Publicatie Nieuw artikel over onderzoek naar voedselbossen in gematigde streken
Auteur: Lieke Moereels (Labo voor Bos en Natuur, Universiteit Gent)
Wetenschappelijk onderzoek naar voedselbosbouw: waar staan we en hoe kunnen we best verder?
Voedselbosbouw staat de laatste jaren sterk in de aandacht (en is ook steeds meer onderwerp van activiteiten binnen het Consortium Agroforestry Vlaanderen). Er klinken vanuit zowel de praktijk als het beleid geregeld vragen naar wetenschappelijke kennis over deze landbouwvorm. Meestal gaat dit om de vraag naar “wetenschappelijk bewijs” van de eventuele voordelen van voedselbosbouw, maar evenzeer is er vraag naar wetenschappelijke inzichten die kunnen helpen bij een effectiever ontwerp of beheer van voedselbossen. De wetenschappelijke kennis om op deze vragen antwoord te bieden lijkt echter beperkt.
Om een beter begrip te krijgen van voedselbosbouw, en hoe voedselbosbouw kan ingezet worden om ecologische, sociale en economische uitdagingen in onze samenleving aan te pakken, is er meer onderzoek nodig. Om efficiënt bij te dragen aan dit begrip, moeten onderzoekers weloverwogen keuzes maken over wat ze onderzoeken en hoe ze dat doen. En om die keuzes goed te kunnen maken, is kennis van voorgaand onderzoek dan weer noodzakelijk.
Om deze redenen stelden wij, een netwerk van onderzoekers betrokken bij voedselbosonderzoek, een overzicht op van de bestaande wetenschappelijke literatuur rond voedselbossen in gematigde streken (je vindt de publicatie hier). Dit overzicht dient in de eerste plaats als duidelijk startpunt voor toekomstig onderzoek naar voedselbosbouw. Daarnaast kan het hopelijk ook praktijkbeoefenaars, docenten of beleidsmedewerkers helpen onderzoek op te speuren dat ingaat op thema’s waar zij meer over willen weten.
Verzamelde literatuur
We probeerden in ons overzicht zoveel mogelijk onderzoek te vatten dat gegevens verzamelde en analyseerde over “voedselbossen”. Omdat er geen algemeen aanvaarde definitie is van een voedselbos, stelden wij zelf criteria op. Ten eerste selecteerden we enkel artikels die gingen over landbouwsystemen ontworpen voor de productie van verschillende meerjarige voedselgewassen, met minstens één boomlaag en twee andere vegetatielagen met meerjarige vegetatie. Ten tweede selecteerden we, omwille van de belangrijke invloed van de klimatologische context op het functioneren van voedselbossen, ook enkel studies die gingen over voedselbossen in gematigde regio’s (Figuur 1; geografische regio’s tussen 35°N/Z en 66°33’N/Z).
Nu worden dergelijke systemen in onze regio gewoonlijk “voedselbos” genoemd, maar bestaan er nog veel andere termen voor dezelfde systemen. Verschillen in terminologie maken het moeilijk om een goed overzicht te krijgen van de wetenschap over voedselbosachtige systemen. Wij hebben geprobeerd deze literatuur zo veel mogelijk samen te brengen in ons overzicht: we zochten studies over “food forests”, maar ook over onder meer “forest gardens”, “multifunctional woody polycultures” en “complex agroforestry”, en selecteerden alle artikels over systemen die aan onze criteria voldeden.
Zo vonden we uiteindelijk 50 artikels die bevindingen uit empirisch onderzoek naar voedselbossen rapporteren.
Analyse van de literatuur
Ons netwerk van onderzoekers is erop gericht de aansluiting tussen wetenschap en praktijk en wetenschap en beleid te verbeteren. We bepaalden negen onderzoeksthema’s die ons vanuit dat oogpunt belangrijk lijken. Voor deze thema’s wilden we in kaart brengen hoe ze tot nu toe zijn behandeld in wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeksthema’s gaan van “externe factoren zoals beleid en marktfactoren die voedselbosbouw kunnen beïnvloeden” tot “ecosysteem functioneren van voedselbossen”.
Voor elk thema zochten we in de 50 publicaties die we vonden het antwoord op drie onderzoeksvragen: 1) In welke mate is dit thema, en verschillende subthema’s binnen dit thema, onderzocht? 2) Hoe werd dit thema onderzocht (bijv. met welke technieken werden gegevens verzameld, in hoeveel voedselbossen, …)? en 3) Welke zijn volgens ons de belangrijkste onderzoeksprioriteiten, zowel op basis van wat er onderzocht zou moeten worden als hoe?
Een beginnend onderzoeksveld
Ons overzicht toont in de eerste plaats dat wetenschappelijk onderzoek naar voedselbossen in gematigde streken nog in de kinderschoenen staat. Het merendeel van het onderzoek naar voedselbossen is uitgevoerd in West-Europa en Noord-Amerika, vaak in dezelfde specifieke regio’s of voedselbossen (bijv. het Midwesten in de Verenigde Staten en de voedselbossen in Dartington (VK), Helma (ZW) en Groesbeek (NL)), en gepubliceerd in de voorbije tien jaar (Fig. 1). Hoewel er duidelijk verschillen zijn in de mate waarin verschillende thema’s (en subthema’s) behandeld zijn, blijven er voor ieder thema nog zeer veel resterende vragen. Onderzoek is op dit moment ook nog vooral beschrijvend en wordt veelal uitgevoerd in een beperkt aantal, vaak overwegend jonge, voedselbossen. Om ons begrip van voedselbosbouw te verbeteren, zal onderzoek nodig zijn dat meer gebruik maakt van experimenten en een analytische insteek, van lange termijn onderzoek en van samenwerkingen over onderzoeksdisciplines heen. Daarnaast zal het wachten zijn op meer, oudere, voedselbossen om te bestuderen.
Drie prioritaire onderzoeksonderwerpen
Over de thema’s heen, zagen we drie onderzoeksonderwerpen die volgens ons de hoogste prioriteit verdienen in toekomstig onderzoek. Allereerst is er duidelijk nood aan meer onderzoek naar voedselproductie in voedselbossen. Studies die de verschillende aspecten van voedselproductie – gaande van de energetische efficiëntie tot de hoeveelheid geproduceerde micronutriënten – in deze landbouwsystemen in kaart brengen, zullen duidelijker maken wat we van voedselbossen kunnen verwachten. Belangrijk is echter ook onderzoek gericht op het verbeteren van deze voedselproductiefunctie.
Verder hebben voedselbossen waarschijnlijk groot potentieel als multifunctioneel landgebruik. Tot nu toe zijn verschillende functies van voedselbossen echter bijna uitsluitend afzonderlijk onderzocht. Studies die verschillende functies samen onderzoeken kunnen de multifunctionaliteit van voedselbosbouw vergelijken met die van andere landbouwvormen, maar ook belangrijke inzichten bieden in welke functies (op welke manier) goed of minder goed te combineren vallen. Zowel in ontwerp- als beheerskeuzes kunnen voedselbosbouwers erg geholpen zijn met deze inzichten.
Ten derde vestigen we de aandacht op belangrijke vragen rond de overdracht en legitimatie van kennis rond voedselbosbouw: Wie bepaalt hoe er welke informatie gedeeld wordt over voedselbosbouw? In welke mate bereikt welke kennis de praktijk? Welke implicaties kan dit hebben voor de verdere ontwikkeling van deze alternatieve landbouwvorm? En hoe kan de verzamelde kennis rond voedselbosbouw aanleiding geven tot een ondersteunend beleidskader?
Er valt nog heel veel te leren over voedselbosbouw. Laten we als wetenschappers, landbouwers en beleidsmedewerkers de handen ineen slaan en samen onderzoeken hoe we voedselbosbouw kunnen inzetten voor duurzamer landgebruik en gezonde voedselsystemen.