Informatiefiche FAQtsheet 3: Wat is de standaardverdiencapaciteit en hoe wordt die berekend?
Deze infofiche is geschreven door Bert Reubens (ILVO), en is geschreven in het kader van het Interreg-project CAMBIUM. Met erkentelijkheid voor de revisie door Katrien Nijs (ALZ), Sara Gomand (ALZ), Lize D’Heer (United Experts), Mieke Vandermersch (Praktijkpunt Landbouw) en Willem Van Colen (Inagro).
Introductie
Om in aanmerking te komen voor heel wat GLB steunmaatregelen, inclusief de aanplant- en onderhoudssubsidie voor boslandbouw in Vlaanderen, dien je te voldoen aan de definitie van GLB Actieve Landbouwer.
Als één van de voorwaarden om aan die definitie te voldoen, wordt op bedrijfsniveau de standaardverdiencapaciteit (SVC) berekend. Die SVC is niet hetzelfde als wat het bedrijf effectief verdient, maar is een inschatting van het inkomen van het bedrijf om grond, arbeid en kapitaal mee te vergoeden (het potentieel factorinkomen). Bij de berekening baseert men zich op een aantal veronderstellingen.
De minimum SVC voor erkenning als GLB-Actieve Landbouwer bedraagt:
- € 7.500 (standaard)
- € 3.000 (voor bio-landbouwers en starters)
Bij (toekomstige) agroforestry toepassers rijzen vaak vragen rond de berekening van de SVC. Agroforestry- en voedselbossystemen passen vaak niet in het stramien van de standaard modelmatige berekening van de SVC, omwille van:
- De combinatie van meerdere teelten op één perceel;
- De aanwezigheid van minder klassieke teelten zoals noten, kleinfruit, hoogstam pitfruit maar ook hout (biomassa of kwaliteitshout), paddenstoelen, voederbomen, ...;
- Opbrengsten die in de toekomst liggen.
In deze fiche geven we duiding op welke manier de SVC standaard berekend wordt bij agroforestrysystemen (bij de administraties beter gekend onder de naam ‘boslandbouw’) en wat je kan doen als jouw SVC door die berekeningswijze onterecht te laag uitkomt.
Hoe wordt de SVC berekend?
De Standaardverdiencapaciteit (SVC) van een landbouwbedrijf is een inschatting van het potentieel factorinkomen van de landbouwer, dit wil zeggen het inkomen dat beschikbaar is om de productiefactoren grond, arbeid en kapitaal mee te vergoeden.
Met andere woorden, de SVC is niet hetzelfde als het netto bedrijfsinkomen of arbeidsinkomen. De SVC is niet wat het landbouwbedrijf effectief verdient, maar wel een inschatting van wat het werkelijke factorinkomen van het landbouwbedrijf zou kunnen zijn, gebaseerd op sectorgemiddelden in combinatie met individuele teelt- en diergegevens.
De SVC wordt dus in eerste instantie modelmatig berekend door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, op basis van gemiddelde opbrengsten en kosten. Het betreft hier vijfjarige gemiddeldes die elke drie jaar worden herzien, waarvoor de bedrijfseconomische boekhoudingen worden gebruikt van een representatieve steekproef van Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven.
Het voordeel van die automatische berekening is dat niet alle landbouwers apart hun cijfers moeten aanleveren en werkt met gemiddeldes. Een potentieel nadeel is dan weer dat de berekening niet steeds perfect representatief is voor de effectieve situatie op jouw bedrijf. Daarop komen we verderop terug.
Binnen deze modelmatige berekening zijn er drie bouwstenen of factoren van belang.
- Areaal teelten en aantal dieren: individuele gegevens
- Standaardoutput-coëfficiënt: de sectorgemiddelde opbrengst per teelt- of diercategorie (in €)
- Verdiencoëfficiënt: het procentuele aandeel van de opbrengsten dat overblijft na vergoeding van de variabele kosten (zaai- en pootgoed, bestrijdingsmiddelen, meststoffen, veevoeder, werk door derden, …), afschrijvingen en een aantal vaste kosten (administratiekosten, verzekeringen, ...)
Door deze drie factoren te vermenigvuldigen berekent het Agentschap Landbouw & Zeevisserij het potentieel factorinkomen of de SVC van jouw landbouwbedrijf.
Grafisch wordt dit voorgesteld in onderstaande figuur

Meer detailinformatie over zowel de berekening van de standaardverdiencapaciteit als over de gebruikte coëfficiënten vindt u in het achtergrondrapport ‘Standaardoutput en standaardverdiencapaciteit’.
Om de standaardverdiencapaciteit van uw individueel bedrijf te berekenen, wordt op dit moment (in 2026) gekeken naar de aangiftes in de verzamelaanvraag voor uw eigen percelen en naar de dieren in de mestbank uit het referentiejaar 2024. Ook bepaalde premies uit dat referentiejaar worden mee in rekening gebracht: de basisbetaling, vergroening, gekoppelde steun voor zoogkoeien en kalveren, premie jonge landbouwer en terugbetaling financiële discipline. Merk op: dat referentiejaar zal uiteraard steeds opschuiven, en is telkens twee jaar voorafgaand aan het huidige jaar (jaar N-2). Bij het begin van elk kalenderjaar kan je je status actieve landbouwer en dus ook je SVC raadplegen in het e-loket.
Meer info: zie deze infofiche van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Wat betekent dit concreet voor agroforestry- of voedselbos-toepassers?
Er zijn Europese richtlijnen voor de berekening van de standaard output die door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij in Vlaanderen gevolgd worden. Voor heel wat klassieke landbouwteelten, maar ook voor veel fruit- en bessensoorten, geven die richtlijnen en bovenvermeld achtergronddocument voldoende duidelijk aan op welke manier deze teelten in rekening worden gebracht.
Voor boslandbouw is het weliswaar complexer, door het feit dat er verschillende teelten op één perceel aanwezig zijn, door de vaak minder klassieke teelten die agroforestry toepassers hebben en de langere termijn tot het effectief genereren van een inkomst uit de producten afkomstig van de bomen.
Het achtergrondrapport biedt geen handvaten om deze complexiteit te hanteren en de daaruit voortkomende reële verdiencapaciteit correct te berekenen. Elke keuze voor een bepaalde teeltcode gaat voorbij aan de werkelijke situatie en heeft bepaalde consequenties voor de berekende waarde van de SVC.
Combinatie van teeltcodes niet mogelijk
De berekening van de SVC gebeurt op basis van de teeltcodes van de hoofdteelten aangegeven in de verzamelaanvraag (en/of de dieren aangegeven in de mestbank) in het referentiejaar, of het actuele jaar (voor starters die geen volledige bedrijfsovername hebben gedaan). Een boslandbouwsysteem is administratief in de verzamelaanvraag een combinatie van een hoofdteelt (de teelt tussen de bomen) en de bijkomende bestemming BLS of BL. Via code BLS vraag je de boslandbouwsubsidie aan, via code BL registreer je het boslandbouwperceel in de eerste twee jaar na aanplant het kader van bepaalde vrijstellingen (bosdecreet, VCRO), zonder subsidieaanvraag.
De hoofdteelt kan een akkerbouwteelt, grasland, permacultuur of een blijvende teelt zijn, maar is dus niet de boomcomponent van het boslandbouwsysteem. De teeltcode voor houtige gewassen (bv. walnoten) is niet combineerbaar met de bijkomende bestemming BLS of BL.
Kiezen voor de bijkomende bestemming BL of BLS…
Als je kiest voor de bijkomend bestemming BLS of BL moet je in de verzamelaanvraag de teeltcode van de teelt in de onderetage aangeven (een akkerbouw-, tuinbouw- of grasland teelt). Bij de SVC berekening wordt dan enkel met die ene teelt (en/ of de eventueel aanwezige dieren) rekening gehouden. Dit betekent eveneens dat op heden in een BL of BLS systeem de potentiële inkomsten van de boomcomponent standaard NIET meegenomen worden in de SVC berekening. Gezien de vaak directe economische waarde van de boomcomponent (zij het vaak op langere termijn) is dit een onderschatting van het potentieel factorinkomen. Reden voor het niet meenemen, is dat er op heden onvoldoende gegevens zijn om aan die boomcomponent een waarde toe te kennen: (1) enerzijds omdat de diversiteit aan boslandbouwsystemen dermate groot is en de gegevens momenteel niet in die mate van detail geregistreerd worden dat een correcte berekening kan gebeuren, en (2) anderzijds omdat er op heden vaak onvoldoende referenties van opbrengstcijfers van de boomcomponent gekend zijn. Beide obstakels zouden in de toekomst weggewerkt kunnen worden, maar op heden is er al de optie om bezwaar in te dienen tegen de gehanteerde (standaard)berekening, om zodoende toch de werkelijke waarde te laten meetellen van alle teelten, inclusief de boomcomponent.
Of kiezen voor een teeltcode die slaat op de boomcomponent, zonder bijkomende bestemming BL of BLS
In bepaalde situaties kan de boomcomponent wél als hoofdteelt worden aangegeven. Dit kan een alternatief bieden, maar dit gebeurt dan evenwel zonder de bijkomende bestemmingen BLS of BL. In dat geval wordt enkel de boomcomponent meegeteld voor de SVC en vervalt bovendien de ondersteuning en rechtszekerheid/vrijstellingen die de code BL of BLS voor de boomcomponent aan de boslandbouwtoepasser biedt.
Enkele concrete voorbeelden:
- Een weiland met hoogstam fruitbomen kan aangegeven worden als “Meerjarige fruitteelt hoogstam (appel)” (teeltcode ‘9730’). De SVC wordt dan berekend op basis van fruit (fruitsoorten van gematigde klimaatzones). De standaardoutputcoëfficiënt bedraag hier € 20.832 /ha. Voorwaarde is hier dat de hoogstammige fruitbomen een dichtheid hebben van minstens 15 bomen/ha en homogeen verspreid staan op het perceel. De fruitopbrengst van de bomen die meer dan vijf jaar voordien werden aangeplant moet ook gecommercialiseerd worden (norm die ook voor bio wordt gehanteerd).
- Voor hoogstam walnotenbomen wordt gerekend met dezelfde waardes als ‘fruitsoorten van gematigde klimaatzones’.
- Hazelaars en andere noten krijgen een waarde die heel dicht ligt bij die van fruit. De standaardoutputcoëfficiënt bedraag hier € 21.039 /ha.
Ook hier worden dus standaard niet alle componenten meegeteld in de berekening van de SVC, aangezien in deze situatie enkel de boomcomponent wordt meegenomen en niet de onderliggende teelt.
Om de werkelijke waarde te laten meetellen van alle teelten kan u bezwaar indienen tegen de gehanteerde berekening. Dit is uiteraard enkel zinvol als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt.
Aanwezigheid van minder klassieke teelten waaronder houtproductie
Verder is het zo dat men voor niet-conventionele teelten niet altijd Europese richtlijnen heeft om zich op te baseren, en er daarom soms vrij veralgemenend en met een aantal aannames gerekend wordt. Zo zijn er bv wel onderbouwde cijfers voor laagstamfruit, maar niet voor hoogstamfruit, of hanteert men voor walnoten dezelfde coëfficiënt als voor fruit.
Houtproductie kan op dit moment niet worden meegerekend: hier bestaat geen teeltcode voor en er zijn onvoldoende referentie opbrengstcijfers beschikbaar momenteel.
Hoewel verschillende teelten die typisch zijn voor een agroforestry systeem wel degelijk voorkomen in de lijst van potentiële teeltcodes (bv fruit, bessen, paddenstoelen, wijnstokken), is de verzamelaanvraag (en dus ook de SVC berekening) er niet op voorzien om combinaties van teeltcodes te registreren (zie ook voorgaand).
In het geval van permacultuur kan de hoofdteelt op zich wel een combinatie van teelten zijn. De teeltcode voor “permacultuur” (teeltcode 898) wordt bv. vaak gebruikt om voedselbossen in de verzamelaanvraag te registreren, maar kan in principe ook voor bepaalde andere vormen van agroforestry bruikbaar zijn. In de Vlaamse SO- en SVC-berekening krijgt permacultuur de waarde van “andere permanente gewassen” (other permanent crops). De verdiencoëfficiënt hiervan bedraagt 0,494 en de standaardoutputcoëfficiënt € 11.294 /ha. Samen geeft dit een SVC-waarde van 5.579 €/ha. Ter vergelijking: de SVC-waarde van 1 ha “permacultuur” ligt 7x hoger dan granen, 3,5x hoger dan groenten industrie, 3x hoger dan aardappelen en anderzijds 38% lager dan fruitteelt en 56% lager dan intensieve groententeelt voor versmarkt.
Ook ‘pluktuinen’ hebben een specifieke teeltcode (teeltcode ‘899’) met dezelfde SVC als ‘groenten open lucht versmarkt’.
Om de werkelijke waarde te laten meetellen van de niet-conventionele teelten kan u bezwaar indienen tegen de gehanteerde berekening. Dit uiteraard enkel als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt.
Specifieke situatie voor starters
Alle zaakvoerders die in het kalenderjaar 2024, 2025 of 2026 voor de eerste keer gestart zijn als landbouwer, worden in 2026 als starter of instromer beschouwd. Dit schuift elk jaar op.
Voor starters die géén volledige bedrijfsovername gedaan hebben, worden de perceelsgegevens en het aantal dieren van het actuele jaar gehanteerd voor de berekening. Voor starters die wél een volledige bedrijfsovername gedaan hebben, gebeurt de berekening op basis van de gegevens van de overlater.
Het kan zijn dat die gegevens niet meer representatief zijn voor de huidige, nieuwe situatie. Als dat zo is, kan dat een reden zijn om een bezwaarschrift in te dienen met vraag tot herberekening, onderbouwd met (boekhoudkundige) gegevens over de actuele status. Meer info daarover verderop.
Maar zelf als rekening gehouden wordt met de nieuwe situatie, wordt wel nog steeds gekeken naar de verdiencapaciteit “as is”, op dit moment.
Om in aanmerking te komen voor de boslandbouwsubsidie moet je op basis van je teelten vóór de aanplant een voldoende hoge SVC behalen. Je kan de toekomstige aanplant niet inzetten om je SVC te berekenen.
Een concreet voorbeeld uit de praktijk:
Landbouwer Jos is starter en heeft twee percelen: 1,54 ha gras en 1,44 ha grasklaver waarop een boslandbouwsysteem wordt toegepast. In de verzamelaanvraag worden deze percelen geregistreerd als respectievelijk gras en grasklaver. Op het grasklaverperceel staan echter in realiteit ook 72 appelbomen (hoogstam), 48 perenbomen (hoogstam), 124 kweeperen (halfstam) en in de bomenrijen worden ook rabarber, pompoen en physalis gekweekt.
Echter, in de berekening wordt enkel rekening gehouden met de grasklaver, wat een veel lagere SVC oplevert en momenteel resulteert in een onvoldoende hoge SVC voor deze starter om erkend te worden als actieve landbouwer. Tenzij Jos hier bezwaar voor aantekent en dat bezwaar ingewilligd wordt, komt Jos ook niet in aanmerking voor de boslandbouwsubsidie.
Andere teeltcode = andere SVC waarde
Elke keuze voor een bepaalde teeltcode heeft dus mogelijk consequenties voor de berekende waarde van de SVC. Een weiland met hoogstam fruitbomen kan bijvoorbeeld aangegeven worden op minstens drie verschillende manieren:
- Teeltcode 60 “grasland” (indien minder dan 200 hoogstammen per hectare – al dan niet gecombineerd met BL of BLS code) => de SVC wordt in dit geval berekend op basis van voedergewassen – grasland.
- Teeltcode 9827 “weiland met oogstbare hoogstambomen” (> 100 hoogstammen per hectare) – al dan niet gecombineerd met BL of BLS code => de SVC wordt eveneens berekend op basis van voedergewassen – grasland.
- Teeltcode 9730 “meerjarige fruitteelt hoogstam (appel)”: => de SVC wordt berekend op basis van fruit (fruitsoorten van gematigde klimaatzones).
Wat als u niet akkoord gaat met de wijze waarop de SVC berekend werd voor uw bedrijf?
Het halen van een voldoende SVC is een toegangsvoorwaarde om te voldoen aan de definitie van actieve landbouwer. Als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt, en u gaat daar niet mee akkoord of denkt dat bepaalde productiecomponenten niet of onvoldoende in rekening gebracht zijn, dan (en enkel dan) is het relevant om een bezwaar in te dienen. In de fiche ‘Actieve landbouwer – bezwaren 2026’ van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij vindt u daartoe de nodige uitleg. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat uw bedrijf is gewijzigd ten opzichte van het referentiejaar waarop de berekeningen gebaseerd zijn (zie hierboven), of dat de gebruikte coëfficiënten niet representatief zijn voor uw bedrijf.
Om de werkelijke SVC voor niet-conventionele teelten te bewijzen, of ook wanneer u wil aantonen dat de conventionele teelten op jouw bedrijf een hogere SVC halen dan het modelmatig berekende cijfer, is de tussenkomt van een accountant of belastingadviseur die geregistreerd is bij het ITAA (Institute for Taks Advisors and Accountants) vereist.
Samengevat
De SVC wordt berekend op basis van de aangegeven hoofdteelten in de verzamelaanvraag van jaar N-2 (in 2026 dus op basis van de gegevens van 2024). Diergegevens zijn op basis van de mestbankaangifte, ook van jaar N-2. Voor starters die geen volledige bedrijfsovername gedaan hebben, is de berekening op basis van het actuele jaar.
Een boslandbouwsysteem is administratief in de verzamelaanvraag een combinatie van een hoofdteelt (de teelt tussen de bomen) en de bijkomende bestemming BLS (na steunaanvraag) of BL (zonder steunaanvraag maar volgens dezelfde randvoorwaarden aangeplant). Er bestaat momenteel in de berekening van de SVC geen aparte procedure voor boslandbouw, waardoor men zich hier louter baseert op de gegevens van de hoofdteelt uit de verzamelaanvraag. Die hoofdteelt kan een akkerbouwteelt, grasland, permacultuur of een andere blijvende teelt zijn, maar is dus niet de boomcomponent van het boslandbouwsysteem. Als je dus opteert voor de boslandbouwsubsidie en jouw perceel dus de bijkomende bestemming BLS krijgt, of als je zelf kiest voor de bijkomende bestemming BL, dan is dat niet combineerbaar met bv de teeltcode voor noten of hoogstamfruit en wordt de waarde van de boomcomponent doorgaans niet meegerekend. Vanuit het Consortium Agroforestry Vlaanderen pleiten we er alvast voor dat dit in de toekomst wel meegerekend kan worden. Dit zal echter mede afhangen van de beschikbaarheid van referentie opbrengstcijfers.
Het halen van een voldoende SVC is een toegangsvoorwaarde om te voldoen aan de definitie van actieve landbouwer. Als de berekende SVC-waarde van uw bedrijf onder de opgelegde grenswaarde valt, en u van oordeel bent dat de berekening een onderschatting is van de reële verdiencapaciteit, is het relevant om een bezwaar in te dienen. Als u de grens wel haalt, is het niet nodig om een bezwaar in te dienen.
De essentie van deze hele fiche in twee zinnen samengevat: de automatische SVC berekening zorgt ervoor dat niet alle landbouwers apart hun cijfers moeten aanleveren en werkt met gemiddeldes. Als je hiermee niet akkoord bent, kan je bezwaar indienen en mag je de effectieve cijfers van jouw boekhouding gebruiken.
Bronnen
De Samber J. (2026). Standaardoutput en standaardverdiencapaciteit. Methodologisch achtergrondrapport Vlaanderen. https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/81127
Integrated Farm Statistics Manual, edition 2026 (survey 2023).
Actieve landbouwer 2026: voorwaarden en bezwaren. https://lv.vlaanderen.be/bedrijfsvoering/bedrijfsgegevens/actieve-landbouwer