Algemeen Verslag 8ste Hazelnotendag in Rilland (NL) – 14/08/2026

18/09/2026
Hazelaars Danuts
De indrukwekkende aanplant van Danuts.

Op 14 augustus 2026 verwelkomde de gastheer Gaston Michielsen van Danuts meer dan honderd geïnteresseerden in Rilland voor de achtste editie van de Hazelnotendag georganiseerd door de hazelnootwerkgroep. Gaston plantte al 27 hectare hazelaars en is daarbij een indrukwekkende pionier.

Telers, onderzoekers, adviseurs en bedrijven uit Nederland, België en Duitsland wisselden er kennis uit over rassenkeuze, teelttechniek, gewasbescherming, bemesting, oogst en afzet van hazelnoten. De dag maakte duidelijk dat de professionele hazelnootteelt in Noordwest-Europa volop in ontwikkeling is, maar dat er tegelijk nog veel onderzoeks- en praktijkvragen openstaan. 

Slimme bladvoeding voor een betere productie

Na de voorstelling van het bedrijf lichte Jonas Decorte van BMS Micro-Nutrients. Hij gaf een overzicht van de nutriëntenbehoefte van hazelaar en de mogelijkheden van bladvoeding als aanvulling op bodembemesting. Volgens hem hebben hazelaars vooral een hoge behoefte aan stikstof en kalium, terwijl boor en mangaan de belangrijkste sporenelementen zijn voor een goede vruchtzetting en nootontwikkeling. 

Op basis van Italiaanse veldproeven werd aangetoond dat gerichte bladvoeding de groei van jonge bomen kan stimuleren en ervoor kan zorgen dat jonge aanplantingen sneller in productie komen. In een proef bij jonge aanplantingen werden hogere chlorofylgehaltes vastgesteld en werd een duidelijk hoger aantal vruchten waargenomen bij bomen die een bladvoedingsprogramma kregen. Ook verhoogde gehalten aan mangaan en zink in de bladeren werden gemeten. Er werd ook gesteld dat bladvoeding na de oogst, en dus kort voor de bladval, kan helpen om in het voorjaar een goede start te maken. De nutriënten worden immers voor bladval intern getransporteerd naar de knoppen van volgend jaar.

Na deze presentatie lichte Van Iperen ‘Bemesting en fertigatie op het bedrijf’ toe.

Vervolgens konden we enkele demo’s bezoeken van o.a. ZHE-Trading, leverancier machines voor onderhoud zwart- , grasstrook en de notensnoei en Howitec, multifunctionele oogstnetten door Anton Hulsegge. Anton toonde onder meer oogstnetten die ook de larven van de hazelnootboorder kunnen tegenhouden, mulchschijven uit hennep tegen onkruid rond de stam en een manuele doekenroller naar ontwerp van Boer Bricoleur.

We konden ook de wasinstallatie van AMB Rousset op het bedrijf zelf aanschouwen.

Amb wasinstallatie
Machine wortelopslag Danuts kefili hazelnootoogstmachine Amb rousset wasmachine na Amb rousset wasmachine voor Nettenroller
Machines voor het verwijderen van wortelopslag, een oogstmachine van Kefeli, hazelnoten voor en na wassen met de wasmachine van AMB Rousset en de nettenroller met netten van Howitec.

Duitse praktijkervaringen: kansen én uitdagingen voor professionele teelt

Een van de meest uitgebreide bijdragen kwam van Herbert Knuppen, die een overzicht gaf van de huidige stand van de professionele hazelnootteelt in Duitsland. Daarbij werd niet alleen stilgestaan bij teelttechnische aspecten, maar ook bij de economische mogelijkheden van regionale hazelnotenproductie. Volgens Knuppen wordt vandaag nog ongeveer 95% van de hazelnoten geïmporteerd, terwijl consumenten steeds meer belangstelling tonen voor regionale producten en plantaardige eiwitbronnen.

De presentatie startte met info over bestuiving en rassenkeuze. Hazelaar is weliswaar eenhuizig, maar genetische zelfbestuiving wordt verhinderd, waardoor geschikte bestuivers onmisbaar zijn. Bestuiverrassen moeten niet alleen compatibel zijn, maar ook gelijktijdig bloeien. In commerciële aanplantingen adviseert Knuppen om ongeveer 15% bestuivers op te nemen en ervoor te zorgen dat elke boom zich op minder dan vijftien meter van een bestuiver bevindt. 

Ook plantmateriaal en boomvorm kwamen uitgebreid aan bod. Knuppen pleitte voor geënte bomen op Corylus colurna-onderstam, die dieper wortelen, minder opslag vormen en beter bestand zijn tegen droogte. Daarnaast vergeleek hij de klassieke meerstammige teeltvorm met spil- en holle-kroon-systemen, waarbij meer lichtinval, hogere plantdichtheden en een efficiëntere mechanisatie mogelijk worden.

Waterbeheer bleek volgens hem een van de belangrijkste succesfactoren. Tijdens vrucht- en kernontwikkeling nemen de waterbehoeften van hazelaar sterk toe. Om stabiele opbrengsten te realiseren is een jaarlijkse beschikbaarheid van ongeveer 1000 mm water wenselijk, waarbij irrigatie vaak noodzakelijk wordt. 

Verder werd uitvoerig stilgestaan bij plagen en kwaliteitsproblemen. Naast de hazelnootboorder werden ook stinkwantsen, Monilia en het zogenaamde "Brown Stain Disorder" besproken. Vooral de oorzaken van lege noten en bruine kernen zijn volgens Knuppen nog onvoldoende opgehelderd. Mogelijke oorzaken zijn droogtestress, nutritionele tekorten en rasgevoeligheid.

Op economisch vlak werd toegelicht dat een moderne aanplant een aanzienlijke investering vraagt en pas na acht tot tien jaar volledige productie bereikt. Volgens Duitse berekeningen liggen de kansen daarom vooral in directe verkoop, verwerking op het bedrijf en de ontwikkeling van regionale kwaliteitsmerken. Zo stelt Knuppen dat niet de aanplant, teelt of verwerking het moeilijkste is, maar wel de vermarkting. De consument zal overtuig moeten worden van de smaak en kwaliteit van (geroosterde) lokale hazelnoten.

Agronuts: eerste ervaringen met commerciële hazelnootproductie in België

Ook Agronuts deelde praktijkervaringen uit zijn snelgroeiende Belgische hazelnootactiviteiten (in Wallonië). Het bedrijf werd in 2019 opgericht met als doel een volledige Belgische hazelnootketen uit te bouwen en beheert inmiddels ongeveer 210 hectare aanplantingen. Daarnaast beschikt het over een eigen boomkwekerij in Italië en een verwerkingslijn voor het kraken, roosteren en verwerken van hazelnoten. 

Centraal stond een vergelijking van verschillende cultivars die momenteel in België worden getest. Voor industriële toepassingen acht Agronuts vooral een hoog kernrendement, goede smaak, goede blanchering, vroege nootval en ziekteresistentie belangrijk. Op proefpercelen worden onder meer Tonda Gentile delle Langhe, Tonda di Giffoni, Segorbe, Yamhill en McDonald opgevolgd.

Interessant waren de eerste praktijkervaringen met deze rassen. Tonda Gentile delle Langhe scoort zeer goed op smaak en blanchering, maar kent een trage groei en is gevoelig voor ziekten. Tonda di Giffoni levert hoge opbrengsten, maar blijkt gevoelig voor schimmelproblemen van de geoogste noten. Segorbe valt op door zijn late uitloop en beperkte opslagvorming. De Amerikaanse rassen Yamhill en McDonald lieten een sterke productie zien, waarbij Yamhill volgens Agronuts momenteel het grootste opbrengstpotentieel vertoont onder Belgische omstandigheden.

 

Zowel onderzoek als praktijk tonen aan dat er perspectieven zijn voor een regionale hazelnootsector, maar evenzeer dat verdere kennisopbouw rond rassen, bestuiving, gewasbescherming, mechanisatie en rendabiliteit noodzakelijk blijft.

kippen bij hazelaars
Proefperceel ILVO: kippen bij hazelaars.

Thomas Calle van de gelijknamige boomkwekerij Calle Plant toonde hoe ze hun materiaal vermeerderen via afleggers, en hoe je een goede plant herkend. De boomkwekerij is een referentie op vlak van hazelaars.

PRO-NOOT: onderzoek ter ondersteuning van een Vlaamse notensector

Als laatste kwamen de lopende activiteiten binnen het project PRO-NOOT aan bod. Het project wil de notenteelt in Vlaanderen professionaliseren door onderzoek, praktijkgerichte kennisuitwisseling, demonstraties en de ontwikkeling van hulpmiddelen voor telers. Daarbij wordt gewerkt rond vier pijlers: teelttechniek, geïntegreerde gewasbescherming (IPM), oogst en na-oogst en economische rendabiliteit. 

In de presentatie van Jolien Bracke (ILVO) werden de resultaten van het proefperceel in Merelbeke-Melle toegelicht. Op dit perceel, aangeplant in 2017, worden acht cultivars opgevolgd in een agroforestrysysteem met vrije uitloop voor leghennen. De opvolging omvat onder meer opbrengst, nootkwaliteit, kernrendement, fenologie, bloei en schade door ziekten en plagen. De resultaten tonen aan dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen cultivars wat betreft opbrengstpotentieel en nootkwaliteit. Ook de bloeitijdstippen, de aantasting door rondknopmijt en hazelnootboorder, vorm en andere aspecten kwamen aan bod.

Daarnaast werd aandacht besteed aan het oogst- en naoogstonderzoek binnen PRO-NOOT. In 2025 werden verschillende oogstmethoden vergeleken, waaronder plukken, handmatig rapen en machinaal opzuigen. De resultaten toonden geen verschillen in aflatoxines, microbiële belasting of ranzigheid tussen de methoden. Wel bleken vroeg geplukte noten bij sommige rassen een lagere blancheringsgraad te hebben. In 2026 lopen aanvullende proeven waarbij ook schudden als oogsttechniek wordt geëvalueerd om de mechanisatiegraad verder te verhogen. 

Ziekten en plagen: van monitoring naar geïntegreerde bestrijding

Binnen het project worden gedurende twee jaar meerdere percelen opgevolgd op cruciale momenten tijdens het groeiseizoen. Het doel is om de belangrijkste ziekteverwekkers en plagen in kaart te brengen als basis voor een toekomstige geïntegreerde gewasbeschermingsstrategie. Bij de ziekten gaat aandacht naar bladvlekkenziekten. Tijdens de monitoring werden symptomen aangetroffen die sterk lijken op de recent beschreven schimmelziekte Cryptosporiopsis tarraconensis. Verschillende stalen werden verzameld voor verdere identificatie van de betrokken schimmels en bacteriën. De onderzoekers benadrukten dat nog niet altijd duidelijk is welke organismen de primaire oorzaak van de waargenomen symptomen vormen en dat bijkomend onderzoek noodzakelijk blijft. 

Ook verschillende plagen komen aan bod. Rondknopmijt veroorzaakt vervormde knoppen die niet meer uitlopen en kan daardoor rechtstreeks opbrengstverlies veroorzaken. Daarnaast werden groene en gele hazelbladluis, kleine wintervlinder, hazelbladmineermot en groene stinkwants besproken. Bijzonder veel aandacht ging naar de hazelnootboorder (Curculio nucum), die als een van de economisch belangrijkste plagen wordt beschouwd. Binnen PRO-NOOT wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een voorspellingsmodel om telers beter te ondersteunen bij monitoring en beheersing van deze kever. 

De presentatie van Michelle Holtappels (pcfruit) kon niet live gegeven worden, maar is net als deze van Jolien Bracke (ILVO) hier raadpleegbaar (bij 'Download presentaties').

De presentaties en discussies tijdens de Hazelnotendag maakten duidelijk dat de professionele hazelnootteelt in Vlaanderen, Nederland en Duitsland steeds meer vorm krijgt. De grote belangstelling voor de dag bevestigt dat de sector klaar is voor een volgende stap.