Informatiefiche Irrigatiesystemen in agroforestry

28/01/2026

Deze informatiefiche is geschreven door Marco Bijl (FSG) en is ontwikkeld in het kader van het Interreg-project CAMBIUM. Liever deze tekst lezen als PDF? Klik dan op: Irrigatie in agroforestry

We hebben een serie van factsheets geschreven over aanleg en beheer, dus kijk zeker hier om de andere fiches te lezen: Aanleg en beheer - Agroforestry

Inleiding

Met de wijziging van het klimaat wordt goed watermanagement steeds belangrijker. De afgelopen jaren stelden we vast dat het ‘’ideale’’ plantseizoen steeds minder duidelijk en betrouwbaar wordt. Dat betekent dat in sommige gevallen jonge planten worden weggespoeld, of zelfs verdrinken, omdat velden te lang onder water staan. In andere gevallen worden de nieuwe planten geplant, maar komt de regen niet. Instabieler weer, hevige regenval en langere droge periodes zullen steeds vaker voorkomen. De omstandigheden in het algemeen worden meer extreem. Jonge planten kunnen dus niet langer vertrouwen op de seizoenen, maar kunnen onze hulp waarschijnlijk goed gebruiken. Afhankelijk van de grondsoort en de grondgesteldheid zijn vooral het eerste tot derde jaar na aanplant de jonge bomen zeer gevoelig voor schommelingen in de watertoevoer. Daarna zouden de planten goed genoeg geworteld moeten zitten om zelf voldoende water te vinden.

Het oppompen van water uit diepe waterlagen zal minder evident zijn, omdat men dan concurreert met onze kostbare drinkwatervoorziening. Het zal steeds vaker voor komen dat er een oppomp- of beregeningsverbod wordt afgekondigd en/of het aantal kubieke meters water dat men wil oppompen niet meer is toegestaan in perioden van droogte. Dit maakt het noodzakelijk om meer zelfvoorzienend te worden als landgebruiker en beter na te denken over een duurzaam watermanagement en bijbehorende irrigatietechnieken toe te passen op het bedrijf.

Figuur 1

Figuur 1: belangrijke elementen van watermanagement in een Agroforestry systeem. Afbeelding ontwikkeld door het Afaktive project.


Preventief waterbeheer

Hoe zorgt men er voor dat het water wat er is, zo goed mogelijk wordt vastgehouden en efficiënt gebruikt kan worden door gewas en boom?

Voor het pas aangeplante agroforestrysysteem is, naast irrigatie, het watervasthoudend vermogen van de bodem net zo belangrijk. In gezonde bodems met veel organische stof kan meer water worden opgeslagen. Een verhoging van het organischestof percentage met 1 % in een wortelzone van 30 – 50 cm diep resulteert in 2 – 3 mm extra beschikbaar water. Elke mm zorgt voor een extra wateropslag van 10 m3 per hectare. De inpassing van bomen en struiken zal zelf ook zorgen voor een verbeterde infiltratie van water in de bodem. Het effect van verbeterde infiltratie zal toenemen naarmate het perceel goed en diep doorworteld is, waardoor water goed langs de wortels en poriën kan infiltreren.

Het verhogen van het organische stof gehalte kan door het toevoegen van compost, houtsnippers, gewasresten, stalmest en groenbemesters aan de bodem. Men kan ook denken aan een gefaseerde aanplant waarbij de bodem eerst de tijd krijgt om te verbeteren, waar mogelijk met soorten die dat ook actief doen! En pas daarna de meer productieve Agroforestry soorten aan te planten die uiteindelijk een inkomen gaan opleveren. Denk ook eens na over het aanleggen van wadi’s waar water tijdelijk kan worden opgeslagen en dan geleidelijk aan de bodem wordt afgegeven in drogere periodes.

Het maximaliseren van het watervasthoudend vermogen van de bodem en nadenken over water geven of irrigatie worden dus van steeds groter belang. Het is de combinatie van beide elementen die de grootste winst oplevert. Deze factsheet gaat dieper in op irrigatie, niet op bodemverbetering.

Waar komt mijn water vandaan?

Om het water bij de plant te krijgen is een watermanagement systeem nodig. Daarbij is de belangrijkste vraag: waar komt het water vandaan en hoe verdeel ik het over mijn perceel? Voor de verdeling over het perceel, zie de volgende paragraaf. Hieronder ligt de focus op de herkomst van het water en daarbij zijn er 2 opties: water oppompen en wateropslag.

Water oppompen

Zoals in de inleiding beschreven, is het oppompen van grond- of oppervlakte water niet langer een volledig betrouwbare oplossing. In de toekomst zal het steeds vaker voorkomen dat er een oppomp- of beregeningsverbod wordt afgekondigd of dat het aantal kubieke meters water dat men wil oppompen niet meer is toegestaan. Dat is ook niet zo gek, want de drinkwatervoorziening zal altijd voorrang krijgen. Grond- of oppervlakte water oppompen zou daarom geminimaliseerd moeten worden. De techniek van irrigeren speelt daarbij natuurlijk ook een rol. Met sproeiers is er in verhouding erg veel verdamping (zeker overdag). Met druppelirrigatie (met begroeiing of mulch op de bodem) is de verdamping minimaal en geeft men zeer selectief water.

Wateropslag

Wateropslag kan in veel gevallen betekenen dat we nieuwe grondstoffen aan het systeem toevoegen in de vorm van moeilijk herbruikbaar afval aan het einde van de rit (plastic). Dat is niet iets wat we in deze factsheet willen promoten. Daarom vragen wij de lezer om goed na te denken over de te gebruiken materialen en vooral ook te werken aan ‘preventief waterbeheer’. Dus er feitelijk voor te zorgen dat er minder externe opslag nodig is, door het watervasthoudend vermogen van de bodem te verbeteren.

Wateropslag kan op verschillende manieren, waarbij we diverse groepen van oplossingen onderscheiden:

A. Kunstmatige bassins gemaakt van plastic/rubberen voeringen die regenval opvangen

Vaak wordt dit aangesloten op bijvoorbeeld afvoerbuizen van daken. Hoe meer neerslag er wordt opgevangen, hoe beter. De aanbeveling is om te zorgen voor een juiste landschappelijke inpassing. Men kan het bassin bijvoorbeeld helemaal ingraven en de oevers van beplanting (en stenen etc.) voorzien. Waterplanten bewaken als natuurlijke filter de waterkwaliteit. Na enkele jaren ziet het bassin er dan uit als een natuurlijke vijver.

Figuur 2, Marco Bijl

Figuur 2. Voorbeelden van bassins (©FSG).

De meeste bassins zijn 2 meter diep en bij een afmeting van 20x20 meter (400 m2) is de opslag dan 800m3. De hoeveelheid water die men wil opslaan hangt natuurlijk helemaal af van het aangeplante systeem. Voor een indicatie van verbruik: een CSA va 3 ha gebruikt ongeveer 1000 m3 water per jaar. Dat is natuurlijk wel een intensief systeem met veel groentes. De meeste AF percelen van 2-3 hectares gebruiken tussen de 500-1000 m3 met druppelirrigatie, bij een behoorlijk intensieve aanplant.

Er is een vlak en schoon oppervlak nodig om mee te beginnen, dus er komen wat grotere machines aan te pas om de verdieping te graven. In de praktijk is de aanleg van zo’n bassin in 2 tot 3 dagen wel gedaan.

Kosten voor plantmateriaal: Het plantmateriaal zal bestaan uit goedkope inheemse soorten (0,5€/plant) maar ook uit waterplanten (en die kunnen duurder zijn, 1,5 €/plant). Reken 2 planten per m2 bassin; één goedkope en één duurdere plant. Voor een bassin komt dat dan op 800 €.

Welk materiaal is het meest geschikt? We onderscheiden kunstmatige en natuurlijke materialen.

Kunstmatige materialen

Voor waterbassins zijn HDPE en EPDM folies beide duurzaam, maar EPDM is flexibeler en beter bestand tegen temperatuurwisselingen en UV, ideaal voor complexe vormen, terwijl HDPE stijver is, warmte-gelast moet worden, maar extreem sterk en chemisch bestendig is, met een langere levensduur, vooral voor grote, rechthoekige bassins.

Kies daarom HDPE voor grote, rechthoekige wateropslag of industriële bassins waar sterkte en een lange levensduur cruciaal zijn en er weinig complexe vormen zijn.

  • Kies EPDM voor tuinvijvers, groene daken of bassins met natuurlijke, complexe vormen, waar flexibiliteit en UV-bestendigheid belangrijker zijn. EPDM & HDPE zeil kost ongeveer 5,4 €/m2.

Meer details over en de belangrijke verschillen tussen deze materialen zijn te vinden in Tabel 1.

Tabel 1. Kenmerken van HDPE en EPDM ter vergelijking.

Kenmerken

HDPE (High-Density Polyethylene)

EPDM (Ethylene Propylene Diene Monomer)

Duurzaamheid

Extreme duurzaamheid: Zeer sterk, bestand tegen scheuren, corrosie en chemicaliën. Milieuvriendelijk: HDPE is 100% recyclebaar

Vrij duurzaam

Levensduur

Lange levensduur: Kan 50-150 jaar meegaan.

Lange levensduur: Minstens 50 jaar.

Onderhoud

Glad oppervlak: Moeilijk voor algen en vuil om zich te hechten, makkelijk schoon te maken.

Weinig onderhoud: Vereist weinig onderhoud na installatie.

UV

UV-resistent: Verkleurt niet door zonlicht.

UV-bestendig: Bestand tegen zon, scheuren en rot.

Flexibiliteit en elasticiteit

Minder flexibel: Kan broos worden bij extreme kou. Stijfheid: Moeilijk te vormen in complexe, natuurlijke vormen.

Flexibiliteit & Elasticiteit: Kan 400% rekken, gemakkelijk aan te passen aan vormen, wortelwerend.

Temperatuur

Warmte-lassen: de naden moeten met hitte worden gelast.

Temperatuurbestendig: Werkt goed bij -40°C tot +120°C.

Prijs

Goedkoper dan EPDM

Duurder: Hogere aanschafprijs

Extra nadelige opmerkingen

Niet tegen chloor: EPDM is gevoelig voor chloor en chloorhoudende schoonmaakmiddelen; dus niet voor zwembaden met chloor.

Natuurlijke materialen

Het is ook mogelijk om natuurlijke materialen - zoals klei, leem of trisoplast - te kiezen in plaats van kunstmatige materialen.

Klei met een hoog lutumgehalte (fijnste deeltjes) is ideaal voor waterbassins omdat het water goed vasthoudt, de waterkwaliteit verbetert door mineralen te leveren, schadelijke stoffen bindt en algen groei remt, wat zorgt voor helder water. Nadelen zijn dat het lastig te verwerken is (plakkerig als het nat is, hard als het droog is) en dat het de luchtdoorlaatbaarheid beperkt, wat voor een compacte structuur zorgt en de doorlatendheid sterk vermindert.

Trisoplast bestaat uit een mix van een speciale klei-polymeercomponent met zand en water. Die wordt net als klei opgebracht, vlakgemaakt en afgetrild. Voor waterbassins biedt trisoplast voordelen zoals uitstekende, duurzame afdichting door zijn unieke polymeer-klei-structuur, zelfherstellend vermogen, weerstand tegen scheuren en zettingen, en eenvoudige installatie met natuurlijke materialen. Nadelen zijn er minder direct, maar de initiële kosten kunnen hoger zijn, en hoewel het materiaal zelf robuust is, blijft een zorgvuldige installatie met goede ondergrond essentieel voor optimale prestaties.

Meer details over en de belangrijke verschillen tussen deze materialen zijn te vinden in Tabel 2.

Tabel 2. Kenmerken van klei of leem en trisoplast ter vergelijking.

Kenmerken

Klei of leem

Trisoplast

Water

Waterretentie: houdt water goed vast, ideaal voor het vormen van een dichte bodemlaag.

Waterkwaliteit: brengt de pH in balans, neutraliseert schadelijke stoffen (nitraten, fosfaten) en ondersteunt nuttige bacteriën.

Helder water: bevordert de afbraak van organisch vuil en vermindert algen groei, wat resulteert in kristalhelder water.

Superieure afdichting: het vormt een dichte hydrogelstructuur die extreem lage doorlaatbaarheid biedt, beter dan traditionele klei.

Bijzonder voordeel

Nutriëntenrijk: vrij van zand en rijk aan mineralen, een natuurlijke bodemverbeteraar.

Zelfherstellend vermogen: het kan kleine scheurtjes en beschadigingen dichten, ideaal bij beweging of zetting van de ondergrond.

Bewerkbaarheid

Lastig te bewerken: wordt plakkerig en zwaar bij natheid en keihard bij droogte, wat verwerking bemoeilijkt.

Flexibel & Robuust: het is kauwgomachtig en vervormbaar, waardoor het zich aanpast aan slechte ondergronden en zettingen, en ongevoelig is voor scherpe elementen (steentjes).

Weerstand tegen Uitdroging: het krimpt niet en scheurt niet bij uitdroging, in tegenstelling tot gewone klei.

Installatie

Toepassing in waterbassins:

door de waterzuiverende en stabiliserende eigenschappen is klei perfect voor vijvers, vooral als natuurlijke bodemlaag. De nadelen (moeilijke bewerkbaarheid) vragen specialistische uitvoerders, maar zijn eenmaligen zorgen wel voor een zeer dichte, stabiele natuurlijk basis.

Eenvoudige Installatie: kan ter plaatse gemengd worden met lokale grondstoffen, wat transportkosten en CO2-uitstoot vermindert; snel te installeren.

Afhankelijkheid van installatie: hoewel robuust, is een correcte verdichting en toepassing cruciaal voor de prestaties, net als bij elk afdichtingsmateriaal, vooral bij de aansluitingen.

Materiaaleigenschappen

Luchttekort: de compacte structuur beperkt de luchtdoorlaatbaarheid, wat niet gunstig is voor alle waterplanten of micro-organismen.

Duurzaam: gemaakt van grotendeels natuurlijke materialen met een lange levensduur en is herbruikbaar als grond.

Toepassing

Klei of leem is een traditionele oplossing ten opzichte van het moderne trisoplast.

Nieuw Materiaal: Hoewel bewezen, is soms aanvullend onderzoek vereist om gelijkwaardigheid aan strikte normen (zoals voor stortplaatsen) aan te tonen.

Prijs

Over het algemeen zijn de kosten lager dan voor trisoplast.

Initiële kosten: hoewel het kosten bespaart op installatie en transport, kan de prijs van het materiaal zelf in eerste instantie hoger zijn dan bij klei.

B) De oude mestkelder

Een boerderij met een oude mestkelder heeft geluk. Wanneer de kelder nog goed waterdicht is en makkelijk schoongemaakt kan worden, is het de ideale wateropslag. Het water blijft koel en er kan niets inwaaien wat de waterkwaliteit negatief kan beïnvloeden.

C) Wadi

Men kan ook één of meer wadi’s (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) aanleggen. Door middel van een 'dam' (dijk) zorgt men ervoor dat het water op bepaalde, diepere punten in het landschap blijft staan. Wadi’s kunnen stroomafwaarts met elkaar worden verbonden, zodat een keten van wadi’s ontstaat. Omdat het hier wel over wateropslag gaat (en niet simpelweg langzame infiltratie, wat ook een functie van een wadi kan zijn) zou de bodem kunnen bestaan uit een ondoordringbare laag (leem of klei).

D) Verzamel water uit wolken en mist

Dit is een redelijke nieuwe techniek, maar het lijkt een zeer interessant hulpmiddel voor de toekomst. Het wordt nu op veel locaties getest. Het bestaat uit een paneel van gaas (hekachtig, vaak gemaakt van nylon en polypropyleen) waar kleine waterdruppeltjes aan blijven plakken en vervolgens worden opgevangen. Het bedrijf dat deze panelen maakt (producent van de 'CloudFisher'), geeft aan dat er gemiddeld tussen de 6-22 liter/m2/dag wordt ingezameld. Een CloudFisher testpaneel kost €600 (1 m2). Bij een grotere opstelling, daalt de prijs tot 208 €/m2. Het is natuurlijk wel de vraag of er in ons klimaat genoeg waterdamp (en liefst mist) aanwezig is om dit te laten werken.

In alle gevallen is zorg nodig voor de waterkwaliteit, want enkel de aanleg van de opslag is niet genoeg. Bij voorkeur worden aquatische filters (waterplanten) aangebracht en wordt vegetatie langs alle randen en oevers geplaatst voor schaduw. Het water blijft het liefst zo koel mogelijk, zodat water minder snel verdampt.

We hebben een wateropslag, maar hoe krijgen we het bij de plant?

Om het water bij de plant te krijgen zijn er 4 manieren: beregeningsinstallatie, watertank en tractor, druppelirrigatiesystemen en peilgestuurde drainage.

Beregeningsinstallatie

Dit is vaak de traditionele en gangbare oplossing voor eenjarige gewassen. Beregeningsinstallaties gebruiken een grote hoeveelheid water waarvan een aanzienlijk deel niet door de planten kan worden benut. Bij dit type installaties is het belangrijk om goed na te gaan of het water maximaal op de gewenste plek terechtkomt. In agroforestry systemen betekent dat dan exact in de bomenrijen. Het meeste water zal niet bij de bomenrij komen, maar elders. Daarnaast is er nog sprake van verdamping en winddrift. Een studie wijst uit dat bij normale conventionele beregening met een haspel de volgende verliezen optreden: verdampingsverliezen: 2 à 4%, driftverliezen: 5 à >10% en percolatieverliezen: 5 à >15% (wegzakken in de bodem zonder opgenomen te zijn door de plant). Conventionele beregening in agroforestrysystemen daarom is af te raden.

Figuur 3, Marco Bijl

Figuur 3. Links: bedieningspaneel druppelirrigatie (© FSG, Diessens Broek farm). Rechtsboven: beregening (©FSG. Rechtsonder: tractor met watertank (©FSG).

Langs aanplant rijden met tractor en watertank

Voor een tractor met watertank zijn slangen en mankracht nodig om water te leveren aan elke jong aangeplante boom of struik. Ervaring leert dat men zeker moet denken aan 3 keer watergift in de zomer en dat zal dan net genoeg kan zijn om de zaailing te laten overleven. Het voordeel is dat het water efficiënt wordt gebruikt en de kosten zijn voornamelijk arbeid en brandstof. Water geven duurt ongeveer 1 minuut per zaailing. Kostentechnisch is dit meestal de goedkoopste oplossing, maar bij duizenden nieuwe bomen & struiken wordt dit te arbeidsintensief en dus te kostbaar.

Druppelirrigatiesysteem

Druppelirrigatiesystemen garanderen een efficiënt gebruik van water. Zo’n systeem bestaat uit verschillende onderdelen, zoals (plastic) slangen, sproeinippels, filters en pomp. Druppelirrigatie biedt de volledige controle over de watertoevoer, dus dat is voor de landgebruiker vaak een grote geruststelling. Zo’n systeem kan vaak via een app worden bediend. Toch zitten er ook enkele nadelen aan. Sproeinippels of -gaten raken verstopt en slangen worden broos door de zon als ze niet zijn ingegraven. Daardoor is het jaarlijkse onderhoud zeer belangrijk en zijn de kosten niet te onderschatten. Bovendien resulteert dit type systemen in het introduceren van een grote hoeveelheid plastics, die vaak achteraf niet meer te recupereren zijn of zelf vergaan tot microplastics die bodem, water en gewassen verontreinigen. Dus het is van essentieel belang om goed na te denken over de te gebruiken materialen.

Meer over druppelirrigatie

Omdat veel landgebruikers voor druppelirrigatie kiezen, geven we in deze paragraaf wat extra informatie over deze methode. Dit is het ideale systeem voor agroforestry, maar wel iets duurder dan de andere opties. Als richtlijn kunnen we zeggen dat een volledig druppelirrigatiesysteem gemiddeld ongeveer 2000 €/ha kost. De uiteindelijke investering hangt grotendeels natuurlijk wel af van het aantal slangen en druppelaars die men nodig heeft. Eén bovengrondse druppelaar kost doorgaans €0,30-€0,70. Eén capillaire druppelaar met stukje slang kost rond de €0,80. Een 22mm polyethyleen slang kost €0,55/ meter.

Ontwerp

Ontwerp het gehele systeem zoals in de figuur hiernaast. Start met een tekening zodat het duidelijk is wat er nodig zal zijn. Denk ook aan nattere en drogere delen op het perceel. Zorg dat die een eigen hoofdleiding hebben die men aan en uit kan zetten. Denk ook aan verschillende gewassen. Een bomen & struiken rij heeft minder irrigatie nodig dan de groenterij daartussen. Als we een richtlijn moeten geven dan gebruikt een druppelirrigatie systeem voor een gemiddeld agroforestrysysteem tussen de 5-15 m3 water per uur, per hectare. Afhankelijk van het type druppelaar kan die tussen de 0,35 en 2,3 liter per uur doorlaten.

Pomp en drukregelventiel

Een pomp is veelal beschikbaar op een boerderij en kan bijna altijd worden gebruikt. De meeste pompen leveren echter 5-6 bar aan druk, terwijl een druppelsysteem meestal op 1,5 bar werkt. Daarom is er dus een drukregelventiel nodig.

Filter

Buiten de pomp is een filter nodig. Niet alleen voor de grotere delen die de druppelaars doen verstoppen, maar ook voor metalen af te vangen die de druppelaars doen corroderen. Dit is vooral van toepassing als het water teveel ijzer bevat. Bij veel ijzer in het water is het zaak om geen of weinig corrosiegevoelige onderdelen in het systeem te gebruiken. Zonder goede filter zal men af en toe de druppelslangen en druppelaars goed door moeten spoelen met een chemisch middel. Eén van de producenten van druppelaars heeft een handig document gepubliceerd met meer informatie over het verstopt raken van druppelaars en bijbehorende oplossingen en chemische middelen.

Controller en bedieningspaneel

Controllers zijn er in alle soorten en maten. Het allerhandigste is dat de controller via een app werkt en dat het mogelijk is om delen van het systeem aan en uit te zetten. Dit kan ook nog worden doorgetrokken naar een systeem waarbij bodemvochtsensoren gekoppeld worden aan een bodemwaterbalansmodel en de weersvoorspellingen. Het systeem kan dan een advies sturen omtrent de watergift. Dit is waar Royal Eijkelkamp momenteel aan werkt binnen het Afaktive project.

Met het ‘bedieningspaneel’ bedoelen we de locatie waar de hoofdaanvoer binnenkomt en verdeeld gaat worden over alle kleine subsystemen. Zie de foto hierboven.

Slangen

Er is een verschil in de hoofdaanvoerleidingen (minimaal 32mm) en de kleinere slangen waar de druppelaars aan zitten. De grotere slangen bestaan uit stug materiaal (PE-leiding of polyethyleen) en worden het best ingegraven. Bij elke rij komt deze boven de grond en daar maakt men de koppeling met de dunnere slangen (16 of 22 mm, afhankelijk van de lengte van de slang die er aan komt). Voor deze dunnere slangen met de druppelaars zijn er verschillende mogelijkheden (zie sectie 'verschillende slangen').

Figuur 4, Marco Bijl

Figuur 4. Verschillende onderdelen van een druppelirrigatiesysteem

Verschillende typen slangen

‘Driptape’

Dat is een platte slang die zijn ronde vorm aanneemt wanneer er water in komt. Het voordeel is dat dit een goedkope slang is. Het nadeel is dat deze niet voor enkele jaren ingraven kan worden in klei of leem. Wanneer klei of leem uitzet zal de slang dichtgedrukt worden en komt het water er niet meer door. Deze slang wordt dus doorgaans enkel bovengronds gebruikt, of enkel voor één jaar tijdelijk ondiep ingraven. Bovengronds is nadelig, want het water wordt warmer en verdampt daardoor sneller. Deze slang heeft geen aparte druppelaars: er zit gewoon elke 30cm een gaatje in de slang. Het gaatje laat elk uur een bepaalde hoeveelheid water door. Belangrijk nadeel is dat er geen keuze is waar de druppel gaatjes zitten. Dit soort slangen zijn dan ook meer toepasbaar voor groente of planten teelt.

Ondergrondse druppelslang

Deze slangen zijn gemaakt om in te graven en zijn van harder en rond materiaal. Ze zijn meestal iets duurder, maar gaan lang mee. De meeste van deze slangen hebben ook geen eigen druppelaars, enkel elke 30 cm een gaatje dat elk uur een bepaalde hoeveelheid water doorlaat.

Slang met aparte druppelaars

Hier gaat het om een dichte slang waar de druppelaars nog aan bevestigd moeten worden. Zelf op maat gemaakte afstanden zijn daardoor mogelijk om het systeem geschikt te maken voor de specifieke omstandigheden. Het type druppelaar wordt geselecteerd met een specifieke afgifte passend bij het gewas en de omstandigheden. De slang, inclusief de druppelaars, kan beter niet worden ingegraven omdat de druppelaars snel verstopt kunnen raken. Zo’n systeem kennen we ook van Gardena, voor de particuliere gebruiker.

Figuur: Capillaire irrigatiesysteem (©FSG)

Capillaire irrigatiesysteem

De capillaire druppelaar is in principe een PE-slangetje met een nauwe, lange opening dat is aangesloten op de 22 mm slang in de rij. De capillair is voor afgifte afhankelijk van de lengte van het slangetje, de diameter van de opening en de druk. De afgifte van capillairen is dus sterk afhankelijk van druk (door drukverhoging kan de capaciteit worden vergroot). Deze Capillaire slang heeft meestal een dikte van 3,2 mm met een interne doorloop van 0,8 mm. Met een ponsapparaat maakt men de kleine slangetjes vast aan de grotere leiding. Omdat deze slangetjes wel verstopt kunnen raken staat de techniek niet stil en is er intussen een verbeterde versie van deze capillaire druppelaar in de aanbieding.

Peilgestuurde drainage

Waar we hier boven steeds uitgingen van het aanbrengen van extra voorzieningen om het water direct bij de plant te brengen gaat het bij ‘peilgestuurde drainage’ simpelweg om het vochtig houden van het hele perceel.

Met ‘peilgestuurde drainage’ is het mogelijk om zelf de controle te houden over het afvoeren, of juist binnenhouden, van water. Met een regelbuis in de verzamelput kan de watertafel op het juiste peil worden gehouden. Als er toch drainage in het land ligt, en die kan ook blijven, dan kan men die op 2 manieren gebruiken.

  • Waar hij origineel voor bedoeld was: om water af te voeren, maar dan wel op de snelheid die men zelf wil. Men kan de buizen ook vol water later staan in droge tijden.
  • Omgekeerde drainage of ‘sub-irrigatie’: als het erg droog is kan het hele systeem dicht worden gezet en pompt men de drainagebuizen vol water. Die geven het water langzaam af aan het perceel.

Aandachtpunt is wel dat drainage en aanplant van (diepwortelende) bomen vaak niet goed samengaan. De wortels van sommige boomsoorten zullen de drainagebuizen opzoeken en uiteindelijk vernielen. Maar er zijn ook heel wat boomsoorten waarmee er weinig of geen problemen worden gesignaleerd. Zo zijn de meeste fruitbomen onschadelijk voor drainages, net zoals boomsoorten als beuk, berk en eik. Populier, wilg, esdoorn, els, es en plataan zijn dan weer eerder te mijden. Over de notelaar is er geen eenduidigheid. Het is dus zaak van goed na te gaan welke boomsoort gebruikt gaat worden, als peilgestuurde drainage een doel is, om mogelijke problemen te voorkomen. Lees hier verder over dit onderwerp.

Samengevat

Als we nadenken over irrigatie is het allereerst van groot belang dat we het watervasthoudend vermogen van de bodem maximaliseren en nadenken over irrigatie. Het is de combinatie van beide elementen die de grootste winst oplevert. Preventief waterbeheer is hierbij steeds het sleutelwoord.

Daarnaast kunnen we het waterbeheer op de boerderij in twee grote delen opsplitsen: waar komt mijn water vandaan en hoe komt dat het best bij de plant? Bij de herkomst van het water kan het dan gaan over oppompen of opslag in een bassin, mestkelder of een wadi.

Als we verder nadenken over hoe het water bij de plant komt zijn er vier opties: beregeningsinstallatie, watertank en tractor, druppelirrigatiesystemen en peilgestuurde drainage. Elk van die 4 opties heeft zijn eigen technische vereisten. Afhankelijk van de context zal de ene optie een hogere voorkeur hebben dan de andere optie. Zo kan een druppelirrigatie meer geschikt zijn voor grotere agroforestrysystemen met een hoge densiteit (met veel aanplant) en kan een tractor met een watertank wenselijk zijn voor meer extensieve agroforestrysystemen, met weinig aanplant. In de meeste agroforestrysystemen is extra water geven slechts een tijdelijke maatregel voor de eerste 3 jaar en/of tijdens perioden van extreme droogte. In de tussentijd zullen de wortels van zaailingen dieper groeien en zelf water vinden. Net daarom moet goed afgewogen worden of een grote investering (en de energie- en grondstoffenkost die dit met zich meebrengt) opweegt tegenover de uitgespaarde arbeidskosten van eenvoudigere systemen.

Checklist voordat je begint

  • Denk na over preventief waterbeheer. Hoe gaat het watervasthoudend vermogen van de bodem maximaal worden?
  • Bepaal vooraf eerst goed het irrigatiedoel. Wat gaat men van water moeten voorzien en hoe lang? Is dat een zeer intensieve aanplant of juist niet? Hoeveel water gaat men nodig hebben?
  • Water opslag of oppompen? De meeste AF systemen gebruiken tussen de 500-1000m3 water per jaar. Denk na over die hoeveelheid. Bassin, mestkelder, wadi?
  • Welk budget is er beschikbaar en hoeveel arbeid kan men in irrigatie steken?
  • Hoe lang gaat het systeem in gebruik zijn. Eénmalige aanplant, dus een jaar of drie? Of hergebruik na deze periode?
  • Bepaal welk irrigatiesysteem dan noodzakelijk is.
  • Maak een technische tekening van het materiaal dat nodig is.

Veelgemaakte fouten vermijden

  • Inschatten van de waarde van een oude mestkelder als wateropslag.
  • Gebruik van verkeerde materialen. Driptape in klei of leemgrond werkt niet. Metalen onderdelen in het systeem bij ijzerhoudend water zorgen voor problemen.
  • Arbeid verkeerd ingeschat. In droge periodes veel beplanting water geven met tractor en watertank kan behoorlijk tegenvallen.
  • Bij druppelirrigatie: bespaar nooit op de hoofdaanvoerleidingen en graaf die goed in. Dat is de basis.

Verder lezen

Voor wie zich verder wil verdiepen in deze materie, lijsten we hier alle bronnen op:

Tot slot

Met deze infofiche proberen we een correct en overzichtelijk inzicht te brengen in irrigatietechnieken voor agroforestry. Voor meer vragen kun je contact opnemen met het Consortium Agroforestry Vlaanderen (info@agroforestryvlaanderen.be) of met Agroforestry Netwerk Nederland (Contact).

Ook interessant

Informatiefiche 22/02/2026

Teelt van paulownia in Vlaanderen: droom of realiteit?

Paulownia Afbeelding1
Met deze fiche geven we een overzicht van wat we op dit moment (voorjaar 2026) weten over de teelt van Paulownia en of en hoe deze teelt eventueel kan passen in een Vlaams agroforestrysysteem.