanten maar wel willen registreren. De aanplantsubsidie (BLS) en onderhoudssubsidie (BLO) kunnen onder de nieuwe voorwaarden vanaf 2023 echter enkel verkregen worden door actieve landbouwers
Officiële registratie van een perceel als agroforestry (boslandbouw) perceel, gebeurt enkel via de verzamelaanvraag in het kader van de aanvraag van de aanplantsubsidie (code BLS), onderhoudssubsidie (code BLO) of registratie van je perceel als boslandbouwperceel los van enige subsidie (code BL). Meer uitleg over die steunmaatregelen vind je hier.
Op de website van Steunpunt Korte Keten, vind je alvast dit handig overzicht en kan je deze startersbrochure raadplegen.
Een waardevolle keuze waar het een en ander bij komt kijken op vlak van registratie, controle en wettelijke bepalingen. Anderzijds is er ook heel wat financiële ondersteuning waarop je beroep kunt doen. Een goed vertrekpunt om je te informeren, is de website van Bioforum. Als bioboer, als voedingsbedrijf maar ook als bio verkooppunt, vind je hier heel wat informatie, tools, brochures en contactgegevens. Bio zoekt Boer begeleidt je met al je vragen rond omschakeling naar biologische landbouw. Dit kunnen vragen zijn rond wetgeving, premies, controle, fasering van de omschakeling, enz. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij verleent subsidies, erkent de controleorganen en coördineert de reglementering.
Inleiding
Voor wie start in de landbouw is niet alleen de nodige beroepskennis en een beschikbaar areaal van belang, maar komt er ook administratief werk bij kijken. In deze FAQtsheet gaan we specifiek in op het administratieve luik van landbouwer worden. Hoe zit dat op vlak van registratie, regelgeving en mogelijke financiële ondersteuning? Vanaf wanneer word ik GLB-actieve landbouwer? En als ik niet erkend word als actieve landbouwer, moet ik me dan toch registreren?
Hoe word ik landbouwer? En vanaf wanneer moet ik mij registreren?
Om te kunnen starten met de landbouwactiviteiten hoef je op zich niets te doen: daar heb je geen toestemming van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij voor nodig (op enkele uitzonderingen, zoals hennepteelt na). Maar onder bepaalde omstandigheden is een registratie van je landbouwgebruik wel verplicht. Registratie als landbouwer gebeurt via het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Informatie over hoe je je als landbouwer moet identificeren, een exploitatienummer moet aanvragen en hoe je een bedrijfsovername moet melden, vind je hier terug. Via die link vind je onder meer ook de fiche ‘Identificatie als landbouwer’, die omschrijft onder welke omstandigheden die identificatie noodzakelijk is. Dat is zo in de volgende gevallen:
- Je bent aangifteplichtig bij de VLM (Vlaamse Landmaatschappij) in het kader van het Mestdecreet. Dat is het geval als je minstens 2 ha landbouwgrond of minstens 50 are groeimedium of minstens 50 are permanent overkapte landbouwgrond in gebruik hebt of op jaarbasis een bepaalde hoeveelheid fosfaat uit dierlijke meststoffen produceert of opgeslagen hebt.
- Je wil mest aan- of afvoeren of een inscharingscontract afsluiten.
- Je wil steun aanvragen bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, bij de VLM of bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.
- Je wil uw bedrijf laten certificeren voor de biologische productie door een erkend controleorgaan
- Je teelt een speciale teelt (bv. hennep), je vermeerdert zaaizaad of pootgoed.
Op basis van de identificatie krijg je een landbouwernummer toegekend en zal je een verzamelaanvraag moeten indienen. Dat kan een eenmalige indiening zijn, of een jaarlijks verplichte indiening, al naar gelang je bedrijfsactiviteiten.
Voor meer info over de te vervullen formaliteiten kan je terecht bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Ben ik na registratie ook automatisch “GLB-actieve landbouwer”?
Neen. Als je geïdentificeerd bent als landbouwer bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, betekent dit niet dat je automatisch ‘actieve landbouwer’ bent in het kader van het GLB (Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Dit laatste is een vereiste om rechtstreekse betalingen en bepaalde andere subsidies te kunnen ontvangen.
Om uit te zoeken of je al dan niet tot de categorie van ‘Actieve landbouwer’ kan behoren, kan je deze website raadplegen of contact opnemen met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Maar omgekeerd geldt het volgende: ook als je geen GLB-actieve landbouwer bent, kan je dus aangifteplichtig zijn (zie hiervoor) en moet je je identificeren als landbouwer en een verzamelaanvraag invullen.
Registratie als agroforestry- of voedselbosboer, kan dat?
Bij de registratie als landbouwer dien je een formulier in te vullen met aanduiding van de bedrijfsspecialisatie. Die aanduiding is richtinggevend, en hier zal je geen specificatie voedselbos of agroforestry terugvinden. Afhankelijk van welke gewassen je in je voedselbos/agroforestry opneemt, kan je daar wel de meest passende kiezen of eventueel bij andere activiteiten specifieker vermelden dat je met agroforestry of voedselbos aan de slag gaat.
Niet-actieve landbouwers die voldoen aan alle perceelsgerelateerde voorwaarden (inclusief landbouwnummer) kunnen een agroforestrysysteem in functie van rechtszekerheid registreren via de verzamelaanvraag. Concreet moet dat gebeuren door bij teelttechniek – gespecialiseerde productiemethode de code “BL” te kiezen. Dit geldt ook voor actieve landbouwers die zonder subsidie aanplanten maar wel willen registreren. De aanplantsubsidie (BLS) en onderhoudssubsidie (BLO) kunnen onder de nieuwe voorwaarden vanaf 2023 echter enkel verkregen worden door actieve landbouwers
Officiële registratie van een perceel als agroforestry (boslandbouw) perceel, gebeurt enkel via de verzamelaanvraag in het kader van de aanvraag van de aanplantsubsidie (code BLS), onderhoudssubsidie (code BLO) of registratie van je perceel als boslandbouwperceel los van enige subsidie (code BL). Meer uitleg over die steunmaatregelen vind je hier.
Wat als ik (nieuwe) landbouwer word in de korte keten?
Op de website van Steunpunt Korte Keten, vind je alvast dit handig overzicht en kan je deze startersbrochure raadplegen.
Biologisch boeren en bio producten verwerken en verkopen
Een waardevolle keuze waar het een en ander bij komt kijken op vlak van registratie, controle en wettelijke bepalingen. Anderzijds is er ook heel wat financiële ondersteuning waarop je beroep kunt doen. Een goed vertrekpunt om je te informeren, is de website van Bioforum. Als bioboer, als voedingsbedrijf maar ook als bio verkooppunt, vind je hier heel wat informatie, tools, brochures en contactgegevens. Bio zoekt Boer begeleidt je met al je vragen rond omschakeling naar biologische landbouw. Dit kunnen vragen zijn rond wetgeving, premies, controle, fasering van de omschakeling, enz. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij verleent subsidies, erkent de controleorganen en coördineert de reglementering.
Tot slot
In deze FAQtsheet zijn de meest gestelde vragen beknopt samengevat. Wil je meer lezen over de registratie van een agroforestry landbouwer? Dan raden we je aan om naar Beleid, wetgeving & subsidie - Agroforestry te gaan.
Bevind je je in een specifieke situatie en heb je daarover vragen voor het Consortium Agroforestry Vlaanderen? Contacteer ons dan via mail: info@agroforestryvlaanderen.be. Het is ook mogelijk om direct het Agentschap Landbouw en Zeevisserij te contacteren via mail: info@lv.vlaanderen.be.
Hoe een voedselbos opstarten in agrarisch gebied in Vlaanderen?
Om te weten of je bomen mag planten, is de eerste stap om te controleren welk bestemmingsgebied je perceel of percelen hebben. Hiervoor kun je je perceel opzoeken in Geopunt | Digitaal Vlaanderen. Ga naar de website, zoom in op je perceel en klik op je perceel. Als het goed is, zie je nu in het linker zijpaneel informatie over het kadastraal perceelnummer (check of dit klopt).
Klik nu op het icoon ‘kaartlagen’ rechtsonder het scherm. Een pop-up verschijnt en daar kun je in de zoekbalk ‘gewestplan’ intypen. Vink vervolgens ‘Gewestplan’ aan. De kaart toont nu kleuren per bestemming: Geel = agrarisch, Groen = bos, Rood = woongebied, Blauw = recreatiegebied en Wit of grijs = zone zonder specifieke gewestplanbestemming. In het linker zijpaneel zie je nu de bestemmingszone van het gewestplan en informatie over aanvullende plannen.
Naast Geopunt zijn er twee andere websites die je kunt raadplegen, waarvan de info recenter is dan Geopunt. Namelijk via open geodata Open geodata: landbouwgebruikspercelen | Landbouw & Visserij (2 voorlopige en 1 definitieve, verrijkte downloads) en Geoloket Geoloket landbouw | Landbouw & Visserij: puntbevragingen op perceelsniveau (real time data).
Ligt je perceel in agrarisch gebied (geel gekleurd in Geopunt), dan is bosaanplant mogelijk, maar hiervoor heb je wel een vergunning van het college van burgemeester en schepenen (artikel 35bis van het veldwetboek) nodig (Bomen planten: vergunningen en regels | Dienstensite Natuur & Bos) én een advies van het Agentschap Natuur en Bos.
Meer uitleg over of je een bos mag aanplanten, vind je hier: Mag ik zelf bos aanplanten? Hoe doe je dat: bomen planten? | Dienstensite Natuur & Bos.
Ga terug naar Geopunt en vink de volgende kaartlagen aan: Natura 2000 / Speciale Beschermingszone (SBZ), Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), historisch permanente graslanden (HPG), Gewestplan RUP (Ruimtelijke UitvoeringsPlannen) en Klein LandschapsElement (KLE) of erfgoedelement. Deze kaartlagen kun je intypen in de zoekbalk of vinden via ‘natuur en milieu’ > ‘natuur’. Ligt je perceel in een van bovengenoemde gebieden, dan is de kans aanwezig dat het verboden is om bomen te planten of heb je extra ontheffingen, vergunningen of beoordelingen nodig om je voedselbos te kunnen realiseren. In onderstaande tabel hebben we een overzicht gemaakt van de belangrijkste zones:
Tabel 1. Overzicht van welke zones in Vlaanderen het wel of niet toestaan om bomen te planten met bijbehorende uitleg of voorwaarden en links.
Zone | Mag je bomen aanplanten? | Uitleg of voorwaarden | Links |
Agrarisch gebied | Ja, mits voorwaarden | Een vergunning van het college van burgemeester en schepenen én een advies van het Agentschap Natuur en Bos. | Bomen planten: vergunningen en regels | Dienstensite Natuur & Bos |
Natura 2000 of SBZ | Nee | Omgevingsvergunning | Vegetatiewijzigingen zijn vergunningsplichtig en een passende beoordeling moet worden opgemaakt. Ligt jouw aanplantingsgebied in SBZ, neem dan contact op met Natuur en Bos. |
VEN | Nee | Algemeen verbod op het wijzigen van vegetaties en kleine landschapselementen en reliëfwijzigingen is verboden | |
HPG | Nee | Verboden of onderworpen aan de vergunningsplicht vanuit het natuurdecreet* | |
KLE of erfgoedelement | Nee | Holle wegen, graften en bronnen zijn verboden te wijzigen | |
Langs wegen, waterwegen, spoorwegen, tramleidingen, nutsleidingen… | Soms* | Specifieke afstandsregels moeten gerespecteerd worden. Afstandsregels variëren per type weg of leiding. | Bomen planten: wetgeving andere dan het Burgerlijk Wetboek en Veldwetboek | Ecopedia |
* dit hangt af van de ligging
Om bomen en struiken te planten die niet als een bos beschouwd kunnen worden (zie hier voor definitie bos), heb je geen enkele vergunning nodig. Je moet wel rekening houden met de in het burgerlijk wetboek vastgelegde afstandsregels: alles dat hoger wordt dan 2 m moet op minimum 2 m van de perceelsgrenzen, alles dat lager blijf dan 2 m moet op minimum 0,5 m van de perceelsgrens. Tenzij er anders overeengekomen wordt natuurlijk met de buur, maar dan laat je dat wel best notarieel vastleggen (eigenaarswissels indachtig).
Het is van belang dat je voedselbos niet als bos wordt aangezien volgens het bosdescreet. In het bosdescreet is voedselverkoop in principe niet toegelaten. De volgende vormen van agroforestry zijn expliciet opgenomen als ‘geen bos’ in het bosdescreet: fruitboomgaarden, nieuwe en geregistreerde boslandbouw, korte-omloophout en houtkanten smaller dan 10 m. Als je een voedselbos wilt opstarten, is het aangeraden om ervoor te zorgen dat je aanplant als een van de bovengenoemde vormen kan worden beschouwd. Zie meer info hierover in dit Draaiboek Voedselbossen in de Vlaamse landbouwcontext.
Bij de verkoop van voedselproducten dien je ook rekening te houden met de regels rond voedselveiligheid. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) is bevoegd voor voedselveiligheid. Meer info op https://www.favv-afsca.be/professionelen/. Op zoek naar specifieke informatie over uw verplichtingen inzake voedselveiligheid? Als producent vind je info in verband met de Goede Hygiëne Praktijken (GPH’s) via deze link. Als distributeur vind je Quick Start Fiches & AC (autocontrole) gidsen via deze link.
In deze infofiche vind je meer informatie over de regelgeving van de verwerking en vermarkting van fruit en noten.
Het Consortium raadt aan om een landbouwnummer aan te vragen, dit kan bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij: https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/identificatie-wijziging-bedrijfsgegevens/identificatie-en-melding. Daarbij kun je je perceel registreren als een boslandbouwperceel. Dit houdt in dat je op het perceel een teeltcode in de verzamelaanvraag moet aangeven, vb. gemengde fruitteelt, of bessenteelt of permacultuur: https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/verzamelaanvraag-randvoorwaarden/verzamelaanvraag en dat je de opgaande grote bomen registreert als boslandbouwcomponent. Deze registratie geeft dan een grote mate van rechtszekerheid, ook als je zelf niet in aanmerking komt voor subsidie.
Voor actieve landbouwers bestaan er verschillende steunmaatregelen, variërend van ecoregelingen, VLIF-steun, enzovoort. Een interessante steunmaatregel is de Boslandbouwaanplantsubsidie (BLS) en Boslandbouwonderhoudssubsidie (BLO). Hiervoor dien je wel te voldoen aan de subsidievoorwaarden voor boslandbouw: https://www.agroforestryvlaanderen.be/nl/nieuws/boslandbouwsubsidie-voor-aanplant.
Daarnaast kan je als actieve landbouwer een aanvraag indienen om (deels) de kost voor je opleiding of advies terug te krijgen via de kennisportefeuille. In geval van lokale steunmaatregelen dien je te kijken naar de regels van de gemeente waarin je perceel zich bevindt: vaak moet minstens 50% van de eigen producten worden verkocht in de hoevewinkel.
Als actieve landbouwer kun je ook terecht bij de steun voor ‘niet-productieve investeringen’ (bijvoorbeeld bevordering van biodiversiteit) via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Voor voedselbossen is er wel een belangrijk aandachtspunt: voor behoud van VLIF-steun geldt de voorwaarde dat max. 50% van de inkomsten mogen komen van 'inkomsten verbrede landbouw', zoals workshops, rondleidingen en verwerking van eigen producten door derden (bv. confituur en fruitsap). Meer informatie en voorwaarden vind je hier VLIF Niet-productieve investeringen voor milieu- en klimaatdoelen | Landbouw en Zeevisserij.
De meeste steunmaatregelen gaan via het GLB, maar deze zijn echter enkel beschikbaar voor actieve landbouwers. Heb je deze status niet, dan zijn er alternatieven. Aangezien provincies of gemeenten specifieke doelen hebben, kan het zijn dat ze subsidies verstrekken. Neem contact op met de provincie of gemeente waar jouw perceel of percelen in gelegen zijn en vraag na welke lokale subsidies beschikbaar zijn (en van toepassing zijn voor jouw voedselbosproject). Vanuit de VLM kunnen gemeenten, provincies en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden subsidies krijgen voor onder andere het aanplanten of versterken van houtkanten – hiervoor moet je een aanvraag indienen bij de VLM.
In sommige gevallen kan crowdfunding een mogelijke aanvullende financieringsbron vormen, vooral als dit online verspreid is via een eigen website en idealiter ook via sociale media (denk daarbij aan Facebook en Instagram). Hiervoor is het belangrijk dat je website up-to-date is met sfeerplaatjes en -video’s, nuttige informatie (bedrijfsportret, toekomstvisie, wie zijn de boer(inn)en, voedselbosproject, agenda, waar zijn je producten te vinden, links naar je sociale media kanalen etc.) en een pagina voor je crowdfundingactie. Voor crowdfunding is het belangrijk dat je project geloofwaardig en haalbaar is. Communiceer duidelijk je doel (bv. 1.000 euro) en wat je met dit bedrag kunt verwezenlijken (bv. met deze 1.000 euro kunnen we 20 appelbomen aanplanten). Vervolgens kun je, als je het geld bij elkaar hebt verzameld, foto’s of video’s maken en deze op de website plaatsen met een dankwoord gericht aan iedereen die heeft bijgedragen. Daarbij kan een goede website nuttig zijn om bv. vrijwilligers op te roepen om je te komen helpen bij de aanplant en rondleidingen en workshops aan te kondigen. Een voorbeeld van een crowdfundactie kan je hier terugvinden: DoeVELLEVoeD: crowdfunding voor een voedselbos in Temse.
Inleiding
Bomen zijn welkom, maar niet zomaar overal. De Vlaamse wet- en regelgeving leert ons dat de aanplant van bomen gepland, doordacht en afgestemd dient te gebeuren. Je zult dus met een aantal belangrijke zaken rekening dienen te houden vooraleer je een voedselbos mag opstarten in agrarisch gebied. Dit geldt niet enkel voor het planten van bomen, maar ook voor de verkoop van producten uit je voedselbos. We zetten hier de belangrijkste spelregels en veel gestelde vragen op een rij.
Hoe kan ik het bestemmingsgebied van mijn perceel opzoeken?
Om te weten of je bomen mag planten, is de eerste stap om te controleren welk bestemmingsgebied je perceel of percelen hebben. Hiervoor kun je je perceel opzoeken in Geopunt | Digitaal Vlaanderen. Ga naar de website, zoom in op je perceel en klik op je perceel. Als het goed is, zie je nu in het linker zijpaneel informatie over het kadastraal perceelnummer (check of dit klopt).
Klik nu op het icoon ‘kaartlagen’ rechtsonder het scherm. Een pop-up verschijnt en daar kun je in de zoekbalk ‘gewestplan’ intypen. Vink vervolgens ‘Gewestplan’ aan. De kaart toont nu kleuren per bestemming: Geel = agrarisch, Groen = bos, Rood = woongebied, Blauw = recreatiegebied en Wit of grijs = zone zonder specifieke gewestplanbestemming. In het linker zijpaneel zie je nu de bestemmingszone van het gewestplan en informatie over aanvullende plannen.
Naast Geopunt zijn er twee andere websites die je kunt raadplegen, waarvan de info recenter is dan Geopunt. Namelijk via open geodata Open geodata: landbouwgebruikspercelen | Landbouw & Visserij (2 voorlopige en 1 definitieve, verrijkte downloads) en Geoloket Geoloket landbouw | Landbouw & Visserij: puntbevragingen op perceelsniveau (real time data).
Mijn perceel ligt in agrarisch gebied: wat zijn hier de spelregels?
Ligt je perceel in agrarisch gebied (geel gekleurd in Geopunt), dan is bosaanplant mogelijk, maar hiervoor heb je wel een vergunning van het college van burgemeester en schepenen (artikel 35bis van het veldwetboek) nodig (Bomen planten: vergunningen en regels | Dienstensite Natuur & Bos) én een advies van het Agentschap Natuur en Bos.
Meer uitleg over of je een bos mag aanplanten, vind je hier: Mag ik zelf bos aanplanten? Hoe doe je dat: bomen planten? | Dienstensite Natuur & Bos.
Mijn perceel ligt niet in agrarisch gebied: wat zijn hier de spelregels?
Ga terug naar Geopunt en vink de volgende kaartlagen aan: Natura 2000 / Speciale Beschermingszone (SBZ), Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), historisch permanente graslanden (HPG), Gewestplan RUP (Ruimtelijke UitvoeringsPlannen) en Klein LandschapsElement (KLE) of erfgoedelement. Deze kaartlagen kun je intypen in de zoekbalk of vinden via ‘natuur en milieu’ > ‘natuur’. Ligt je perceel in een van bovengenoemde gebieden, dan is de kans aanwezig dat het verboden is om bomen te planten of heb je extra ontheffingen, vergunningen of beoordelingen nodig om je voedselbos te kunnen realiseren. In onderstaande tabel hebben we een overzicht gemaakt van de belangrijkste zones:
Tabel 1. Overzicht van welke zones in Vlaanderen het wel of niet toestaan om bomen te planten met bijbehorende uitleg of voorwaarden en links.
Zone |
Mag je bomen aanplanten? |
Uitleg of voorwaarden |
Links |
Agrarisch gebied |
Ja, mits voorwaarden |
Een vergunning van het college van burgemeester en schepenen én een advies van het Agentschap Natuur en Bos. |
Bomen planten: vergunningen en regels | Dienstensite Natuur & Bos |
Natura 2000 of SBZ |
Nee |
Omgevingsvergunning |
Vegetatiewijzigingen zijn vergunningsplichtig en een passende beoordeling moet worden opgemaakt. Ligt jouw aanplantingsgebied in SBZ, neem dan contact op met Natuur en Bos. |
VEN |
Nee |
Algemeen verbod op het wijzigen van vegetaties en kleine landschapselementen en reliëfwijzigingen is verboden |
|
HPG |
Nee |
Verboden of onderworpen aan de vergunningsplicht vanuit het natuurdecreet* |
|
KLE of erfgoedelement |
Nee |
Holle wegen, graften en bronnen zijn verboden te wijzigen |
|
Langs wegen, waterwegen, spoorwegen, tramleidingen, nutsleidingen… |
Soms* |
Specifieke afstandsregels moeten gerespecteerd worden. Afstandsregels variëren per type weg of leiding. |
Bomen planten: wetgeving andere dan het Burgerlijk Wetboek en Veldwetboek | Ecopedia |
* dit hangt af van de ligging
Hoe zit het met de afstandsregels?
Om bomen en struiken te planten die niet als een bos beschouwd kunnen worden (zie hier voor definitie bos), heb je geen enkele vergunning nodig. Je moet wel rekening houden met de in het burgerlijk wetboek vastgelegde afstandsregels: alles dat hoger wordt dan 2 m moet op minimum 2 m van de perceelsgrenzen, alles dat lager blijf dan 2 m moet op minimum 0,5 m van de perceelsgrens. Tenzij er anders overeengekomen wordt natuurlijk met de buur, maar dan laat je dat wel best notarieel vastleggen (eigenaarswissels indachtig).
Ik wil voedselbosproducten verkopen: wanneer mag dat?
Het is van belang dat je voedselbos niet als bos wordt aangezien volgens het bosdescreet. In het bosdescreet is voedselverkoop in principe niet toegelaten. De volgende vormen van agroforestry zijn expliciet opgenomen als ‘geen bos’ in het bosdescreet: fruitboomgaarden, nieuwe en geregistreerde boslandbouw, korte-omloophout en houtkanten smaller dan 10 m. Als je een voedselbos wilt opstarten, is het aangeraden om ervoor te zorgen dat je aanplant als een van de bovengenoemde vormen kan worden beschouwd. Zie meer info hierover in dit Draaiboek Voedselbossen in de Vlaamse landbouwcontext.
Bij de verkoop van voedselproducten dien je ook rekening te houden met de regels rond voedselveiligheid. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) is bevoegd voor voedselveiligheid. Meer info op https://www.favv-afsca.be/professionelen/. Op zoek naar specifieke informatie over uw verplichtingen inzake voedselveiligheid? Als producent vind je info in verband met de Goede Hygiëne Praktijken (GPH’s) via deze link. Als distributeur vind je Quick Start Fiches & AC (autocontrole) gidsen via deze link.
In deze infofiche vind je meer informatie over de regelgeving van de verwerking en vermarkting van fruit en noten.
Vraag ik een landbouwnummer aan als ik een voedselbos opstart?
Het Consortium raadt aan om een landbouwnummer aan te vragen, dit kan bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij: https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/identificatie-wijziging-bedrijfsgegevens/identificatie-en-melding. Daarbij kun je je perceel registreren als een boslandbouwperceel. Dit houdt in dat je op het perceel een teeltcode in de verzamelaanvraag moet aangeven, vb. gemengde fruitteelt, of bessenteelt of permacultuur: https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/verzamelaanvraag-randvoorwaarden/verzamelaanvraag en dat je de opgaande grote bomen registreert als boslandbouwcomponent. Deze registratie geeft dan een grote mate van rechtszekerheid, ook als je zelf niet in aanmerking komt voor subsidie.
Welke steunmaatregelen zijn er voor actieve landbouwers?
Voor actieve landbouwers bestaan er verschillende steunmaatregelen, variërend van ecoregelingen, VLIF-steun, enzovoort. Een interessante steunmaatregel is de Boslandbouwaanplantsubsidie (BLS) en Boslandbouwonderhoudssubsidie (BLO). Hiervoor dien je wel te voldoen aan de subsidievoorwaarden voor boslandbouw: https://www.agroforestryvlaanderen.be/nl/nieuws/boslandbouwsubsidie-voor-aanplant.
Daarnaast kan je als actieve landbouwer een aanvraag indienen om (deels) de kost voor je opleiding of advies terug te krijgen via de kennisportefeuille. In geval van lokale steunmaatregelen dien je te kijken naar de regels van de gemeente waarin je perceel zich bevindt: vaak moet minstens 50% van de eigen producten worden verkocht in de hoevewinkel.
Als actieve landbouwer kun je ook terecht bij de steun voor ‘niet-productieve investeringen’ (bijvoorbeeld bevordering van biodiversiteit) via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Voor voedselbossen is er wel een belangrijk aandachtspunt: voor behoud van VLIF-steun geldt de voorwaarde dat max. 50% van de inkomsten mogen komen van 'inkomsten verbrede landbouw', zoals workshops, rondleidingen en verwerking van eigen producten door derden (bv. confituur en fruitsap). Meer informatie en voorwaarden vind je hier VLIF Niet-productieve investeringen voor milieu- en klimaatdoelen | Landbouw en Zeevisserij.
Welke steunmaatregelen zijn er voor niet-actieve landbouwers?
De meeste steunmaatregelen gaan via het GLB, maar deze zijn echter enkel beschikbaar voor actieve landbouwers. Heb je deze status niet, dan zijn er alternatieven. Aangezien provincies of gemeenten specifieke doelen hebben, kan het zijn dat ze subsidies verstrekken. Neem contact op met de provincie of gemeente waar jouw perceel of percelen in gelegen zijn en vraag na welke lokale subsidies beschikbaar zijn (en van toepassing zijn voor jouw voedselbosproject). Vanuit de VLM kunnen gemeenten, provincies en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden subsidies krijgen voor onder andere het aanplanten of versterken van houtkanten – hiervoor moet je een aanvraag indienen bij de VLM.
In sommige gevallen kan crowdfunding een mogelijke aanvullende financieringsbron vormen, vooral als dit online verspreid is via een eigen website en idealiter ook via sociale media (denk daarbij aan Facebook en Instagram). Hiervoor is het belangrijk dat je website up-to-date is met sfeerplaatjes en -video’s, nuttige informatie (bedrijfsportret, toekomstvisie, wie zijn de boer(inn)en, voedselbosproject, agenda, waar zijn je producten te vinden, links naar je sociale media kanalen etc.) en een pagina voor je crowdfundingactie. Voor crowdfunding is het belangrijk dat je project geloofwaardig en haalbaar is. Communiceer duidelijk je doel (bv. 1.000 euro) en wat je met dit bedrag kunt verwezenlijken (bv. met deze 1.000 euro kunnen we 20 appelbomen aanplanten). Vervolgens kun je, als je het geld bij elkaar hebt verzameld, foto’s of video’s maken en deze op de website plaatsen met een dankwoord gericht aan iedereen die heeft bijgedragen. Daarbij kan een goede website nuttig zijn om bv. vrijwilligers op te roepen om je te komen helpen bij de aanplant en rondleidingen en workshops aan te kondigen. Een voorbeeld van een crowdfundactie kan je hier terugvinden: DoeVELLEVoeD: crowdfunding voor een voedselbos in Temse.
Tot slot
In deze FAQtsheet zijn de meest gestelde vragen beknopt samengevat. Wil je meer lezen over de wet- en regelgeving van voedselbossen en agroforestry in Vlaanderen? Dan raden we je deze links aan:
- wetgeving-aanplant-beheer - Agroforestry
- https://www.agroforestryvlaanderen.be/nl/kennisloket/voedselbos?type=information-sheet
Bevind je je in een specifieke situatie en heb je daarover vragen voor het Consortium Agroforestry Vlaanderen? Contacteer ons dan via mail: info@agroforestryvlaanderen.be. Het is ook mogelijk om direct het Agentschap Landbouw en Zeevisserij te contacteren via mail: info@lv.vlaanderen.be.
Wat is de standaardverdiencapaciteit en hoe wordt die berekend?
Om in aanmerking te komen voor heel wat GLB-steunmaatregelen, inclusief de aanplant- en onderhoudssubsidie voor boslandbouw in Vlaanderen, dien je te voldoen aan de definitie van GLB Actieve Landbouwer.
Als één van de voorwaarden om aan die definitie te voldoen, wordt op bedrijfsniveau de standaardverdiencapaciteit (SVC) berekend. Die SVC is niet hetzelfde als wat het bedrijf effectief verdient, maar is een inschatting van het inkomen van het bedrijf om grond, arbeid en kapitaal mee te vergoeden (het potentieel factorinkomen). Bij de berekening baseert men zich op een aantal veronderstellingen.
De minimum SVC voor erkenning als GLB-Actieve Landbouwer bedraagt:
- € 7.500 (standaard)
- € 3.000 (voor bio-landbouwers en starters)
Bij (toekomstige) agroforestry toepassers rijzen vaak vragen rond de berekening van de SVC. Agroforestry- en voedselbossystemen passen vaak niet in het stramien van de standaard modelmatige berekening van de SVC, omwille van:
- De combinatie van meerdere teelten op één perceel;
- De aanwezigheid van minder klassieke teelten zoals noten, kleinfruit, hoogstam pitfruit maar ook hout (biomassa of kwaliteitshout), paddenstoelen, voederbomen, ...;
- Opbrengsten die in de toekomst liggen.
In deze fiche geven we duiding op welke manier de SVC standaard berekend wordt bij agroforestrysystemen (bij de administraties beter gekend onder de naam ‘boslandbouw’) en wat je kan doen als jouw SVC door die berekeningswijze onterecht te laag uitkomt.
De Standaardverdiencapaciteit (SVC) van een landbouwbedrijf is een inschatting van het potentieel factorinkomen van de landbouwer, dit wil zeggen het inkomen dat beschikbaar is om de productiefactoren grond, arbeid en kapitaal mee te vergoeden.
Met andere woorden, de SVC is niet hetzelfde als het netto bedrijfsinkomen of arbeidsinkomen. De SVC is niet wat het landbouwbedrijf effectief verdient, maar wel een inschatting van wat het werkelijke factorinkomen van het landbouwbedrijf zou kunnen zijn, gebaseerd op sectorgemiddelden in combinatie met individuele teelt- en diergegevens.
De SVC wordt dus in eerste instantie modelmatig berekend door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, op basis van gemiddelde opbrengsten en kosten. Het betreft hier vijfjarige gemiddeldes die elke drie jaar worden herzien, waarvoor de bedrijfseconomische boekhoudingen worden gebruikt van een representatieve steekproef van Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven.
Het voordeel van die automatische berekening is dat niet alle landbouwers apart hun cijfers moeten aanleveren en werkt met gemiddeldes. Een potentieel nadeel is dan weer dat de berekening niet steeds perfect representatief is voor de effectieve situatie op jouw bedrijf. Daarop komen we verderop terug.
Binnen deze modelmatige berekening zijn er drie bouwstenen of factoren van belang.
- Areaal teelten en aantal dieren: individuele gegevens
- Standaardoutput-coëfficiënt: de sectorgemiddelde opbrengst per teelt- of diercategorie (in €)
- Verdiencoëfficiënt: het procentuele aandeel van de opbrengsten dat overblijft na vergoeding van de variabele kosten (zaai- en pootgoed, bestrijdingsmiddelen, meststoffen, veevoeder, werk door derden, …), afschrijvingen en een aantal vaste kosten (administratiekosten, verzekeringen, ...)
Door deze drie factoren te vermenigvuldigen berekent het Agentschap Landbouw & Zeevisserij het potentieel factorinkomen of de SVC van jouw landbouwbedrijf.
Grafisch wordt dit voorgesteld in onderstaande figuur

(bron: De Samber J. (2026) Standaardoutput en standaardverdiencapaciteit: methodologisch achtergronddocument, Brussel).
Meer detailinformatie over zowel de berekening van de standaardverdiencapaciteit als over de gebruikte coëfficiënten vindt u in het achtergrondrapport ‘Standaardoutput en standaardverdiencapaciteit’.
Om de standaardverdiencapaciteit van uw individueel bedrijf te berekenen, wordt op dit moment (in 2026) gekeken naar de aangiftes in de verzamelaanvraag voor uw eigen percelen en naar de dieren in de mestbank uit het referentiejaar 2024. Ook bepaalde premies uit dat referentiejaar worden mee in rekening gebracht: de basisbetaling, vergroening, gekoppelde steun voor zoogkoeien en kalveren, premie jonge landbouwer en terugbetaling financiële discipline. Merk op: dat referentiejaar zal uiteraard steeds opschuiven, en is telkens twee jaar voorafgaand aan het huidige jaar (jaar N-2). Bij het begin van elk kalenderjaar kan je je status actieve landbouwer en dus ook je SVC raadplegen in het e-loket.
Meer info: zie deze infofiche van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Er zijn Europese richtlijnen voor de berekening van de standaard output die door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij in Vlaanderen gevolgd worden. Voor heel wat klassieke landbouwteelten, maar ook voor veel fruit- en bessensoorten, geven die richtlijnen en bovenvermeld achtergronddocument voldoende duidelijk aan op welke manier deze teelten in rekening worden gebracht.
Voor boslandbouw is het weliswaar complexer, door het feit dat er verschillende teelten op één perceel aanwezig zijn, door de vaak minder klassieke teelten die agroforestry toepassers hebben en de langere termijn tot het effectief genereren van een inkomst uit de producten afkomstig van de bomen.
Het achtergrondrapport biedt geen handvaten om deze complexiteit te hanteren en de daaruit voortkomende reële verdiencapaciteit correct te berekenen. Elke keuze voor een bepaalde teeltcode gaat voorbij aan de werkelijke situatie en heeft bepaalde consequenties voor de berekende waarde van de SVC.
De berekening van de SVC gebeurt op basis van de teeltcodes van de hoofdteelten aangegeven in de verzamelaanvraag (en/of de dieren aangegeven in de mestbank) in het referentiejaar, of het actuele jaar (voor starters die geen volledige bedrijfsovername hebben gedaan). Een boslandbouwsysteem is administratief in de verzamelaanvraag een combinatie van een hoofdteelt (de teelt tussen de bomen) en de bijkomende bestemming BLS of BL. Via code BLS vraag je de boslandbouwsubsidie aan, via code BL registreer je het boslandbouwperceel in de eerste twee jaar na aanplant het kader van bepaalde vrijstellingen (bosdecreet, VCRO), zonder subsidieaanvraag.
De hoofdteelt kan een akkerbouwteelt, grasland, permacultuur of een blijvende teelt zijn, maar is dus niet de boomcomponent van het boslandbouwsysteem. De teeltcode voor houtige gewassen (bv. walnoten) is niet combineerbaar met de bijkomende bestemming BLS of BL.
Als je kiest voor de bijkomend bestemming BLS of BL moet je in de verzamelaanvraag de teeltcode van de teelt in de onderetage aangeven (een akkerbouw-, tuinbouw- of grasland teelt). Bij de SVC berekening wordt dan enkel met die ene teelt (en/ of de eventueel aanwezige dieren) rekening gehouden. Dit betekent eveneens dat op heden in een BL of BLS systeem de potentiële inkomsten van de boomcomponent standaard NIET meegenomen worden in de SVC berekening. Gezien de vaak directe economische waarde van de boomcomponent (zij het vaak op langere termijn) is dit een onderschatting van het potentieel factorinkomen. Reden voor het niet meenemen, is dat er op heden onvoldoende gegevens zijn om aan die boomcomponent een waarde toe te kennen: (1) enerzijds omdat de diversiteit aan boslandbouwsystemen dermate groot is en de gegevens momenteel niet in die mate van detail geregistreerd worden dat een correcte berekening kan gebeuren, en (2) anderzijds omdat er op heden vaak onvoldoende referenties van opbrengstcijfers van de boomcomponent gekend zijn. Beide obstakels zouden in de toekomst weggewerkt kunnen worden, maar op heden is er al de optie om bezwaar in te dienen tegen de gehanteerde (standaard)berekening, om zodoende toch de werkelijke waarde te laten meetellen van alle teelten, inclusief de boomcomponent.
In bepaalde situaties kan de boomcomponent wél als hoofdteelt worden aangegeven. Dit kan een alternatief bieden, maar dit gebeurt dan evenwel zonder de bijkomende bestemmingen BLS of BL. In dat geval wordt enkel de boomcomponent meegeteld voor de SVC en vervalt bovendien de ondersteuning en rechtszekerheid/vrijstellingen die de code BL of BLS voor de boomcomponent aan de boslandbouwtoepasser biedt.
Enkele concrete voorbeelden:
- Een weiland met hoogstam fruitbomen kan aangegeven worden als “Meerjarige fruitteelt hoogstam (appel)” (teeltcode ‘9730’). De SVC wordt dan berekend op basis van fruit (fruitsoorten van gematigde klimaatzones). De standaardoutputcoëfficiënt bedraag hier € 20.832 /ha. Voorwaarde is hier dat de hoogstammige fruitbomen een dichtheid hebben van minstens 15 bomen/ha en homogeen verspreid staan op het perceel. De fruitopbrengst van de bomen die meer dan vijf jaar voordien werden aangeplant moet ook gecommercialiseerd worden (norm die ook voor bio wordt gehanteerd).
- Voor hoogstam walnotenbomen wordt gerekend met dezelfde waardes als ‘fruitsoorten van gematigde klimaatzones’.
- Hazelaars en andere noten krijgen een waarde die heel dicht ligt bij die van fruit. De standaardoutputcoëfficiënt bedraag hier € 21.039 /ha.
Ook hier worden dus standaard niet alle componenten meegeteld in de berekening van de SVC, aangezien in deze situatie enkel de boomcomponent wordt meegenomen en niet de onderliggende teelt.
Om de werkelijke waarde te laten meetellen van alle teelten kan u bezwaar indienen tegen de gehanteerde berekening. Dit is uiteraard enkel zinvol als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt.
Verder is het zo dat men voor niet-conventionele teelten niet altijd Europese richtlijnen heeft om zich op te baseren, en er daarom soms vrij veralgemenend en met een aantal aannames gerekend wordt. Zo zijn er bv wel onderbouwde cijfers voor laagstamfruit, maar niet voor hoogstamfruit, of hanteert men voor walnoten dezelfde coëfficiënt als voor fruit.
Houtproductie kan op dit moment niet worden meegerekend: hier bestaat geen teeltcode voor en er zijn onvoldoende referentie opbrengstcijfers beschikbaar momenteel.
Hoewel verschillende teelten die typisch zijn voor een agroforestry systeem wel degelijk voorkomen in de lijst van potentiële teeltcodes (bv fruit, bessen, paddenstoelen, wijnstokken), is de verzamelaanvraag (en dus ook de SVC berekening) er niet op voorzien om combinaties van teeltcodes te registreren (zie ook voorgaand).
In het geval van permacultuur kan de hoofdteelt op zich wel een combinatie van teelten zijn. De teeltcode voor “permacultuur” (teeltcode 898) wordt bv. vaak gebruikt om voedselbossen in de verzamelaanvraag te registreren, maar kan in principe ook voor bepaalde andere vormen van agroforestry bruikbaar zijn. In de Vlaamse SO- en SVC-berekening krijgt permacultuur de waarde van “andere permanente gewassen” (other permanent crops). De verdiencoëfficiënt hiervan bedraagt 0,494 en de standaardoutputcoëfficiënt € 11.294 /ha. Samen geeft dit een SVC-waarde van 5.579 €/ha. Ter vergelijking: de SVC-waarde van 1 ha “permacultuur” ligt 7x hoger dan granen, 3,5x hoger dan groenten industrie, 3x hoger dan aardappelen en anderzijds 38% lager dan fruitteelt en 56% lager dan intensieve groententeelt voor versmarkt.
Ook ‘pluktuinen’ hebben een specifieke teeltcode (teeltcode ‘899’) met dezelfde SVC als ‘groenten open lucht versmarkt’.
Om de werkelijke waarde te laten meetellen van de niet-conventionele teelten kan u bezwaar indienen tegen de gehanteerde berekening. Dit uiteraard enkel als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt.
Alle zaakvoerders die in het kalenderjaar 2024, 2025 of 2026 voor de eerste keer gestart zijn als landbouwer, worden in 2026 als starter of instromer beschouwd. Dit schuift elk jaar op.
Voor starters die géén volledige bedrijfsovername gedaan hebben, worden de perceelsgegevens en het aantal dieren van het actuele jaar gehanteerd voor de berekening. Voor starters die wél een volledige bedrijfsovername gedaan hebben, gebeurt de berekening op basis van de gegevens van de overlater.
Het kan zijn dat die gegevens niet meer representatief zijn voor de huidige, nieuwe situatie. Als dat zo is, kan dat een reden zijn om een bezwaarschrift in te dienen met vraag tot herberekening, onderbouwd met (boekhoudkundige) gegevens over de actuele status. Meer info daarover verderop.
Maar zelf als rekening gehouden wordt met de nieuwe situatie, wordt wel nog steeds gekeken naar de verdiencapaciteit “as is”, op dit moment.
Om in aanmerking te komen voor de boslandbouwsubsidie moet je op basis van je teelten vóór de aanplant een voldoende hoge SVC behalen. Je kan de toekomstige aanplant niet inzetten om je SVC te berekenen.
Een concreet voorbeeld uit de praktijk:
Landbouwer Jos is starter en heeft twee percelen: 1,54 ha gras en 1,44 ha grasklaver waarop een boslandbouwsysteem wordt toegepast. In de verzamelaanvraag worden deze percelen geregistreerd als respectievelijk gras en grasklaver. Op het grasklaverperceel staan echter in realiteit ook 72 appelbomen (hoogstam), 48 perenbomen (hoogstam), 124 kweeperen (halfstam) en in de bomenrijen worden ook rabarber, pompoen en physalis gekweekt.
Echter, in de berekening wordt enkel rekening gehouden met de grasklaver, wat een veel lagere SVC oplevert en momenteel resulteert in een onvoldoende hoge SVC voor deze starter om erkend te worden als actieve landbouwer. Tenzij Jos hier bezwaar voor aantekent en dat bezwaar ingewilligd wordt, komt Jos ook niet in aanmerking voor de boslandbouwsubsidie.
Elke keuze voor een bepaalde teeltcode heeft dus mogelijk consequenties voor de berekende waarde van de SVC. Een weiland met hoogstam fruitbomen kan bijvoorbeeld aangegeven worden op minstens drie verschillende manieren:
- Teeltcode 60 “grasland” (indien minder dan 200 hoogstammen per hectare – al dan niet gecombineerd met BL of BLS code) => de SVC wordt in dit geval berekend op basis van voedergewassen – grasland.
- Teeltcode 9827 “weiland met oogstbare hoogstambomen” (> 100 hoogstammen per hectare) – al dan niet gecombineerd met BL of BLS code => de SVC wordt eveneens berekend op basis van voedergewassen – grasland.
- Teeltcode 9730 “meerjarige fruitteelt hoogstam (appel)”: => de SVC wordt berekend op basis van fruit (fruitsoorten van gematigde klimaatzones).
De SVC wordt berekend op basis van de aangegeven hoofdteelten in de verzamelaanvraag van jaar N-2 (in 2026 dus op basis van de gegevens van 2024). Diergegevens zijn op basis van de mestbankaangifte, ook van jaar N-2. Voor starters die geen volledige bedrijfsovername gedaan hebben, is de berekening op basis van het actuele jaar.
Een boslandbouwsysteem is administratief in de verzamelaanvraag een combinatie van een hoofdteelt (de teelt tussen de bomen) en de bijkomende bestemming BLS (na steunaanvraag) of BL (zonder steunaanvraag maar volgens dezelfde randvoorwaarden aangeplant). Er bestaat momenteel in de berekening van de SVC geen aparte procedure voor boslandbouw, waardoor men zich hier louter baseert op de gegevens van de hoofdteelt uit de verzamelaanvraag. Die hoofdteelt kan een akkerbouwteelt, grasland, permacultuur of een andere blijvende teelt zijn, maar is dus niet de boomcomponent van het boslandbouwsysteem. Als je dus opteert voor de boslandbouwsubsidie en jouw perceel dus de bijkomende bestemming BLS krijgt, of als je zelf kiest voor de bijkomende bestemming BL, dan is dat niet combineerbaar met bv de teeltcode voor noten of hoogstamfruit en wordt de waarde van de boomcomponent doorgaans niet meegerekend. Vanuit het Consortium Agroforestry Vlaanderen pleiten we er alvast voor dat dit in de toekomst wel meegerekend kan worden. Dit zal echter mede afhangen van de beschikbaarheid van referentie opbrengstcijfers.
Het halen van een voldoende SVC is een toegangsvoorwaarde om te voldoen aan de definitie van actieve landbouwer. Als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt, en u van oordeel bent dat de berekening een onderschatting is van de reële verdiencapaciteit, is het relevant om een bezwaar in te dienen. Als u de grens wel haalt, is het niet nodig om een bezwaar in te dienen.
De essentie van deze hele fiche in twee zinnen samengevat: de automatische SVC berekening zorgt ervoor dat niet alle landbouwers apart hun cijfers moeten aanleveren en werkt met gemiddeldes. Als je hiermee niet akkoord bent, kan je bezwaar indienen en mag je de effectieve cijfers van jouw boekhouding gebruiken.