Leden Consortium

Bodemkundige Dienst van België

Inagro

agrobeheercentrum

Wervel

BOSplus

Tamme kastanje (Castanea sativa) in agroforestry

Wat moet je weten?

Geschiedenis van de tamme kastanje in Europa

Kastanjes werden de afgelopen eeuwen wereldwijd gecultiveerd voor hun noten en hout. Alle soorten die tot de familie van de kastanjes (Castanea sp.) behoren, produceren eetbare noten: de kastanjes. De tamme kastanjes hebben de grootste economische waarde in onze regios. De Europese tamme kastanje, Castanea sativa, is een soort afkomstig van ZuidEuropa, Azië en Noord-Afrika. De boom heeft een zeer typische brede kroon en kan een hoogte van 30 meter en meer bereiken tijdens zijn levensduur van 250 tot 500 jaar. De Japanse tamme kastanje (C. crenata) is eerder een grote struik/kleine boom, die in Europa geïntroduceerd werd vanwege zijn resistentie tegen kastanjekanker. Hybriden van de Europese en Japanse tamme kastanje werden in het verleden vaak geselecteerd vanwege de uitstekende kwaliteit van de kastanjes.

De noten van de tamme kastanje zijn heel rijk in koolhydraten (vergelijkbaar met tarwe en rijst) en suiker, terwijl ze daarentegen arm zijn in vet. Dit leverde hen de bijnaam ‘brood van de bomen’ op. De hoge voedingswaarde, samen met de rijke smaak, maakt kastanjes zeer aantrekkelijk voor de consument. De noten kunnen verst of gekookt gegeten worden, terwijl andere variëteiten dan weer gebruikt worden voor kastanjebloem. Het hout van kastanjes, wordt dan weer sterk geapprecieerd voor zijn mooie kleur, natuurlijke duurzaamheid en gemakkelijke bewerking.

De grootste producenten van kastanjes vinden we traditioneel terug in Zuid-Europa (Italië, Turkije, Frankrijk, Spanje, Portugal en Griekenland) waar kastanjeboomgaarden in de bergen generaties hebben gevoed in tijden van honger en armoede. Vandaag de dag vinden we rendabele kastanjeboomgaarden ook steeds vaker terug op minder onherbergzaam terrein in Europa.

De juiste boom op de juiste plaats

Klimaat en bodem

Alle kastanjebomen verkiezen een zonnige standplaats en zijn behoorlijk droogtetolerant. Enkele soorten gedijen ook goed in halfschaduw. Het continentale klimaat met warme zomers en koude winter geniet over het algemeen de voorkeur. In koelere, gematigde regio’s zoals bij ons, is de Europese tamme kastanje (en hybriden ervan) vaak de beste keuze. Met uitzondering van heel zware kleibodems, verdragen ze een wijde range van bodemtypes met lichte voorkeur voor goed gedraineerde leembodems. Het pH optimum schommelt tussen 5 en 6, maar ook iets zuurdere bodems behoren tot de mogelijkheden. Ze houden helemaal niet van basische gronden. Ze vereisen bovendien een hoog gehalte aan organische stof (minimaal 2%) in de bodem.

Aanplant design

Voor tamme kastanjes in een agroforestry context wordt een minimale plantafstand van 12 meter in de rij en 20 meter tussen de rijen aangeraden door de uitgesproken schaduwwerking. Dit komt overeen met een maximale densiteit van 40 bomen per hectare in een agroforestry context. Bij een kastanjeplantage kan dit gaan tot 300 bomen per hectare. Het strooisel van kastanje is weliswaar traag afbreekbaar. Samen met de schaduwwerking zorgt dit ervoor dat een combinatie met akkerbouw moeilijk is en afgeraden wordt.


Bestuiving

De bloei vindt plaats tussen juni en juli wanneer de boom volledig in blad staat. De bloemen bestaan uit 10 tot 20 cm lange witachtige gele katjes welke overwegend met mannelijke bloemen bezet zijn. Onderaan deze katjes bevinden zich telkens 1 tot 3 vrouwelijke bloemen. Mannelijke bloemen komen gewoonlijk eerder in bloei dan de vrouwelijke waardoor kastanjes zelden zelfbestuivend zijn. Kruisbestuiving gebeurt meestal via de wind. In meer vochtige en koude omstandigheden zullen ook bijen en andere insecten (aangetrokken door de nectar) de verspreiding van het relatief zware stuifmeel op zich nemen. Om de bestuiving optimaal te laten verlopen wordt het in vochtigere klimaten dan ook aangeraden om om de drie bomen een variëteit gekend voor zijn goede bestuiving aan te planten en om tegelijkertijd meerdere variëteiten aan te planten.

Onderhoud

Beperkt bijmesten (N en K) tot een leeftijd van 5 – 8 jaar wordt aangeraden op arme bodems. Irrigatie van de jonge bomen is enkel nodig in periodes van extreme droogte.

Gedurende de eerste jaren na aanplant is een jaarlijkse vormsnoei noodzakelijk om een goed ontwikkelde boom met een doorgaande stam te bekomen en ervoor te zorgen dat de kruin maximaal zon beschenen is (koepel- of pyramidevormig). Deze snoei gebeurt het beste tijdens de zomermaanden (vanaf juni) zodat de wonden snel kunnen genezen en er geen risico op schorskanker is. Het 2de en 3de jaar zal deze snoei de ontwikkeling van een doorgaande spil met goed gepositioneerde gesteltakken bevorderen. Naar binnen groeiende takken en sterk met de toptwijg concurrerende takken worden weggesnoeid. Om vruchten met een groot formaat te bekomen selecteer je best groeikrachtige en voldoende vrijstaande takken. Ook takken die een te scherpe hoek vormen ten opzichte van de hoofdstam worden weggesnoeid omdat een
groot risico bestaat dat deze in de toekomst zullen uitscheuren. Door het gewicht van de vruchten hebben de takken op de lange termijn de neiging om naar beneden te buigen. Daarom worden de onderste takken over het algemeen op een minimum hoogte van 1,80 m gesnoeid. Dit is nodig voor het beheer van de strook onder de bomen of voor de machinale oogst. Na het 3de jaar is verdere vorm snoei normaal gezien niet nodig, behalve het wegsnoeien van eventuele concurrenten van de topscheut.

Variëteitenkeuze

Er zijn tal van bestaande variëteiten van tamme kastanjes, elk met hun eigen specifieke tijdstip van rijping, smaak en vorm van de noten, resistentie tegen ziektes, voorkeur van klimaat,… De keuze van de variëteit wordt vooral bepaald door het klimaat en de gewenste vermarkting van de kastanjes, waarbij latere variëteiten meestal meer geschikt zijn voor warmere regio’s en de kastanjes ervan ook beter bewaren dan de vroege variëteiten.

Enkele voorbeelden van Franse variëteiten opgedeeld naargelang tijdstip van rijping:

  • Vroeg: ‘Marigoule’, ‘Vignols’
  • Vroeg – midden: ‘Marron Comballe’, ‘Précoce Migoule’
  • Midden: ‘Bouche de Bétizac’, ‘Marron de Goujounac’, ‘Marsol’
  • Midden – laat: ‘Belle épine’, ‘Bournette’, ‘Dorée de Lyon’, ‘Maraval’, ‘Marlhac’
  • Laat: ‘Bouche Rouge’, ‘Maridonne’

Voor een gedetailleerde soortenlijst kan je het boek “How to grow your own nuts” van Martin Crawford of de volgende publicatie “conduite du Châtaignier en agriculture biologique dans le sud-ouest” raadplegen.

Wat met de kastanjes?

Oogst en opbrengst

Vijf jaar na de aanplant kunnen vaak de eerste (kleine hoeveelheden) kastanjes geoogst worden. Op een leeftijd van 12 – 15 jaar komen tamme kastanjes in volle productie. Bij een densiteit van 70 bomen per hectare schommelen opbrengsten gewoonlijk rond de 1 – 1.6 ton ontbolsterde kastanjes per jaar (komt overeen met 15 -25 kg per boom). Om de productie van je aanplant in de beginjaren op te krikken kan ervoor gekozen worden om de bomen in dubbele densiteit aan te planten en na 10 jaar een dunning door te voeren.

De oogstperiode start typisch in september (vroege variëteiten) en loopt tot half november (laatste variëteiten). Noten moeten direct na afvallen (natuurlijk of door schudden) opgeraapt worden. De oogst kan manueel of machinaal gebeuren, afhankelijk van de grootte van de boomgaard. Voor een oppervlakte tot 5 ha is een manuele oogst aangewezen (bv. met de nutwizard). Gemiddeld kan er per persoon 160 kg kastanjes verzameld worden per dag, voor een kost van 0.55 – 0.65 euro per kg. Grotere plantages worden geoogst met behulp van netten, opzuig- en opveegmachines waardoor de manuele oogstkost tot ruim de helft kan gereduceerd worden. Daartegenover staat natuurlijk een hoge investeringskost vanaf 7000 euro voor de kleinste opzuigmachines tot ruim 40 000 euro voor grotere exemplaren.

Verwerking en bewaring

Na de oogst worden de kastanjes gewassen om de slechte eruit te halen. Ze worden daartoe in een voldoende diepe bak gedompeld gedurende 20 à 30 min waarbij ze frequent worden omgeroerd. De goede kastanjes bezinken en de slechte drijven boven waarna ze worden verwijderd.

Maximum 48 uur na de oogst worden de kastanjes zo snel mogelijk gekoeld bij 0 – 1°C voor een optimale bewaring.

Als noten gedroogd moeten worden dient dit ook snel na de oogst te gebeuren om verliezen door schimmel te vermijden. Drogen doodt ook alle larven in de noot. Er dient gedroogd te worden tot 15% vocht bij een temperatuur van 40 – 50°C. Dit kan 3 – 5 dagen duren. De kernen worden hard, graanachtig en stabiel bij kamertemperatuur. Om bloem van te maken dienen de kastanjes verder gedroogd te worden tot 7%, anders gaan ze koeken bij het maalproces.

Gedroogde noten kunnen eenvoudig geschild worden en kunnen geschild of ongeschild bewaard worden.

Ook het inblikken van kastanjes is een wijdverspreide bewaringstechniek (bv kastanjes in suikersiroop, kastanje puré). De stabilisatie is bereikt door verwarmen en ingrediënten zoals suiker, zout en alcohol welke de groei van micro organismen verhinderen.

Ten slotte worden kastanjes ook onder verschillende vormen ingevroren (nl. gepeld, gemalen en geroosterd).

Plagen en ziektes

Verspreid over Europa komen een aantal ernstige plagen en ziektes voor die aanzienlijke schade kunnen aanrichten in de kastanjeboomgaarden. Een goede rassenkeuze is dan cruciaal.

Hieronder een overzicht van de voornaamste plagen en ziektes:

  • Kastanjesnuitkever (Curculio elephas): legt eitjes in de kern van de kastanje. Larven voeden zich met deze kern net voor de oogst. Na afvallen komen de larven uit en overwinteren ze in de bodem (tussen de 5 en 15 cm diep). In het voorjaar komen sommige adulten uit en verplaatsen zich naar de boomkruinen, terwijl andere larven verschillende jaren in de bodem kunnen overleven. Larven van de gewone bladroller (Pammene fasciana) veroorzaken gelijkaardige schade. Feromoonvallen
    of het huisvesten van dieren (zoals kippen) net voor en na de oogst kunnen een oplossing bieden.
  • Oosterse tamme-kastanjegalwesp (Dryocosmus kuriphilus): leggen zijn eitjes op de eindknoppen en limiteert zo de groei. Richtte in het verleden veel schade aan in USA en heeft zich intussen ook verspreid over Europa. Sommige Japanse variëteiten vertonen resistentie.
  • Kastanjekanker (Cryphonectria parasitica): parasitaire schimmel die alle bovengrondse delen infecteert via natuurlijke en artificiële wondjes op oude takken en nieuwe scheuten (bv. snoeiwonden of entvlakken).
  • Inktziekte (Phytophtora cinnamomi): wijdverspreide schimmelziekte die de wortels aantast in de winter (niet tijdens groeiseizoen). Startend bij de uiteinden van de wortelhaartjes tast deze schimmel uiteindelijk zelfs de basis van de stam aan.
    Wortels stoppen met groeien en scheuren waarbij ze een zwarte vloeistof (geöxideerde tannines) lekken. De aantasting van het wortelsysteem gaat gepaard met progressieve sterfte van de bovenste takken en beetje bij beetje de ganse boom. Sommige variëteiten (Japanse variëteiten en hybriden ‘Marigoule’ en ‘Maraval’) vertonen resistentie, waarbij de wortels herstellen van een infectie door het vormen van barrières met kurk. Om deze schimmelaantasting te voorkomen is
    de beste aanpak te palnten op goed gedraineerde gronden en ervoor te zorgen dat wortels geïnoculeerd zijn met mycorrhizae.

Samenvattend

  • Kastanjebomen gedijen in een brede range aan klimaat- en bodemcondities
  • Voedzame kastanjes zijn aantrekkelijk voor de consument
  • Kwaliteitshout van hoge waarde
  • Brede kroon (schaduw) en traag afbrekend strooisel maken kastanjes minder ideaal voor een combinatie met akkerbouw
  • Brede kroon goed voor dierenwelzijn bij begrazing door dieren (schaduw, schuilplaats)
  • Nodige aandacht vereist omtrent enkele plagen en ziektes die veel schade kunnen aanrichten

Referenties

Chastaing S., Méry D., Pages G. Tournade J. 2015 Conduite du châtaignier en agriculture
biologique dans le sud-ouest
. Chambre d’agriculture Dordogne.

Crawford M. 2016 How to grow your own nuts. Green Books

www.bomenwijzer.be

http://biologie.ens-lyon.fr/ressources/Biodiversite/Documents/la-plante-du-mois/chataigne-ou-marron-le-regard-du-botaniste

Gauthier Michel. Les carnets du Croqueur de pommes - le châtaignier. ISBN 978-2-909717-63-0

© .