Informatiefiche | Beleidsadvies Vlaamse subsidies voor aanplant en onderhoud van boslandbouwsystemen
Deze informatiefiche is geüpdatet en aangevuld in het kader van het Interreg-project CAMBIUM. Wil je deze infofiche liever lezen als PDF? Klik dan hier: GLB subsidies voor aanplant en onderhoud van boslandbouwsystemen Vlaamse regelgeving (PDF)
In Vlaanderen bestaan er verschillende financiële steunmaatregelen voor de aanleg en/of het onderhoud van boslandbouw of agroforestry systemen. De belangrijkste daarvan zijn Vlaamse subsidies gekoppeld aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), al bestaan er zeker ook steunmaatregelen op andere niveaus, bv via de provincies, Regionale Landschappen, Gemeentes of tijdelijke campagnes (zoals AirKoe).
In deze fiche brengen we eerst een kort overzicht van de verschillende Vlaamse steunmaatregelen en leggen we kort de voornaamste verschillen uit. Daarna zoomen we met name in op de twee belangrijkste en direct voor agroforestry bestemde subsidies, namelijk de boslandbouw aanplantsubsidie (BLS) en de boslandbouw onderhoudssubsidie (BLO). Steunmaatregelen voor bebossing komen hier niet aan bod.
Kort overzicht van de Vlaamse steunmaatregelen
De meest courante en meest direct aan boslandbouw gelinkte steunmaatregelen, zijn de GLB maatregelen voor aanplant (BLS) en onderhoud (BLO) van boslandbouwsystemen. Beide worden verderop in deze fiche uitvoerig behandeld. Op Vlaams niveau zijn daarnaast ook de VLIF steun (niet-productieve investeringssteun) voor aanleg van kleine landschapselementen (KLE’s) en de beheerovereenkomst (BO) voor onderhoud van KLE’s rechtstreeks relevant.
Elk van deze steunmaatregelen op dat Vlaamse niveau is voorbehouden voor landbouwbedrijven die voldoen aan de definitie van actieve landbouwer (of groepen van landbouwers gedefinieerd als een rechtspersoon waar alle leden- landbouwbedrijven voldoen aan de definitie van actieve landbouwer). De erkenning als actieve landbouwer is namelijk de basis voor het ontvangen van GLB steun. Meer informatie via https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/bedrijfsgegevens/actieve-landbouwer.
Merk ten slotte op dat het kanaal waarvan men gebruik maakt vaak ook bepalend zal zijn voor het (wettelijk) statuut dat de bomen krijgen. In de basis biedt een aanplant via de BLS of BLO steunmaatregelen landbouwers de grootste flexibiliteit om de bomen op termijn ook te mogen oogsten. Meer daarover in deze infofiche.
NPI – Kleine landschapselementen
Deze VLIF-steunmaatregel voor niet-productieve investeringen wordt aangevraagd via het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij. Gesteunde projecten worden voor 100% gefinancierd.
De maatregel kan gebruikt worden voor de volgende situaties:
- Aanplant van KLE’s (bomenrij, haag, heg, houtkant of veldstruweel) op de rand van een perceel.
- Aanplant van vrijstaande bomen, verspreid op het landbouwperceel
- Aanplant op een greppel-bermstructuur (erosiemaatregel)
- Boombescherming (kokers, palen, boomband) en bescherming voor hagen, heggen en houtkanten
Enkel streekeigen of autochtoon plantgoed is toegestaan. Autochtoon plantgoed dient daarbij verplicht het label “Plant van Hier” te dragen.
Voor bepaalde soorten kan een kaphaag (hakhoutbeheer) ook. De aanplant dient minstens vijf jaar goed onderhouden te worden, waarbij afgestorven bomen en struiken ingeboet moeten worden.
Voor VLIF steun zijn er, in tegenstelling tot de BLS en BLO steunmaatregelen, jaarlijks vier aanvraagperiodes (1 per kwartaal).
Bij selectie wordt na max 5,5 maand een bewijs van uitvoering aangeleverd. De betalingsaanvraag dient binnen de 2,5 jaar ingediend te worden. Uitbetaling gebeurt dan na afhandeling en terreincontrole.
Samengevat zijn de belangrijke verschillen met de BLS maatregel:
- 100% gefinancierd
- Frequentere aanvraagmogelijkheid
- Beperktere soortenlijst
- Aangeplante bomen en struiken krijgen een ander “statuut”, namelijk dat van KLE. Dat betekent dat ze in tegenstelling tot de bomen binnen een BLS aanplant niet vrijgesteld zijn van de vergunningsvoorwaarden van kracht binnen het Veldwetboek en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (zie deze infofiche).
Meer details over deze NPI steunmaatregel via deze fiche.
Beheerovereenkomst onderhoud KLE’s
Deze Beheerovereenkomst (BO) wordt aangevraagd via de (bedrijfsplanners van) de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Het betreft, net als andere BO’s, een overeenkomst voor vijf jaar, met een jaarlijkse vergoeding. Volgende onderhoudsmaatregelen komen in aanmerking:
- Jaarlijkse snoei hagen: €1,95 m/jaar
- Knotten: €8,51 boom/jaar
- Afzetten of terugsnoeien:
- €0,84 m/jaar (€1.827 ha/jaar) – vanaf 25% tot
- €1,33 m/jaar (€2.882 ha/jaar) – vanaf 75%
Meer info in deze fiche over de beheerovereenkomsten bij VLM.
Aanplant- en onderhoudssubsidie voor boslandbouwsystemen - BLS en BLO
Dit zijn voor agroforestry toepassers wellicht de belangrijkste en ook direct voor agroforestry bedoelde subsidies. Beide steunmaatregelen worden toegekend door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, zijn gekoppeld aan het GLB en zijn bedoeld voor aanvragers die erkend zijn als actieve landbouwer. Wordt de subsidie toegekend, dan wordt jouw perceel ook als een boslandbouwperceel geregistreerd in de verzamelaanvraag en daardoor voldoet jouw aanplant meteen ook aan een aantal wettelijke vrijstellingen. Zo krijg je als landbouwer meer ondernemingsvrijheid. Meer daarover in deze infofiche.
Er worden door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij duidelijke voorwaarden gesteld voor deze subsidies. Deze voorwaarden zijn ook te vinden via deze link (BLS) en deze link (BLO). Daar wordt ook de procedure uitgelegd.
Echter, uit deze voorwaarden en procedure volgt niet op alle vragen een even duidelijk antwoord. Overleg met de dossierbehandelaars van het Agentschap leidde al tot veel antwoorden die niet expliciet zijn opgenomen in de subsidievoorwaarden. Deze sommen we in het laatste luik van deze fiche op.
Maar we beginnen bij het begin: een omschrijving van de aanplant- en onderhoudssubsidie.
![]() | ![]() |
Aanplantsubsidie - BLS
AANVRAAG 2026-2027 NOG TOT VRIJDAG 18 SEPTEMBER 2026
Landbouwers kunnen voor elke nieuwe agroforestry aanplant een eenmalige aanplantsubsidie (tot maximaal 75% van de gemaakte kosten, exclusief BTW) ontvangen in het kader van de de maatregel ‘Niet-productieve investeringen voor milieu- en klimaatdoelen’ binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB 2023-2027). Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet de aanplanting aan een aantal voorwaarden voldoen. De belangrijkste zijn:
- Enkel aantoonbare (met factuur en betalingsbewijs) kosten voor plantsoen, boombescherming en –versteviging en voor de arbeid en het machinale werk voor het planten, verstevigen en beschermen van de bomen komen in aanmerking. Indien u zelf de plantwerkzaamheden uitvoert, wordt daarvoor een forfaitair bedrag van maximaal 8 €/boom uitbetaald. In dit geval kunnen geen andere kosten voor arbeid en machinaal werk voor planten, verstevigen en beschermen van de bomen worden betaald.
- De percelen moeten in het jaar van de steunaanvraag en in minstens een van de twee jaren voorafgaand aan dat jaar in landbouwgebruik geweest zijn en aangegeven in de verzamelaanvraag.
- De percelen moeten een minimale oppervlakte van 0,5 hectare hebben.
- Er moeten minimaal 30 en maximaal 200 bomen per hectare geplant worden. U kan hiervan afwijking aanvragen door het indienen van een gedetailleerd aanplantingsplan met bijhorende motivatie over het doel van het boslandbouwsysteem. De beoordelingscommissie oordeelt dan of de aanplant een
landbouwsysteem blijft. - De bomen moeten minstens 10 jaar blijven staan (bomen aangeplant met subsidie tot en met het voorjaar van 2014 moeten 15 jaar blijven staan).
- Tussen de bomen moet een landbouwteelt toegepast worden die 10 jaar lang jaarlijks in de verzamelaanvraag als hoofdteelt wordt aangegeven tot en met voorjaar 2014 is dit ook minimaal 15 jaar).
De aanvraag van de subsidie gebeurt via het e-loket van Landbouw en Visserij. Hier moet de landbouwer zich inschrijven in de periode tussen 1 juni en de derde vrijdag van september. Na een beoordeling wordt de inschrijver uiterlijk 15 oktober op de hoogte gebracht over de eventuele goedkeuring. De effectieve betalingsaanvraag gebeurt via de verzamelaanvraag. Facturen en betalingsbewijzen moeten na uitvoering van de werken ook opgeladen worden in de verzamelaanvraag.
Een volledig overzicht van de voorwaarden en de procedure voor de aanvraag van deze aanplantsubsidie vind je op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Er komt wel wat (administratieve) voorbereiding kijken bij de aanvraag, als aanvrager begin je er best goed op tijd mee. De kans op een succesvol en productief project wordt ook groter wanneer het ontwerp, de boomsoortenkeuze, etc. weloverwogen worden, rekening houdende met uw specifieke bedrijfssituatie en perceelskenmerken. Vanuit het Consortium Agroforestry Vlaanderen is begeleiding en advies hiervoor en bij andere zaken mogelijk.
Onderhoudssubsidie - BLO
Een goed onderhoud en behoud van de aangelegde en bestaande boslandbouwsystemen is van belang om beide teeltsystemen, zowel de landbouwteelt als de boomteelt, elkaar te laten versterken op lange termijn en om hun milieu- en klimaatbijdragen niet verloren te laten gaan. Een correct en tijdig onderhoud van de boomcomponent en van de boomstrook of zone rondom de bomen is essentieel om de ecosysteemdiensten en andere voordelen die het boslandbouwsysteem biedt te optimaliseren. Daarom kan naast de aanplantsubsidie voor bestaande aanplanten vanaf 2023 ook beroep gedaan worden op een onderhoudssubsidie ten bedrage van €270/ha. Het betreft een vijfjarige agromilieuklimaatverbintenis, jaarlijks is de betaling aan te vragen.
Hiervoor dient aan de volgende voorwaarden voldaan te zijn:
- U bent actieve landbouwer in het kader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB)
- Het boslandbouwsysteem in kwestie voldoet aan de voorwaarden opgelegd voor de aanplant van boslandbouwsystemen - zie hierboven
- De bomen van het boslandbouwsysteem:
> Worden jaarlijks gesnoeid om kwaliteitshout te verkrijgen of om fruitproductie te stimuleren;
> De snoei moet duidelijk zichtbaar zijn op het terrein. - De strook tussen de bomen of de zone rond de bomen wordt beheerd om de groei van de bomen niet te hinderen. Toepassing van herbiciden is niet toegestaan. De zone wordt begrensd door de straal van de boomkruin in kwestie.
- De aanwezige veebescherming rond de bomen wordt onderhouden zodat de bomen beschermd blijven. Het materiaal voor wildbescherming wordt tijdig verwijderd of vervangen.
Per perceel wordt een aparte verbintenis afgesloten. Om een verbintenis aan te gaan, moet in de verzamelaanvraag de bijkomende bestemming BLO aangegeven worden op het perceel. Voor de bomen op het boslandbouwperceel moeten de boomsoorten, de respectievelijke aantallen per boomsoort en het aanplantjaar opgegeven worden.
De verzamelaanvraag geldt dan als verbintenisaanvraag en ook als betalingsaanvraag voor het eerste jaar. Gedurende de looptijd van de verbintenis moet er jaarlijks een betalingsaanvraag gedaan worden, door de bijkomende bestemming BLO aan te geven op de overeenkomstige percelen.
Een volledig overzicht van de voorwaarden en de procedure voor de aanvraag van de onderhoudssubsidie vind je op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Interpretaties en nuances inzake de BLS en BLO subsidievoorwaarden
Maximumdensiteit
Hoewel de maximumdensiteit onder de nieuwe subsidievoorwaarden meer flexibel is geworden, zijn er toch een aantal zaken te verduidelijken.
- Bestaande bomen op een perceel waar men nieuwe agroforestry wil doen, worden meegeteld in de aantallen voor de minimum-maximum-densiteit. Behalve diegene die hieronder verduidelijkt worden als niet meetellend.
- Laagstamfruitbomen, kleinfruit, wijnstokken en KOH zijn landbouwteelten en worden niet meegeteld voor densiteitsregels en worden niet gesubsidieerd. Bij hazelaars kan beide: vlaksgewijze aanplant wordt beschouwd als een landbouwteelt en telt dan niet mee voor densiteit (kan ook niet gesubsidieerd), rijen of alleenstaande hazelaars met een teelt daartussen kunnen wel als agroforestrycomponent. De hazelaar is een duidelijke en expliciete teelt, maar waarschijnlijk geldt dit ook voor gewassen zoals laagstamkweepeer, laagstammispel, kaki, vijg, vlier, duindoorn, gele kornoelje en andere vergelijkbare soorten. Deze kunnen mogelijk worden ingedeeld onder de teeltcode "andere meerjarige fruitteelten". Bij combinaties met andere blijvende houtachtige gewassen wordt per dossier beoordeeld wat als boomcomponent en wat als landbouwteelt wordt beschouwd.
- Geschoren hagen lager dan 2 m worden niet meegeteld voor de maximum-densiteit, ook al staan ze op het perceel.
- In oudere (geregistreerde) agroforestrysystemen (periode 2012 – 2022) mag er mits argumentatie nu ook bijgeplant worden tot boven de 200 bomen/ha. Merk op: dit impliceert wel dat er een motivatie (incl. aanplantingsplan) voorgelegd en beoordeeld wordt. Het is dus niet zo dat er automatisch een fiat is om extra aan te planten.
- Bij de argumentatie om meer dan 200 bomen per ha te planten, moet het duidelijk zijn dat het perceel een landbouwperceel blijft, zoals bijvoorbeeld:
- Voedselbossen met hogere densiteiten: vb. permacultuur/kleinfruit met zwarte els, hoog- en halfstamfruitbomen als boomcomponent agroforestry
- Stroken voor kwaliteitshout met toekomstig voorziene dunningen
- Windsingels / houtkanten die niet aan de rand van het perceel liggen
- Stroken met dichte beplanting die niet aan de rand van het perceel liggen, bv. in functie van biomassaproductie of het creëren van een optimaler microklimaat voor toekomstbomen.
- Landbouwteelten bestaande uit houtachtigen zoals korteomloophout (KOH), laagstamfruitbomen, kleinfruit=bessensoorten, hazelaars, wijnstokken en permacultuur als landbouwteelt met daarnaast een agroforestry-boomcomponent kan. De houtachtigen in de landbouwteelt tellen dan niet mee voor de densiteitsregels.
Andere aspecten
- Bomenrijen mogen collectief beschermd worden als de omrastering niet breder is dan 2m.
- Nieuwe agroforestrysystemen waarvoor men geen subsidie aanvraagt maar die wel voldoen aan alle subsidievoorwaarden kunnen tot twee jaar na aanplant in de verzamelaanvraag wel geregistreerd worden als Boslandbouw (ifv rechtszekerheid).
- De uitbetaling gebeurt normaalgezien vóór 30 juni van het jaar na de betalingsaanvraag. Met andere woorden: voor een initiële aanvraag in bijvoorbeeld september 2025, met betalingsaanvraag via de verzamelaanvraag 2026, gebeurt de uitbetaling normaal vóór 30 juni 2027.
- Bij een eigenaars- of gebruikerswissel van landbouwpercelen gebeurt het soms dat het perceel in enkele voorbije verzamelaanvragen niet geregistreerd is, waardoor het niet voldoet aan de subsidievoorwaarden in september bij de aanvraag. Dat hoeft echter maar 1 jaar uitstel te betekenen: het perceel kan in september nog geregistreerd worden als een landbouwperceel (er moet dan wel een teelt op staan), in april wordt het opnieuw (2e keer) geregistreerd en september daarop kan de subsidie aangevraagd worden.
- Voor de BLS aanplantsubsidie is het zo dat de effectieve kosten hoger kunnen zijn dan de initieel ingeschatte kosten, en dan kunnen die wel degelijk toch finaal teruggevorderd worden, ook al kom je boven de initiële inschatting uit. De kosten moeten echter steeds marktconform blijven.
- Bodemverbeterende maatregelen (diepgronden, mulchen, compost…) kunnen niet gesubsidieerd worden.
- De uitsluiting van containerplanten of plantgoed met kluit, geldt enkel voor hoogstammige bomen. Voor kleiner plantgoed, en zeker voor plantgoed dat niet op blote wortel te verkrijgen is, geldt die uitsluiting niet.
- Landbouwpercelen die direct op elkaar aansluiten maar met verschillende teelten, maar die elk op zich kleiner zijn dan 0,5 ha, komen NIET in aanmerking voor de subsidie.
- Landbouwpercelen die op het moment van de subsidieaanvraag niet voldoen aan de minimumoppervlakte maar die door samenvoeging met (een deel van) andere percelen met dezelfde teelt, bij de volgende verzamelaanvraag wel voldoen aan de minimumoppervlakte komen in aanmerking. Er moet dan een nota met toelichting toegevoegd worden aan het subsidiedossier in september zodat dit duidelijk is voor de subsidie-behandelaars.
- Gesubsidieerde bomen mogen als hakhout beheerd worden en afgezet worden vooraleer ze de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt. Ze moeten wel terug uitlopen of vervangen worden in die periode.
- De BLO-subsidie kan enkel aangevraagd worden door actieve landbouwers voor percelen die via registratie of via subsidieaanvraag de BLS- of BL-code hebben.
- De BLO-subsidie kan pas vanaf de tweede verzamelaanvraag na aanplant van de bomen aangevraagd worden.
Registratie van een boslandbouwperceel zonder subsidieaanvraag
De aanplantsubsidie (BLS) en onderhoudssubsidie (BLO) kunnen onder de nieuwe voorwaarden vanaf 2023 enkel verkregen worden door actieve landbouwers. Echter, niet-actieve landbouwers die voldoen aan alle perceelsgerelateerde voorwaarden (inclusief landbouwnummer) van de boslandbouwsubsidiemaatregel BLS, kunnen een agroforestrysysteem in functie van rechtszekerheid registreren via de verzamelaanvraag. Op die manier wordt jouw perceel behandeld net als elk BLS perceel, en is er dus onder meer een vrijstelling van het Bosdecreet, de Codex Ruimtelijke Ordening en het Veldwetboek van toepassing. Concreet moet dat gebeuren door in de verzamelaanvraag bij teelttechniek – gespecialiseerde productiemethode de code “BL” te kiezen. Dit geldt ook voor actieve landbouwers die zonder subsidie aanplanten maar wel willen registreren.

