Informatiefiche Voedselbossen binnen de huidige Vlaamse beleidscontext: een situatieschets anno 2020

18/02/2021

Auteurs: Sander Van Daele (medewerker BOS+) en Bert Reubens (ILVO, coördinator Agroforestry Vlaanderen).

Met de medewerking van ANB en het Departement Landbouw & Visserij.

Ten geleide

Voedselbossen zijn aan een opmars bezig in Vlaanderen. Maar zoals dat vaak gaat met pioniers en met “nieuwe” landgebruiksvormen, moeten deze nog een plek weten te veroveren binnen het beleidskader, wet- en regelgeving. Met andere woorden: voedselbossen bevinden zich momenteel vaak in een zone die niet volledig door wetgeving is afgedekt. De diverse verschijningsvormen en ruime interpretatie van het concept “voedselbos” maken dit verhaal niet eenvoudiger.

Ontwikkelingen en denkoefeningen hierrond zijn volop lopende. Met dit overzicht proberen we een situatieschets te brengen zoals deze momenteel geldt (zomer 2020). Omwille van de complexiteit van de materie en de snelle ontwikkelingen, kunnen we echter niet garanderen dat dit overzicht volledig correct is en zal blijven in de nabije toekomst.

In deze tekst definiëren we een voedselbos als een ecosysteem dat door de mens is ontworpen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met een grote verscheidenheid aan (doorgaans meerjarige) planten in verschillende lagen en met als hoofddoel het produceren van voedsel.

Voedselbos De Woudezel
Voedselbos 'De Woudezel' in Houthulst.

Voedselbossen: bos of landbouwproductiesysteem?

Hoewel één van de grote troeven van voedselbossen net is dat ze voedselproductie en natuurwaarden weet te verenigen in één systeem, blijft het tot op heden een belangrijke vraag of deze wettelijk gezien als bos wordt beschouwd of als vorm van landbouw.

Die vraag is om een meerdere redenen van belang:

  1. Om een bos (Bosdecreetbos of vegetatie die juridisch als bos wordt beschouwd) aan te planten in agrarisch gebied (in de brede zin) op het gewestplan, heb je een vergunning van het schepencollege nodig (Veldwetboek). Een andere beperkende regel uit het veldwetboek is dat je met een bosaanplant altijd 6 m afstand moet bewaren van aangrenzende landbouwpercelen. Gaat het niet om bos maar bv. een bomenrij of fruitboomgaard, dan geldt meestal een afstand van 2 m voor hoogstammige bomen of 0,5 m voor struiken. Deze vergunning is niet vereist voor aanleg van agroforestry (zie verder).
  2. Wanneer een vegetatie juridisch als bos beschouwd wordt, valt het onder het Bosdecreet en heb je voor zeer veel acties (planten plukken, bomen kappen, constructies bouwen, paden aanleggen…) een machtiging nodig van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) om die actie uit te voeren of regel je dit best in een beheerplan. Vooral wanneer men van een bestaand Bosdecreetbos een voedselbos wil maken (zie verderop), kan dat een belangrijke hinderpaal zijn.
  3. Het Bosdecreet houdt ook strenge voorwaarden in om terug naar een ander landgebruik te gaan: in principe is ontbossen verboden. Een uitzondering hierop is in woon- en industriegebied, waar men kan ontbossen na bekomen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en boscompensatie (in natura of financieel, maar vanaf 3 ha sowieso in natura). Aanplanten jonger dan 22 jaar in het agrarisch gebied kunnen ontbost worden zonder vergunning en mits eenvoudige melding, maar enkel als het omwille van een terugkeer naar een landbouwteelt betreft.

Door de diverse interpretaties van wat een voedselbos precies is en door de grote verscheidenheid aan verschijningsvormen, is de vraag of een voedselbos nu als bos of als landbouw beschouwd wordt niet eenduidig te beantwoorden. De definitie van bos in het Bosdecreet is: “Onder de voorschriften van dit decreet vallen: de bossen, zijnde grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen.

Veel hangt af van de opbouw, de structuur, het uitzicht en het karakter van een voedselbos en het type gebruik en beheer dat men voorziet of toepast. Bepaalde voedselbossen zijn zeker als bos te beschouwen. Hoe hoger de densiteit van bomen en struiken in het voedselbos is, hoe meer het als bos te beschouwen zal zijn. Voor wie het voedselbos van Martin Crawford in het VK kent: onder de (huidige) Vlaamse wetgeving is dat zo goed als zeker een bos. Andere voedselbosrealisaties (of delen ervan) zijn eerder als een vorm van landbouw te beschouwen (zie hierna). Zeker in die laatste gevallen, let men best op met het gebruik van de term “bos”. Dat concept is immers niet vrijblijvend en is aan strenge regels onderworpen.

Merk op: naast de vraag of een voedselbos als bos dan wel als een vorm van landbouw wordt beschouwd, kunnen ook andere aspecten de beleidscontext en het juridisch kader beïnvloeden. Denk daarbij bv. aan de mate waarin een voedselbos al dan niet tot doel heeft een economisch rendabele activiteit te zijn, of door wie het initiatief opgezet wordt: een actieve landbouwer, een coöperatie, een groep vrijwilligers, buurtgenoten, ...

Een voedselbos inrichten als bos

In situaties waarin men voedselbossen zal inrichten en beschouwen als bos, is het Bosdecreet van toepassing en daaruit volgt een reeks regels inzake bv. kappen, toegankelijkheid of verzamelen en plukken. Daarbij wordt ook vaak een onderscheid gemaakt tussen openbare bossen en privé-bossen, waarbij bv. het “verzamelen/plukken van vruchten en zaden” in openbare bossen expliciet genoemd wordt als “verboden tenzij goedgekeurd door ANB”. In een voedselbos moet dat vanzelfsprekend wél mogelijk zijn. Daarom wordt vanuit ANB aangeraden om goed na te denken of een natuurbeheerplan (NBP) je kan helpen, bijvoorbeeld om een toegangsregeling, kapping of oogst te voorzien en te plannen over langere termijn. NBP’s hebben voordelen, maar zijn wellicht niet goed gekend bij het publiek dat wil investeren in voedselbossen. Wanneer je een goedgekeurd NBP hebt, ben je vrijgesteld van vergunningen om de nodige beheermaatregelen uit te voeren, omdat die overzichtelijk beschreven staan in dat NBP. Het NBP is immers een langlopende vergunning op zichzelf. NBP’s hanteren twee zeer belangrijke concepten: binnen een evenwichtige benadering tussen ecologie, economie en sociale aspecten mag de natuurwaarde van het gebied niet achteruitgaan. Dat is de kerngedachte achter het NBP type 1. Waar het natuurbelang gradueel toeneemt, komen de types 2, 3 of 4 in beeld en moet het beheer conform de Criteria Geïntegreerd natuurbeheer (CGN) zijn. Bij een type 2 streeft men naar een natuurstreefbeeld op minimum 25% van de oppervlakte van het gebied waarvoor een beheerplan geldt, en bij een type 3 is dat tussen 90% en 100%. Gebieden waar een NBP type 3 voor opgesteld worden en de erkenningsstatus van reservaat verkrijgen, zijn de terreinen van type 4.

Het opstellen van een natuurbeheerplan type 1 voor voedselbossen behoort zeker tot de mogelijkheden, mits goede planning en een degelijke eco-attitude, moet zelf een type 2 beheerplan mogelijk zijn voor voedselbossen, als onderdeel van een groter geheel, waar natuurstreefbeelden gelden als visie. Een voedselproductiefunctie koppelen aan de zone waar men tevens een natuurstreefbeeld voor ogen heeft (NBP type2: min. 25%, NBP type 3 & 4: min. 90%), is waarschijnlijk niet mogelijk. Deze zones met natuurstreefbeelden kunnen echter ook in voedselbossen net voor de hoogste ecologische waarde zorgen en de werking van het gehele voedselbos ondersteunen (vb. rustplaats voor plaagpredatoren zoals roofvogels, marters, vleermuizen…, maximale CO2-opslag, houtproductie, stabieler microklimaat, verkoelend effect…). Type 3 (= 90% natuurstreefbeelden) is niet haalbaar voor een voedselbos als je dit gedurende een flink stuk van het jaar wil ‘exploiteren’ en ‘voedsel’ laten produceren op een rendabele manier. Zie ook deze artikelenreeks over de natuurbeheerplannen.

Om het betreden van het voedselbos te organiseren, geven we hier het advies om tegelijk met een NBP ook een toegankelijkheidsregeling (TR) op te stellen. Die TR kan dan (delen van) het voedselbos als vrij toegankelijke zone aanduiden en in zo’n TR kunnen tezelfdertijd – indien nodig – ook andere gebruiksmachtigingen gegeven worden.

Als je een voedselbos aanlegt als een bos, kan je beroep doen op het Klimaatbossenfonds via BOS+ voor financiering van de aanplant.

Een voedselbos inrichten als landbouwproductiesysteem

Bovenstaande maakt duidelijk dat voor het beheer en gebruik van voedselbossen het opmaken van een NBP bepaalde voordelen heeft. Ook al valt het voedselbos in kwestie onder (de beperkingen van) het Bosdecreet, kunnen via dat NBP (en bij uitbreiding een TR) maatregelen zoals het oogsten van vruchten en zaden, afzetten van bomen, betreden, wegnemen van planten, etc. opgenomen en goedgekeurd worden.

Toch kan het in bepaalde situaties wenselijk zijn om het landgebruik effectief erkend te houden als landbouwkundig gebruik. We vermeldden hiervoor reeds de regelgeving en verplichtingen inzake kappen, die binnen boscontext vanzelfsprekend meer beperkend is dan binnen een agrarische context. Wenst men als gebruiker het voedselbos niet als een bos te beschouwen, dan dient de verschijningvorm weliswaar duidelijk onderscheidend te zijn van wat men gemeenzaam als bos definieert. Enkel als een voedselbos niet de typische karakteristieken van een bos heeft (zie hierboven), is het of kan het een landbouwsysteem zijn.

Voedselbos De Woudezel
Voedselbos 'De Woudezel' in Houthulst.

In veel recente aanvragen tot de aanleg van een voedselbos betreft het eerder buurtgroen, waar omwonenden (al dan niet vrij) kunnen plukken met focus op recreatie. Voorkeur voor dergelijke realisaties ligt op restpercelen of ingesloten percelen van het agrarisch gebied, met onmiddellijke aansluiting bij woongebieden. In andere situaties wenst men een bestaand landbouwperceel in agrarisch gebied effectief om te vormen tot een productief voedsel(bos)systeem, waarbij het voedsel produceren en oogsten overwegend als een landbouwkundige activiteit beschouwd wordt. Voor die duidelijke classificatie als landbouwactiviteit kijkt men dan vooral naar productie en bedrijvigheid: “Onder landbouw wordt verstaan, landbouw in de ruime zin van het woord, namelijk het beroepsmatig kweken van planten of dieren voor de markt en niet voor recreatieve doeleinden.

Als dat effectief het geval is, heeft dat een invloed op de juridische context en vergunningsmogelijkheden. Zo is een duidelijke herkenbaarheid als landbouwactiviteit belangrijk indien handelingen en/of constructies (denk aan sanitair, berging, refter…) nodig zijn voor de uitbating van het voedselbos die niet door het vrijstellingenbesluit gevat worden. In dat geval moet de vergunningverlener namelijk nagaan of het gevraagde verenigbaar is met de gebiedsbestemming.

Een classificatie als landbouwkundig gebruik, biedt ook toegang tot bepaalde steunmaatregelen zoals de subsidie voor aanleg van agroforestry of boslandbouw (BLS). Voedselbossen kunnen beschouwd worden als een vorm van agroforestry, maar om in aanmerking te komen voor de gerelateerde subsidie, dient wel aan een aantal randvoorwaarden voldaan te worden. Samengevat zijn dit: (1) een landbouwnummer hebben, (2) perceel is de afgelopen twee jaar geregistreerd in de verzamelaanvraag, (3) min. 0,5 hectare, max. 200 bomen en struiken per hectare, (4) ieder jaar een landbouwteelt aangeven die onder of tussen de bomen wordt gevoerd. Dit laatste gaat zeer breed: grasland (en dus ook gebruik door vee), alle klassieke teelten, groenten maar ook kleinfruit, “andere groenten” of “ander meerjarig fruit” zijn mogelijk. Er wordt bekeken of een teeltcode permacultuur of voedselbos kan voorzien worden in de toekomst. Op heden kan vooral de maximale densiteit van 200 bomen per ha in voedselboscontext een grote beperking vormen om nog als landbouw (en agroforestry) beschouwd te worden. Er wordt voorgesteld om die beperking in de toekomst op te heffen. Een registratie van een “voedselbos” als agroforestry systeem biedt in bepaalde gevallen (bv. voor professionele landbouwers) nog andere troeven, zoals de vrijstellling van het Bosdecreet, het Veldwetboek en de Codex Ruimtelijke Ordening (zie hierna).

Ook zou men kunnen overwegen om een (deel van een) voedselbos als fruitboomgaard in te richten en het zo te registreren. Een fruitboomgaard is één van de negen gedefinieerde uitzonderingen in het Bosdecreet die niet als bos beschouwd worden, net zoals dat voor agroforestry het geval is. Dit kan bijvoorbeeld blijken door het voedselbos in te richten in stroken van enkele meter breed met tussen de stroken telkens een zone nodig voor pluk- en beheer.

Een bestaand bos omvormen tot voedselbos

Het vertrekpunt voor een voedselbos is niet altijd een landbouwperceel, maar kan in de praktijk ook een bestaand bos zijn. Ook in dat geval zijn er een aantal bezorgdheden en aandachtspunten in acht te nemen.

Hoewel het toevoegen van “eetbare bomen en struiken” in ecologisch minder waardevolle bossen (vb. jonge soortenarme bossen) soms een meerwaarde kan betekenen zowel op sociaal als op ecologisch vlak, dient men te erkennen dat het risico zeker bestaat dat bossen nadelig beïnvloed worden op ecologisch vlak door omvorming naar voedselbos. Dit gebeurt vaak door mensen met de beste bedoelingen, maar ook met een zekere onwetendheid over de ecologische waarde van het bestaande bos en de wetgeving ter zake. Het aandeel echt ecologisch waardevol bos in Vlaanderen is laag en de druk en bedreigingen vanuit verschillende hoeken (recreatie, verstedelijking, landbouw, klimaatverandering) blijft tot op heden zeer hoog. Ten allen tijde dient vermeden te worden dat bestaande waardevolle bossen “aangetast” worden. Hier werkt ANB op in door het toepassen van het stand-still beginsel wat betreft gebruik van boomsoorten bij verjonging/omvorming: uitheemse boomsoorten aanplanten in een bos met (voornamelijk) inheemse boomsoorten mag niet.

Voedselbos De Woudezel
Een stukje rijenteelt voedselbos 'De Woudezel'.

Wat met exoten?

In een voedselbos worden zo goed als steeds ook vele niet-inheemse bomen en struiken aangeplant die interessante producten opleveren als voedsel. Hou er rekening mee dat in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld de gebieden die deel uitmaken van het Vlaams Ecologisch Netwerk of VEN) het verboden is om exoten aan te planten tenzij die voorzien zijn in een goedgekeurd beheerplan (zie hierboven). Meer info daarover op https://www.natuurenbos.be/natuurwijzigen. De meningen over het gebruik van exoten lopen sterk uiteen. Hoe dan ook, dient gewaakt te worden over het risico op verspreiding van exoten die een invasief karakter vertonen. Ter preventie van het gebruik van invasieve exoten kan gebruik gemaakt worden van de lijst van het internationaal aanvaarde systeem Harmonia (https://ias.biodiversity.be/species/all).

Andere (juridische) aandachtspunten

Los van het feit of een voedselbos als bos wordt aanzien of niet zijn er nog vijf zaken belangrijk:

  1. Natuurdecreet. Als voedselbossen geen ‘bossen’ volgens het Bosdecreet zijn, dan kunnen het wel ‘kleine landschapselementen’ zijn. Het wijzigen van kleine landschapselementen is in bepaalde gevallen (gekoppeld aan de ruimtelijke bestemming) vergunningsplichtig. Dat verloopt dan via een omgevingsvergunning voor het wijzigen van vegetaties en wordt doorgaans afgeleverd door de gemeente. Het aanleggen van een voedselbos in de ruimtelijke bestemming ‘natuurgebied’, kan ook onderhevig zijn aan een gelijkaardige omgevingsvergunning, tenminste als daarbij een andere natuurlijke of halfnatuurlijke vegetatie zou moeten wijken. Die vergunningsplicht stelt dat je in Speciale Beschermingszones (de zogenaamde SBZ’s binnen Natura 2000-gebied = de habitatrichtlijn- en vogelrichtijngebieden), de groene bestemmingen op het gewestplan, een reeks agrarische bestemmingen, de Ramsargebieden en de beschermde duingebieden voor het wijzigen van een vegetatie die vergunning nodig hebt. Bomen planten wordt in die gevallen aanzien als een vegetatiewijziging. Wat daarnaast als een vegetatie aanzien wordt: alle natuurlijke en halfnatuurlijke vegetaties: (oude) graslanden, heides, moerassen, ruigtes, duinen,… Eigenlijk alles behalve ingezaaide en oogstbare landbouwteelten. Voor meer info: https://www.natuurenbos.be/natuurwijzigen/omgevingsvergunning. Daarnaast heeft men de “historisch permanente graslanden” (itt. bovenstaand ook in de gewone agrarische gebieden) nog eens extra beschermd en geldt daar een verbod op wijzigen of eveneens een vergunningsplicht: https://www.natuurenbos.be/natuurwijzigen/graslanden.
  2. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Voor het kappen van bomen buiten bos met een omtrek van 1 m (of een diameter van 32 cm) op 1,5 m hoogte heb je een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig. Hier bestaan ook uitzonderingen op, bv. dicht bij huizen, maar in principe heb je die vergunning dus nodig wanneer je een dergelijke boom wilt kappen in een voedselbos, tenzij het voedselbos ook gekend staat als een agroforestrysysteem. Gemeentelijke reglementen kunnen bovendien nog strenger zijn.
  3. Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN en IVON): in het VEN geldt een verbod op het wijzigen van vegetaties: wanneer je in het VEN een vegetatie wilt wijzigen (dus bv. een boom planten op een grasland) moet je een VEN-ontheffing bij het ANB aanvragen. In IVON geldt de vergunningsplicht voor het wijzigen van vegetaties of KLE’s. Of een perceel in VEN of IVON gebied ligt, kan je nagaan op geopunt.be.
  4. Onroerenderfgoeddecreet: bepaalde landschappen in Vlaanderen zijn vanuit cultuurhistorisch standpunt beschermd, te raadplegen via dit geoloket. Om een boom te planten (of te kappen), heb je in de beschermde landschappen een toelating nodig van de dienst onroerend erfgoed (OE). Als je geen enkele andere vergunning nodig hebt (bv. het planten van een bos op een kale akker in groene bestemming of het planten van een agroforestrysysteem in het agrarisch gebied op een weiland dat niet onder de historisch permanente graslanden valt en ook niet in VEN/SBZ/Ramsar…), moet je, wanneer je wel in een beschermd landschap ligt, zelf die toelating aanvragen. Wanneer je wel een andere vergunning nodig hebt, moet de vergunningsverlener van die vergunning advies vragen aan dienst OE.
  5. Pachtwet: daarvoor verwijzen we integraal naar deze pagina op de platformwebsite van Agroforestry Vlaanderen, aangezien er qua aandachtspunten voor de pachtwet geen verschil is tussen agroforestry en voedselbos.

Meer info?